Aboriginal en Papoea stammen af van eerste golf ‘out of Africa’

De huidige oorspronkelijke inwoners van Australië en Melanesië stammen af van mensen die ergens rond 70.000 tot 50.000 jaar geleden Afrika verlieten en betrekkelijke korte tijd later (circa. 5.000 jaar) Australië en Nieuw-Guinea bereikten. Dit blijkt uit DNA-analyses door een internationaal team van genetici en archeologen onder leiding van de Brit Colin Renfrew (Proceedings of the National Academy of Sciences, Early Edition, 7 mei).

Er is geen enkel bewijs gevonden voor de theorie dat de introductie van de Dingo, de wilde hond in Australië circa. 4.000 jaar geleden en de gelijktijdige verschijning van een nieuw type stenen werktuigen op het continent samen zijn gegaan met immigratie uit India. Uit deze meest intensieve genetische analyse tot nu toe van de Aboriginals en Papoea’s blijkt dat ze al die tienduizenden jaren vrijwel in isolement hebben geleefd.

Ook is er geen enkel bewijs gevonden voor genetische invloed van oudere mensensoorten als Homo erectus die in deze tijd mogelijk nog in Azië (vooral op Java) leefden. Die vermenging van een oudere soort met de nieuwe Homo sapiens uit Afrika word wel eens genoemd als oorzaak voor de ferme wenkbrauwbogen van sommige Aboriginals, die bij Homo erectus óók fors waren.

Onderzocht zijn zowel het mitochondriaal DNA (mDNA, afkomstig uit organellen in de cel) als delen van het Y-chromosoom (uit de celkern), die respectievelijk via de vrouwelijke en mannelijke lijn overerven en niet recombineren. In hun mDNA behoren alle Australiërs en Melanesiërs tot de oude varianten M en N, waarvan op grond van eerder onderzoek al vaststond dat ze door de eerste Homo sapiens-emigranten uit Afrika de verdere wereld in waren gebracht. Belangrijker: de verschillen met N- en M-varianten in Azië, gaan ver terug. Het Y-chromosoom liet een vergelijkbaar patroon zien.

Hendrik Spiering