Wat dacht de dichter?

Wat ‘Ulysses’ is voor proza is ‘The Waste Land’ voor poëzie. Dichter Paul Claes heeft het gedicht van T.S. Eliot goed vertaald en becommentarieerd. Maar heeft hij het ook begrepen?

T.S. Eliot: Het Barre Land, The Waste Land. Vertaling, commentaar en nawoord Paul Claes. De Bezige Bij, 223 blz. € 29,90

Craig Raine: T.S. Eliot: Image, Text and Context. Oxford University Press (Lives and Legacies Series), 202 blz. € 23,75

Er bestaan goede gedichten en slechte. Maar er bestaan ook belangrijke gedichten. Wat je ook van zulke gedichten vindt, je kunt er niet omheen dat ze een mijlpaal vormen in de geschiedenis van de literatuur, ofwel omdat ze ten tijde van hun ontstaan schokkend en vernieuwend waren, ofwel omdat ze een onmiskenbare invloed hebben uitgeoefend op gedichten die erna zijn geschreven en meestal door een combinatie van beide. De Aitia van Callimachus is zo’n gedicht en de Divina Commedia van Dante. De sonnetten van Petrarca zijn zulke gedichten, net als de gedichten uit Les fleurs du mal van Baudelaire. ‘Oote’ van Hanlo is zo’n gedicht, net als ‘Chrysanten, roeiers’ van Faverey. Veruit het belangrijkste gedicht uit de 20ste eeuw is The Waste Land van T.S. Eliot. Wat Ulysses is voor proza, is The Waste Land voor poëzie. Beide werken zijn verschenen in 1922. Dat maakt het in ieder geval makkelijk om het jaartal te onthouden.

The Waste Land heeft zich in de loop van de tijd de status verworven van het eerste moderne gedicht. Daar vallen uiteraard allerhande geleerde kanttekeningen bij te maken, maar laten we niet zeuren. Andere kandidaten voor de titel ‘Eerste Moderne Gedicht’ moeten eerst maar eens proberen net zo legendarisch te worden.

The Waste Land is een cyclisch gedicht in vijf afdelingen. Het telt 432 versregels. In de meeste uitgaven is het zo ongeveer zeventien pagina’s lang. Het is geschreven in vrije verzen, wat in 1922 aanzienlijk opvallender was dan nu. Het heeft het uiterlijk van een narratief gedicht, behalve dan dat het bij nader inzien niet zo heel erg duidelijk is welk verhaal er wordt verteld. Bij nader inzien is er sowieso verdomd weinig duidelijk. Woord voor woord, vers voor vers, zin voor zin is het allemaal prima te begrijpen, maar als je het uit hebt, heb je geen idee waarover het geheel gaat. Je ziet thema’s oplichten en terugkeren, je hoort echo’s, je ziet spiegelingen en omkeringen – ja, het wekt wel degelijk de indruk van eenheid, een soort eenheid die je eerder aanvoelt dan kunt navertellen, want het is een ander soort eenheid dan je gewend was van gedichten vóór 1922. De klassieke schoolmeestervraag ‘Wat bedoelt de dichter?’ kan sinds 1922 echt niet meer worden gesteld. Sindsdien is poëzie onsamenvatbaar.

The Waste Land is een centrifugaal gedicht. Dat maakt het zo modern. Zoals uw leven en beleving, hypocrite lecteur, mon semblable, mon frère, is opgebouwd uit flarden reclame, praatjes bij de koffieautomaat en Hollywoodfilms, zo is The Waste Land opgebouwd uit flarden van gesprekken, kinderliedjes, citaten uit Dante, herinneringen, bespiegelingen, profetieën, vogelgeluiden, zinnetjes in het Duits, Italiaans, Latijn of Frans, Griekse mythologie, Cockney van de straat, beelden, klanken, herrie en overvloed. De dichter en criticus Craig Raine is de man met het juiste oor voor deze glorieuze en briljante kakofonie. In zijn recente studie T.S. Eliot: Image, Text and Context geeft hij een uitstekende beschrijving van de impact van de veelstemmigheid van het gedicht en van de dramatische kwaliteit die het gedicht hieraan ontleent.

Wat ook een pre is voor een modern gedicht, is dat het een moderne setting heeft. Het is een gedicht van de stad, ook al heeft die stad soms veel weg van een woestijn, maar dat begrijpt u maar al te goed. Er komen zombies in voor als u, die lijken op alle andere zombies die om negen uur op kantoor moeten zijn. Er is vervreemding. Er is herinnering aan andere tijden die overzichtelijk leken. Er is besef van ondergang van al het oude. Er is ontworteling en verwarring. Volgens Craig Raine is het kernidee van The Waste Land de teloorgang van vruchtbaarheid in ecologische zin. In dat opzicht is het gedicht in 85 jaar alleen maar moderner geworden.

The Waste Land is niet alleen een belangrijk gedicht, maar ook een erg goed gedicht, een van de beste gedichten die ik ken. ‘April is the cruellest month.’ Een dichter die zo’n openingsregel bedenkt, is een dichter. ‘Mixing memory and desire.’ Ja, daar gaat het over. Het is 1922. Vier jaar na het Verdrag van Versailles kan de 20ste eeuw eindelijk beginnen. Niets is meer zoals het was. Schoolvriendjes zijn gesneuveld bij Verdun. Ze konden goed cricketen in een vergeelde eeuw. In het oosten gloort de dageraad van de bolsjewieken. In Italië begint men op glimmende laarzen vol verlangen naar een herinnering te marcheren. Eindelijk kan de toekomst beginnen. Het is de lente van de 20ste eeuw. Het is een wrede maand. ‘And the dead tree gives no shelter, the cricket no relief, / And the dry stone no sound of water.’

Alle reden om een nieuwe Nederlandse vertaling van The Waste Land hartstochtelijk toe te juichen. De Vlaamse poeta doctus Paul Claes is de gedroomde kandidaat om deze taak op zich te nemen. Hij kent zijn Dante en Milton. Hij laat zich niet in de luren leggen door een citaatje van Telesilla uit Argos. Als dichter heeft hij de lichtvoetigheid en techniek van Dancers on Ice. Maar tegelijkertijd staat hij met beide benen stevig midden in de 20ste eeuw.

En daar ligt het dan op mijn bureau, een nieuwe tweetalige editie van The Waste Land en Het barre land, een gedicht dat een boek is geworden, met alle égards luxe, chic en zeer weggeefbaar uitgegeven door De Bezige Bij. Daar zit een hoop werk in, dat zie je zo. Daar zit een hoop geld in, maar Eliot verdient het.

De vertaling stelt niet bepaald teleur. Dat kun je wel aan Paul Claes overlaten. Keurig en zo goed als foutloos slaagt hij erin Nederlandse woordjes te verzinnen voor de Engelse. Ook in het Nederlands wil het soms poëzie worden. De openingsregels zijn een goed voorbeeld. ‘April is de grimmigste maand, hij wekt / Seringen uit het dode land, vermengt / Herinnering en verlangen, port / Lome wortels op met lenteregen.’ Dat klinkt goed. Dat is de juiste toon.

Eliot zelf heeft The Waste Land voorzien van noten. Deze aantekeningen wijzen met name op de intertekstuele verbanden en op mythologische en ritualistische thematiek. Geheel terecht zijn deze noten, net als het gedicht zelf, als tweetalige editie afgedrukt. Eveneens geheel terecht is Claes van mening dat deze noten van Eliot zelf geenszins toereikend zijn voor een sluitende interpretatie van het gedicht, zo die al mogelijk is. Daarom heeft Claes op eigen gezag een volumineus commentaar toegevoegd van ruim honderd pagina’s. Hij gaat systematisch in op de opbouw, thematiek en technische aspecten van de opeenvolgende scènes en volgens goede filologische traditie levert hij een schat aan detailobservaties die de indruk wekken van grote geleerdheid. We kunnen Claes alleen maar dankbaar zijn voor de noeste arbeid die hij heeft verricht.

Dat het commentaar ook een schat aan informatie levert waarvan de relevantie niet geheel duidelijk is, kunnen we eveneens toeschrijven aan de goede oude filologische traditie. Maar veel van deze informatie is op een merkwaardige manier tendentieus. Een sprekend voorbeeld uit vele is de noot op vers 11 van het eerste deel. In het gedicht staat dit: ‘[We went] into the Hofgarten, / And drank coffee, and talked for an hour.’ Deze op zichzelf glasheldere regels geven Claes aanleiding om over de koffie op te merken dat deze drank als een anti-afrodisiacum geldt, ‘dat zelfs impotent kan maken’. Op zich zijn we als lezers uiteraard zeer erkentelijk voor deze waarschuwing. Maar de relevantie voor Eliots gedicht ontgaat ons. Voor Claes is die relevantie er wel degelijk. Overal in het gedicht ziet hij verwijzingen naar piemels en impotentie. Eliot hoeft het maar te hebben over de botten van een dode man, of Claes merkt op: ‘In slang betekent bone “pik, stijve”. De vervreemding tussen man en vrouw berust ongetwijfeld op seksuele frustratie.’ Claes is van mening dat deze vermeende verwijzingen naar impotentie de sleutel vormen voor de interpretatie van het gedicht.

Want Claes heeft het beroemde gedicht niet alleen vertaald en becommentarieerd, hij heeft het ook begrepen, zoals het begeleidende persbericht van De Bezige Bij jubelend zegt: ‘Vijfentachtig jaar na het verschijnen van The Waste Land krijgt de lezer voor het eerst de sleutel tot de betekenis van dit legendarische gedicht.’ Al die piemels en impotentie die hij bespeurt, krijgen relevantie in het interpretatieve nawoord met de triomfantelijke titel ‘De biografische sleutel’. Hoewel Claes toegeeft dat T.S. Eliot zelf als criticus principieel tegen elke vorm van biografische interpretatie was, meent hij dat de biografie van Eliot de alles verklarende sleutel biedt tot de ontsluiting van dit centrifugale, meerstemmige gedicht. Volgens Claes gaat de hele Waste Land in feite over het mislukte huwelijksleven van de dichter. Meer in concreto zou het gaan over zijn seksuele onvermogen en over de affaire die zijn vrouw Vivien gehad zou hebben met een van zijn vrienden, de Engelse filosoof en mathematicus Bertrand Russell. Met voorbeeldige ijver haalt Claes alle biografische gegevens rond deze vermeende affaire boven tafel om vervolgens overal in het gedicht te zoeken naar verwijzingen.

In zekere zin is Claes’ nieuwe interpretatie niet zo heel erg nieuw. Traditioneel wordt The Waste Land gezien als een gedicht over vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid. Eliot zelf verwijst aan het begin van zijn eigen noten naar het belang van vegetatieriten voor de interpretatie van zijn gedicht en naar The Golden Bough: A Study in Magic and Religion, een boek van James Frazer uit 1914 dat hem in hoge mate zou hebben geïnspireerd en vooral naar From Ritual to Romance van Jessie L. Weston uit 1920. Ook impotentie speelt traditioneel een rol in de interpretatie van The Waste Land. Weinig critici hebben over het hoofd gezien dat de Fisher King de impotente heerser is van onvruchtbaar land. Wat Claes aan deze traditionele interpretatie toevoegt is de hypothese dat het gedicht zou gaan om de persoonlijke impotentie van de historische figuur Eliot en dat de specifieke driehoeksverhouding van hem met zijn vrouw en zijn vriend ten grondslag ligt aan het gedicht. Deze interpretatie wijkt inderdaad spectaculair af van de communis opinio die Craig Raine zo treffend samenvat: ‘The one voice we do not hear is Eliot’s.’

Is deze interpretatie overtuigend? Dit staat of valt met de gevolgde methode. Eén voorbeeld moet volstaan. Het vierde deel van The Waste Land is getiteld ‘Death by Water’ (zie kader). Het is een fictief epigram voor een verdronken Fenicische zeeman, strak volgens klassieke traditie geformuleerd. Volgens Claes gaat dit over de impotentie van Eliot. Zijn argumentatie daarvoor luidt als volgt: ‘Phlebas is afgeleid van het Griekse phleps (genitivus phlebos) ,,fallus.” De uitgang -as is dezelfde als die van Thomas, de voornaam van Eliot, maar ook een slangbenaming voor de penis. De fallische betekenis speelt mee in swell, rose and fell en tall. Zo is het epigram behalve een treurlied voor de vruchtbaarheidsgod ook een klacht om de verloren potentie.’

Letterlijk elke zin in deze argumentatie is misleidend. Ten eerste is het gewoon onwaar dat het Griekse woord phleps fallus betekent, zoals Claes met stellige vanzelfsprekendheid beweert. Phleps betekent ader of bloedvat. Het is waar dat er in één gedicht in de Anthologia Palatina sprake is van een gonímê phleps, een voortplantingsader, wat moet worden opgevat als een metafoor voor het mannelijk geslachtsorgaan, maar die referentie wordt veroorzaakt door gonímê en niet door phleps. Dat je in het Nederlands kunt spreken van een dichtader wil ook niet zeggen dat het Nederlandse woord ader eigenlijk poëzie betekent. Ten tweede is het Claes opgevallen dat de uitgang -as een probleem vormt voor zijn associatie met het Griekse woord phleps. Hij verklaart de uitgang door erop te wijzen dat Thomas ook op -as eindigt. Ik ken nog wel meer namen die op -as eindigen. Zijn die dan ook allemaal impotent? En als je dan toch zoekt naar een etymologische verklaring voor de naam Phlebas, ligt het veel meer voor de hand om de naam af te leiden van het Griekse phlebázô, dat volgens het Etymologicum Magnum een synoniem is van phléô, ‘in overvloed voorhanden zijn.’ Dan klopt de uitgang tenminste ook. Dat een Fenicische koopman een naam heeft die verwijst naar rijkdom lijkt aannemelijker dan dat hij een naam heeft die verwijst naar een bloedvat. Ten derde kun je natuurlijk altijd wel aan fallussen denken zodra je woorden leest als zwellen, rijzen, vallen of lang, maar het minste wat je ervan kunt zeggen is dat die associatie niet bepaald wordt geactiveerd door de context. Het gaat over de sea swell, de ‘deining van de zee.’ Het gaat over de opkomst en ondergang van een mens op zijn levenspad. En het gaat over de Phlebas die ooit bij leven net zo knap en lang was als wij.

‘Hermetisme is hier een middel om een persoonlijke problematiek tegelijk te verhullen en te onthullen,’ schrijft Claes. Volgens hem ziet Eliot ‘in zijn overspannen verbeelding overal seksuele symbolen.’ Je kunt je afvragen wiens verbeelding hier nu overspannen is. Maar van mij mag hij. Als Claes graag overal slappe piemels ziet in poëzie, wij zijn wij dan om hem dat pleziertje te misgunnen? Maar één ding mag hij niet. Hij mag zijn particuliere fantasieën niet aan ons opdringen door ze te vermommen als een wetenschappelijk verantwoorde interpretatie die bij nadere beschouwing op niets anders stoelt dan pseudo-wetenschappelijk dilettantisme en opzettelijke misleiding.