‘Alleen een zak bloed van Ivan Basso is geen bewijs’

De strijd tegen bloeddoping in de sport is moeizaam. Geen positief plasje, geen gevonden pillen. „Wellicht slaat een sporter bloed op uit angst voor valpartijen”, zegt Emile Vrijman.

Erik van der Walle

De sportliefhebber heeft zijn bedenkingen, de jurist smult ervan. De schamele bekentenis die Ivan Basso eerder deze week deed over zijn plannen tot dopinggebruik verdient een plaatsje in het handboek voor advocaten. „Ze hebben het inderdaad heel slim gespeeld. Basso heeft alleen maar gezegd dat hij plannen had om ooit iets met bloeddoping te doen, terwijl het Italiaanse olympische comité [dat in dopingzaken een verlengstuk is van het openbaar ministerie] een succes heeft geboekt. En door een beetje toe te geven denkt Basso over een jaar weer op de fiets te zitten”, zegt de in dopingzaken gespecialiseerde advocaat Emile Vrijman.

Volgens hem is de affaire Basso – wiens bloed is aangetroffen in het laboratorium van de Spaanse dopingarts Eufemiano Fuentes – tekenend voor de aanpak van het dopingprobleem in de sport. „Je merkt altijd dat er veel meer belangen spelen dan alleen het belang van de sport of de bestrijding van doping. Het gaat bij dit soort zaken vaak om een gevecht om de macht tussen allerlei instanties.”

Veel is nog onduidelijk in de dopingzaak rond de voormalige winnaar van de Ronde van Italië. Maar volgens Vrijman, die vorig jaar in een rapport de dopinggeruchten rond zevenvoudig Tour-winnaar Lance Armstrong ontkrachtte, is één ding duidelijk: juristen hebben nog veel werk aan de affaire Basso.

„Allereerst moet je vaststellen dat er weinig bewijs is. Geen positief plasje, geen aantoonbare handel in doping, er is alleen een zak bloed van hem. Maar je kan je afvragen of een renner wel verantwoordelijk is voor wat er met zijn bloed gebeurt. Misschien slaat hij zijn bloed wel op omdat hij bang is voor valpartijen”, aldus Vrijman. Juist de afwezigheid van duidelijk bewijs van dopinggebruik van renners rond Fuentes maakt deze zaak zo complex. „Voorbereidingen voor het nemen van doping zijn niet strafbaar. En ik ben als bloeddonor toch ook niet verantwoordelijk voor wat de bloedbank met mijn bloed doet?”

Daarom lijkt de halve bekentenis van Basso een gouden zet. Hij heeft nooit gebruikt, maar was voor de Tour de France van 2006 wel van plan om zijn eerder afgenomen bloed – inmiddels verrijkt met extra rode bloedlichaampjes – weer in zijn lichaam te laten brengen. „Dit is allemaal moeilijk in regels te vangen. Het WADA [wereld-antidopingbureau] wil alles graag regelen, ook binnen het wielrennen. Maar die sport heeft nu eenmaal de pech dat het vooroploopt in doping. Al honderd jaar voordat de eerste regels over verboden middelen kwamen, werd er al gebruikt.”

Tegen Basso valt misschien weinig te bewijzen, maar dat wil niet zeggen dat de 29-jarige Italiaan van de grootste problemen af is. „Nee, zelfs niet als CONI [het olympisch comité van Italië] hem een lichte straf geeft, bijvoorbeeld een schorsing voor de rest van het seizoen. De kans is dan groot dat de UCI [de internationale wielerunie] vasthoudt aan de vaste straf van twee jaar schorsing. De UCI zal dan bij het sporttribunaal CAS in beroep moeten gaan tegen de schorsing in Italië.” En mocht Basso internationaal weer actief willen worden dan is er nog een ander probleem: de vereniging van de beste wielerploegen (ProTour) wil iedere dopingzondaar voor vier seizoenen uitsluiten.

„Daar komt bij dat nu wordt gezegd dat Basso strafvermindering krijgt omdat hij heeft bekend. Maar juridisch moet een bekentenis dan wel iets voorstellen. Alleen zeggen dat je plannen had, is niet voldoende. Je moet echt namen noemen, bijvoorbeeld in het geval van Basso over zijn samenwerking met Bjarne Riis [tot vorig jaar zijn ploegleider bij CSC]. Die stond toch niet voor niets al in het peloton bekend als ‘monsieur 60 pour cent’?” De Deense Tourwinnaar van 1996 zou voortdurend met een hoge hematocrietwaarde (60 procent) hebben rondgereden, wat kan duiden op epo-gebruik.

Voorspellingen zijn volgens Vrijman moeilijk te geven. Eerder was hij als advocaat van Edgar Davids in Italië actief nadat de toenmalige voetballer van Juventus van het gebruik van nandrolon was beschuldigd. „De minimumstraf was zes maanden, maar Davids kreeg een schorsing van drie maanden. Ze hebben mij nooit kunnen uitleggen hoe dat strookte met de regels, maar dat kan in Italië.”

Ondanks de strenge dopingregels die voor wielrenner Marco Pantani letterlijk fataal waren. „De Italianen zijn daar erg van geschrokken. Feitelijk heeft Pantani zelfmoord gepleegd. Daarom zie je nu dat de benadering in de richting van Basso heel anders is.” Maar justitie gaat wel verder: donderdag werd een apart strafrechtelijk onderzoek naar Basso in het vooruitzicht gesteld.

De Italiaanse wetgeving tegen doping maakte het mogelijk dat – op verzoek van justitie – de bloedzakken uit Fuentes’ laboratorium naar Milaan kwamen. „Dat is in Nederland normaal gesproken onmogelijk. Er is wel een uitzondering: stel dat jij een Nederlandse renner beschuldigt van bloeddoping en dat hij klant is bij Fuentes. Die renner kan vervolgens een aanklacht wegens smaad indienen en om dat te bewijzen kan hij justitie vragen of zijn naam in de boeken van Fuentes voorkomt. De Nederlandse justitie heeft dan een aanleiding om navraag in Madrid te doen. Iets dergelijks heb ik onlangs voor atletiektrainer Jos Hermens gedaan die in Duitsland in verband werd gebracht met Fuentes. Daar bleek niets van waar te zijn.”