Vloeken

Affiche van de Bond tegen het Vloeken foto Gerard Til/Hollandse Hoogte Nederland, Odijk, 18-02-2002 De bond tegen het vloeken doet met dit bord, in een weiland bij Odijk, een oproep om niet te vloeken. Tekst: Vloeken is aangeleerd! Word geen naprater! Normvervaging. Maatschappij. Christendom. Ideele reclame. Foto:Gerard Til/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

En wat doe je tegenwoordig voor de kost? Ik ben vloekenteller. Dat is een betrekkelijk nieuw beroep. De vloekenteller kijkt de hele dag naar de televisie en turft de lelijke woorden die uit het toestel komen. Iedere vloekenteller heeft haar/zijn eigen omroep. Aan het eind van het jaar wordt alles opgeteld, en zo is gebleken dat in 2006 op onze televisie ongeveer 112.000 maal gevloekt of gescholden is. Het programma Jensen van BNN leverde met 44 maal grof taalgebruik per aflevering de grootste bijdrage. De organisatie die dit allemaal heeft uitgerekend is de Vloekmonitor, een afdeling van de Bond tegen het Vloeken. Robert Jensen is door de Bond vermaand.

Wat moeten we van dit nieuws denken? Er is geen taal ter wereld zonder godslasteringen, scheldwoorden en grofheden. Al heel jong leren de kinderen wat lelijke woorden zijn en dat ze die niet mogen gebruiken. Dit verbod verhoogt de aantrekkingskracht. Het lelijke woord is het eenvoudigste middel om de omgeving te tarten en zodoende de aandacht op jezelf te vestigen. In de sleutelroman Vincent Haman van Willem Paap wordt de kleine Lodewijk van Deyssel door zijn moeder aan een beschaafd gezelschap vertoond. Zeg eens dag, Lodewijk. Piesen poepen piesen poepen! zegt hij. De beste manier om je onvergetelijk te maken.

Toen ik een jaar of twaalf was kreeg ik een vertaling van Le feu van Henri Barbusse in handen. Zijn roman over de Eerste Wereldoorlog, geschreven in 1916. Ik wist wat een vloek is, waarschijnlijk kon ik op die leeftijd ook al aardig vloeken, maar zelden of misschien nog nooit had ik een vloek zwart op wit gezien. In dit boek was de zondvloed losgebroken. Mag dat allemaal zomaar, vroeg ik mijn vader. In de loopgraven werd niet met twee woorden gesproken, zei hij.

Je kunt er als Bond principiële bezwaren tegen hebben en binnen de grenzen van de wet alles ondernemen om het te bestrijden, maar vloeken en grof taalgebruik horen nu eenmaal tot de cultuur. En het vloeken heeft zijn eigen creativiteit. Lees het boek van P.G.J. van Sterkenburg, Vloeken, 680 pagina’s analyse, geschiedenis en lexicografie. Of van Ewoud Sanders en Rob Tempelaars Krijg de vinkentering! 1001 Nederlandse en Vlaamse verwensingen met een woord vooraf door Gerrit Komrij. Of Rotte vis, een cursus effectief beledigen.

Binnensmonds vloeken, terwijl je in je eentje over straat loopt, kan een therapeutische werking hebben. Het lucht op. En, schrijft Van Sterkenburg, „vloeken is naast zichzelf emotioneel ontladen vooral bluffen. Het intimideert door het vertoon van kracht in de geluidssterkte en intonatie, maar vooral om de tentoonspreiding van durf en competentie in het doorbreken van taboes en andere nette omgangsvormen. Vloeken intimideert niet alleen, het doet dat ook zeer effectief en kan daarom ook bewust en weloverwogen als een machtsmiddel gebruikt worden.”

Hier ligt het geheim van de toenemende vloekfrequentie. Het gebruik van vloek en grove taal had al een hoger vlucht genomen toen we gingen individualiseren. Intussen zijn we een stap verder. Steeds meer mensen beschouwen zichzelf als Übermensch of bovenmens en willen dat een ander laten weten door hem bijvoorbeeld blinde typhushond te noemen. De ander, die weet dat hij ook een bovenmens is, laat dit niet op zich zitten en antwoordt: vuile kankeraap. Televisiemakers die zich in de strijd om de kijkcijfers zich zoveel mogelijk aan de nieuwste gebruiken op straat aanpassen, nemen dit idioom over, en dan komt de Bond tegen het Vloeken in het geweer.

Misschien maakt de Bond, door de televisie als oorzaak te beschouwen, een vergissing. Het is een veronderstelling. Vloeken en schelden begint op de voetbalvelden en de tribunes, op de schoolpleinen en ‘uit de hand gelopen’ feesten waar iedereen stomdronken is. Dan komt de televisie. Die versterkt het nog een beetje om er meer overtuigingskracht aan te verlenen. Wat op het scherm vertoond en gezegd wordt, is daarmee gecanoniseerd, en dan komt de Bond tegen het Vloeken met de eindcijfers. Herwinnen we daarmee onze beleefdheid? Nee.