Claudia De Breij mag naar Carré

Vorige week is het interview met Claudia de Breij weggevallen in een deel van de oplage, daarom plaatsen we het nog een keer. Marc Hijink sprak met haar

Het was veel, ook voor een vrouw van 32: vier dagen per week live radio maken, de „maandagse Matthijs van Nieuwkerk spelen” bij De Wereld Draait Door en ondertussen rondtrekken met haar theaterprogramma ‘Hallo Lieve Mensen’. Dus toen Claudia de Breij hoorde dat ze vanaf oktober een eigen tv-show bij de VARA kreeg, moest ze met een ding stoppen. Haar radioprogramma bij 3FM viel af.

De laatste uitzending van Claudia d’r op is achter de rug, het seizoen van De Wereld Draait Door is afgelopen en straks rijdt ze met de bandbus naar een theateroptreden naar België. In een Utrechts café zit Claudia de Breij relaxed aan haar muntthee en verse jus. Hoewel, relaxed: „Is dit verse jus?” vraagt ze aan de bedremmelde serveerster, „of komt het soms uit een pak?”

Ben jij zo’n snob?

„Nee hoor, helemaal niet, het is oprechte verbazing. Dit is toch ook geen verse jus? Ik geneer me niet zo snel: als je het niet vraagt, zal je het nooit krijgen. Als ergens een lange rij staat, ga ik toch altijd vooraan vragen of er een snellere manier is om aan beurt te komen. Niet omdat ik perse de eerste wil zijn, maar omdat mensen vaak uit dommigheid bij de langste rij aanschuiven.”

Je rebelse karakter kwam op de radio goed uit de verf, moet je je op tv niet vreselijk inhouden?

„Ik moet soms wel op de rem trappen. Bij De Wereld Draait Door stelde ik me in het begin wat te voorzichtig op, omdat het toch het programma van Matthijs van Nieuwkerk was. Maar toen ik de eerste grappen begon te maken tijdens de uitzending, voelde ik me daar wel op mijn plek. Je moet mij ook niet vergelijken met Matthijs. Die is in journalistiek opzicht lichtjaren verder.” Ze trekt een denkbeeldige curve in de lucht: „Matthijs zit hier; hij zit in zijn piekjaren. Ik begin hier onderaan. Ik bereid me ook wel voor op zo’ n gast bij De Wereld Draait Door, maar het overkomt me meer. Ik ben oprecht nieuwsgierig, maar voer het gesprek ter plekke.”

Je bent snel afgeleid?

„Ik ben totaal niet geconcentreerd, als kind al. Op school zat ik de hele tijd uit het raam te kijken, of stiekem de teksten van Willem Wilmink en Ivo de Wijs te lezen onder tafel. Matthijs kan dat trouwens heel erg goed: bij een gesprek even een zijspoor volgen, maar hij komt altijd weer terug waar hij wilde zijn.”

Afgelopen zomer maakte je vier afleveringen van ‘Claudia’s Showboat’. Wordt je nieuwe programma vergelijkbaar?

„De Showboat had z’n goede en slechte kanten. Vier afleveringen was eigenlijk te weinig, maar het was wel een goede ervaring voor me. Ik heb nu eenmaal tijd nodig om te groeien in zo’n programma – ik ben een slow starter. Dus toen de VARA vertelde dat ik vanaf oktober een eigen personalityshow kreeg, stond ik er wel op dat we een heel seizoen konden volmaken. Ik wil kunnen rausen, kunnen improviseren. Denk aan de Amerikaanse shows van Ellen Degeneres en Rosie O’Donnell. Maar ik verklap verder niets, ik ben veel te bang dat anderen er met mijn ideeën vandoor gaan.”

Je gaat ook zelf zingen in je nieuwe programma. Wordt Claudia de Breij de nieuwe Paul de Leeuw?

„Nou, ik denk het niet. Paul de Leeuw is er al en die doet wat die doet heel goed.”

Je bent altijd in Utrecht blijven wonen. Waarom?

„Dat was een bewuste keuze. Op de grachtengordel, daar gebeurt het natuurlijk allemaal. Maar als ik Amsterdam of in Laren ben, voelt het opeens weer zoals vroeger op het schoolplein. Zo van: vond die mij nou aardig, of moet ik hem juist niet aardig vinden? Het is vaak een keuze tussen aardig gevonden willen worden of jezelf zijn. Ik heb het er wel eens met mijn broer over. Die zegt dan: Dan ben je maar een bitch, maar dan heb je het in ieder geval wel zelf leuk. Ik hoor dus liever bij de outcast. Kijk, ik kom ook wel op de PC Hooftstraat. Niet om bekeken te worden, maar omdat er mooie winkels zijn.” Ze lacht hard: „En omdat mijn impresariaat er zit.”

Je bent te eerlijk voor Hilversum?

„Dat is een slecht teken als een journalist dat tegen je zegt, of niet? Ik heb niets met dat wereldje van mensen die vertellen dat het altijd zo fantastisch met ze gaat. De tv-wereld is ook compleet anders dan toeren met een theatershow. Tijdens een tv-uitzending staan iedereen altijd voor je klaar met een glaasje water, in de theaterwereld eet je vier keer per week in een slecht restaurant en mag je blij zijn dat je eens een kop koffie krijgt.”

Op 21 mei sta je met je theaterprogramma ‘Hallo Lieve Mensen’ in Carré. Is dat een bijzonder gevoel?

„Ik moest wel even huilen toen ik hoorde dat ik in Carré mocht spelen. Voor mij is het de plek waar ik als kind al vaak met mijn ouders naar toe ging, en waar ik backstage mocht kijken bij Youp van ’t Hek en Herman van Veen. Dat waren mijn grote helden.”

Moest je ook huilen toen je hoorde dat je een eigen personality-show kreeg?

„Nou nee. Dat duurt zo lang in Hilversum. Ik geloof pas dat ik een eigen programma heb als het rode lampje brandt.”