Vergeten of niet, dat is de kwestie

Dinsdag is een nieuwe Noord-Ierse regionale regering aangesteld. Bij de voorbereiding van de protestants-katholieke coalitie sprak men over vergeven en vergeten. Als dat de missie is hoe moeten schrijvers in hun werk dan omgaan met een gewelddadig verleden?

Patrick McCabe: Winterwood. Bloomsbury, 242 blz. €20,99

Roddy Doyle: Paula Spencer. Vertaald door Marion Op den Camp. Nijgh & Van Ditmar, 238 blz. €19,90

Anne Enright: De samenkomst. Uit het Engels vertaald door Piet Verhagen. Verschijnt 4 juni bij de Bezige Bij

Gerrit Jan Zwier. Mijn Ierland. Atlas, 224 blz. €18,90

De Ierse dichter Seamus Heany weigerde ruim 25 jaar geleden opname in een bloemlezing van Britse poëzie. ‘Mijn paspoort is groen’, dichtte hij daarover, ‘nooit hebben wij het glas geheven op de koningin’. Mede vanwege deze roemruchte weigering, aarzelde de Noord-Ierse dichter Michael Longley lang voordat hij in 2001 de Queen’s Gold Medal voor zijn poëzie accepteerde. Maar hij besloot dat het toch kon: niet het minst omdat er inmiddels twee leden van Sinn Féin in het tijdelijke Noord-Ierse parlement zaten.

Is deze versoepeling binnen de letteren een voorbode geweest van de dooi die afgelopen dinsdag ook definitief intrad in de Noord-Ierse politiek? Maart jongstleden rondde dominee Ian Paisley de toenadering tussen de katholieke en protestante tak af met de woorden: ‘We mogen niet toestaan dat onze terechte afschuw over de gruwelen en tragedies uit het verleden een betere en stabielere toekomst voor onze kinderen in de weg komt te staan’. Deze bijeenkomst werd in diverse politieke commentaren wel vergeleken met brandend water – niet alleen had niemand verwacht dat het zou gebeuren, maar het werd zelfs onmogelijk geacht.

Hoe ga je om met zo’n verleden? In 1998 sprak Blair het Ierse parlement toe, en toen vroeg hij de Ieren hun geschiedenis en wederzijdse diepe wonden te vergeten. Een opmerkelijk verzoek, maar Paisley gebruikte vergelijkbare woorden toen hij zei dat de Ieren de gevallenen misschien niet moeten vergeten, maar dat ze het verleden wel moesten laten rusten. En dat uit de mond van ‘Doctor No’, die ook dinsdag niet in staat was zijn voormalige rivaal Martin McGuinness de hand te reiken.

Wat eigenlijk nog opvallender was aan zowel de woorden van Paisley als die van Blair bijna tien jaar eerder: beiden legden het accent op het vergeten. Het lijkt een opvallend nuchtere, misschien typisch Westerse oplossing. In verschillende Afrikaanse landen waar omgegaan moet worden met een beladen, koloniaal verleden worden juist pogingen gedaan om zoveel mogelijk verhalen op te rakelen.

De Marokkaanse en Zuid-Afrikaanse benadering lijkt bovendien ook veel meer literair. Het verhaal als catharsis: ook zonder dat je precies achter de waarheid komt, kan het voor zowel dader als slachtoffer louterend werken, en juist omdat dader- en slachtofferschap in de Noord-Ierse kwestie zo sterk door elkaar heenlopen, lijkt een Waarheids- en Verzoeningscommissie een goed idee (en de mogelijkheid van vergeven en vergeten slecht gekozen). Er wordt inderdaad over gepraat, maar ook Martin McGuinness, vicepremier voor Sinn Féin in Noord-Ierland is niet zeker of dit zal werken: ‘Het is nog maar de vraag of het voor iedereen mogelijk is om tot verzoening te komen’.

Bomaanslag

De ervaringen van slachtoffers zijn trouwens al eerder in een boek verzameld: Lost Lives uit 1999, een encyclopedisch werk waarin de verhalen van alle slachtoffers van de Ierse burgeroorlog zijn verzameld. Het is een soort Noord-Ierse Waarheidscommissie op papier, die begint in 1966, met de neergeschoten katholiek John Scullion en eindigt in 1998, met de bomaanslag in Omagh. Daartussenin komen alle 3.600 slachtoffers aan bod.

Is daarmee het geheugen in boekvorm afdoende vertegenwoordigd? Of zullen de komende jaren veel (Noord-)Ierse romans verschijnen waarin de thematiek van de (post)koloniale verwerking centraal staat?

Ierland heeft een reputatie als het gaat om de thematisering van de geschiedenis. Wie de werkelijkheid niet kan bevatten, kan vluchten in het verhaal. ‘Je kunt welke misdaad dan ook plegen, zolang je maar een goed verhaal hebt’, zei de Ierse schrijver John Banville in een interview met deze krant (24.03.06). ‘Wanneer iemand dan een verhaal heeft dat goed genoeg is, vergeven we hem alles’. Dit verklaart misschien dat een voormalige terrorist een gerespecteerd romanschrijver kan worden, en vanuit deze wetenschap is het ook niet zo raar dat Gerry Adams, partijleider van Sinn Féin, zich in 1992 als literator presenteerde met de verhalenbundel De straat.

Adams’ verhalen zijn parabels – nergens geeft hij een expliciete politieke mening. Hij verpakt de werkelijkheid in verhalen waarbij de politiek niet meer is dan decor en de waarheid een kwestie van invalshoek. En dat is een methode van verwerking en bewerking van de geschiedenis die ook Gerrit Jan Zwier opviel toen hij door Ierland reisde. In zijn boek Mijn Ierland constateert ook hij dat de Ieren meer waarde hechten aan een goed verhaal dan aan een exacte reconstructie van de waarheid. Elders doet hij een andere passende observatie. Een van zijn reizen leidt bijvoorbeeld naar een bibliotheek in Roundstone (West-Ierland), waar toen hij er voor het eerst kwam, een aanplakbiljet hing met de leus: ‘Boeken geven niet alleen een beeld van de wereld maar ook van onszelf. Gebrek aan zelfkennis ligt aan de basis van ongekend veel ellende. Boeken zetten de mensen aan tot nadenken’.

Als Zwier de bibliotheek na jaren opnieuw bezoekt, ziet hij dat het biljet is vervangen: ‘Je bent wat je leest’, staat er nu. Boeken hebben blijkbaar niet langer zo’n grote functie, geen begeleidende rol, maar zijn er in de eerste plaats om een plek te krijgen in het leven dat de lezer wenst – en vooral: dat leven te bevestigen. De invulling van ‘jezelf’ komt in plaats van een boodschap, laat staan catharsis. Maar impliciet roept zo’n actualisering van de spreuk ook de vraag op of de verbeelding nog wel een taak heeft.

En dat is eigenlijk de kwestie voor de eigentijdse Ierse literatuur: moet je de verbeelding inzetten om de werkelijkheid te begrijpen, te verklaren, of juist te vergeten – onschadelijk te maken. Roddy Doyle bijvoorbeeld kiest voor zijn personage Paula Spencer in zijn gelijknamige roman duidelijk de optie van het vergeten. Hij thematiseert dat behendig, zo heeft Spencer sympathie voor een lokale politica terwijl ze luistert naar een bericht over de Sinn Féin en haar gedachten teruggaan naar de hongerstakers in de jaren tachtig. ‘Ze heeft de affiches voor hun kandidaat in Dublin gezien. Mary Lou McDonald. Een leuke jonge vrouw. Met een brede glimlach. Zij was waarschijnlijk nog niet geboren toen dat allemaal gebeurde’.

Soap

Doyle hanteert een manier van omgaan met de geschiedenis die aangenaam terloops is in wat verder een slechte, literaire soap blijkt te zijn. En ook een wijze die veelzeggender is dan die van bijvoorbeeld Anne Enright in haar Ierse familiegeschiedenis De samenkomst. ‘Het was 1981. Er was nog niets gebeurd in Ierland – klinkt dat niet vreemd?’ overdenkt een personage daar. En inderdaad, dat klinkt heel vreemd wanneer je bedenkt dat in dat jaar de Ierse hongerstakers in een Noord-Ierse gevangenis volop in het nieuws waren. ‘Geschiedenis is uitsluitend biologie’ concludeert Enright, en dat lijkt wel een tegenpool van de literaire Ierse traditie, en het is bovendien een platitude binnen een langdradig familiedrama.

Je mag hopen dat de komende jaren – wanneer de nieuwe regering inderdaad standhoudt en er met het verleden ‘afgehandeld’ kan worden – vooral verhalen als die van Patrick McCabe verschijnen. Zijn roman Winterwood is een donker verhaal, over het leven van de journalist Redmond Hatch, afkomstig uit een achtergebleven deel van het Ierse platteland waarin men vooral vrolijk danst en volksliedjes op de viool speelt. Hatch lijkt hieraan te kunnen ontsnappen, en hij bouwt een ogenschijnlijk succesvol leven op; mooie vrouw, redelijk goede baan, huis, kind. Maar hij raakt steeds meer uit balans door zijn jeugdherinneringen. Hij fingeert zelfmoord om daarna opnieuw te kunnen beginnen – een tweede poging om het verleden uit te wissen. En ook nu lijkt het te lukken: hij vestigt zich in Londen, vindt een nieuwe baan, hertrouwt. Maar wanneer hij in zijn werk voor de BBC een documentaire gaat maken over zijn land van herkomst, het Ierse platteland, gaat het weer mis. Het verleden overheerst, de waanzin slaat toe en hij vermoordt uiteindelijk het kind uit zijn eerste huwelijk.

McCabe slaagt erin de de slag tussen de persoonlijke en de algemene geschiedenis voelbaar te maken. Zijn hoofdpersoon volgt het nieuws, maar verwart het met zijn eigen leven: ‘De oorlog in het noorden van Ierland lijkt eindelijk afgelopen. Het is moeilijk te geloven, maar dat is gebeurd. De wereld verandert onophoudelijk. Het is de essentie van het mens zijn: veranderen. Mijn leven heeft ook dramatische veranderingen gekend’. Bij Redmond Hatch keren de spoken uit het verleden altijd terug. McCabe maakt de parallel met de politiek niet expliciet, maar de boodschap is duidelijk: je raakt het verleden niet zomaar kwijt wanneer je je voorneemt opnieuw te beginnen.