Verdrukte liberalen op zoek naar zichzelf

Liberalen bepaalden lange tijd de politieke agenda. Nu zitten ze in de knel. Links-liberalen – dit weekeind komen ze in partijverband bijeen – op zoek naar een modern ‘wij-gevoel’.

Wij, liberalen, moeten leren de tijdgeest beter te verstaan, zegt senator Jos van der Lans (GroenLinks). Lange tijd streden liberalen voor de maximale ontplooiing van het individu. Praten over normen en waarden of gemeenschapszin klonk al snel als „truttige opa-praat”, zegt hij.

Van der Lans, die zichzelf „vrijzinnig en liberaal” noemt, schreef onlangs een kritisch stuk in het partijblad De Helling. Aansluiting gemist, luidde de kop. „Natuurlijk moeten we pal staan voor de verworvenheden van de jaren zeventig. Maar ik wil ook dat we over de uitwassen van de seksualisering van de samenleving kunnen praten zonder voor oerconservatief te worden uitgemaakt.”

De liberalen hebben het moeilijk met zichzelf. Binnen de partijen leeft onvrede. Dit weekend organiseren VVD en D66 partijcongressen. Ook GroenLinks houdt een partijbijeenkomst, waarin de liberale koers van partijleider Femke Halsema ter discussie zal staan.

Lange tijd bepaalden liberalen de politieke agenda; vrijwel onafgebroken regeerden ze mee. D66-leider Alexander Pechtold: „Jarenlang kroop iedereen onze liberale kant op. De PvdA werd liberaal, GroenLinks ging ermee koketteren.” Dat is voorbij. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen verloren VVD en D66 fors. En nu het CDA regeert met de PvdA en de ChristenUnie, neemt het kabinet juist afstand van het liberalisme. Niks individu; sámen leven, sámen werken.

Pechtold: „De VVD heeft het druk met Wilders en, in de eigen partij, met Verdonk. Femke Halsema is in discussie met haar achterban, de PvdA is bang voor de populariteit van de SP. Er blijft weinig over.”

„We hebben het initiatief uit handen gegeven”, zegt VVD-prominent Geert Dales. Hij is burgemeester van Leeuwarden en schreef in 2005 mee aan het Liberaal Manifest van de VVD, dat gezien werd als een poging van de VVD een vrijzinniger partij te maken. „Een paar jaar geleden kraaide het liberalisme nog victorie, iedereen geloofde er nog in. Het komt en het gaat.” Pechtold: „Het liberalisme heeft in november een enorme tik opgelopen. Het is bezig ervan bij te komen.”

André Rouvoet, vicepremier en leider van de ChristenUnie, verwees het liberale gedachtegoed twee weken geleden, tijdens een partijcongres in Lunteren, bijna triomfantelijk naar de prullenbak. Er is veel kritiek van „politici van links-liberale snit” op de vermeende spruitjesgeur van het nieuwe kabinet, zei Rouvoet.

Hij noemde de critici ‘libertijnen’, die „hopeloos achter de feiten aanlopen”. „Mensen in Nederland zien in dat de morele vrijblijvendheid van de jaren ’90 meer kapot heeft gemaakt dan ons lief is. Degenen die individuele vrijheid en autonomie als hoogste goed zagen, hebben over het hoofd gezien wat een samenleving leefbaar maakt en bijeenhoudt: gemeenschappelijke waarden, het besef dat een individu niet zonder gemeenschap kan.”

[Vervolg LIBERALISME: pagina 2]

LIBERALISME

Burger heeft bedenkingen bij zijn vrijheid

[Vervolg van pagina 1] Rouvoet raakte een gevoelig punt. Ook sommige links-liberalen zélf vragen zich nu hardop af of het niet toch anders moet. De PvdA, vanouds de partij die streed voor gelijkheid, is de laatste jaren opgeschoven in liberale richting. In 2005 nam de PvdA een nieuw Beginselmanifest aan, dat met het woord ‘vrijheid’ begon. Maar de laatste maanden praten de sociaal-democraten weer over fatsoen. Kamerlid Jeroen Dijsselbloem bekritiseerde ‘gangsta-clips’ op MTV en de gettocultuur in gevangenissen. Hij wijst erop dat je jezelf niet te makkelijk als uitgangspunt moet nemen als je in een beschermde omgeving woont. In de Volkskrant zei hij daarover: „Mensen die neerbuigend doen over normen en waarden, zitten er zelf meestal heel goed in. Hun kinderen komen niet in de problemen.”

Socioloog Dick Pels, zelf lid van GroenLinks en oprichter van de links-liberale denktank Waterland, vindt het „om treurig van te worden”. Met heimwee denkt hij terug aan de Vrijzinnig Democratische Bond, een links-liberale partij die in 1946 opging in de PvdA. Dat was een partij zoals je ze tegenwoordig niet meer ziet, vindt hij. De partij kwam op voor het individu, was voor de emancipatie van vrouwen, had oog voor de plek van Nederland in de wereld. Pels denkt er al langer over de VDB opnieuw op te richten. Hij is het idee met een groepje geestverwanten aan het uitwerken, zegt hij. Het moet een ideeënpartij worden, die het socialisme van Joop den Uyl moet verbinden aan de vrijheid van het individu. Maar die ook de schaduwzijden van de verworvenheden van de jaren zestig en zeventig benoemt. Zo’n partij bestaat nu niet, vindt Pels.

Probleem is dat mensen zoveel willen, zegt hij. Ze willen vrij zijn, maar willen ook dat er regels zijn. Ze zoeken naar onafhankelijkheid, maar ook naar gemeenschapszin. Ze vinden dat iedereen zichzelf moet zijn, maar schrikken van erotische billboards. Van der Lans is het daarmee eens. Het was liberaal dat prositutie eind vorige eeuw is gelegaliseerd. Maar nu GroenLinks in Amsterdam prostituees als gewone ondernemers beschouwt die een startsubsidie verdienen, gaat hem dat te ver. „Zo’n gedachte is goed bedoeld, maar je kunt hem niet volhouden. Ik ben vrijzinnig, maar heb ook bedenkingen bij de seksualisering van de publieke ruimte. Dat wil ik kunnen zeggen zonder het verwijt dat ik de geest van de jaren zestig aantast.”

De liberale boodschap aanpassen om in te kunnen spelen op de veranderde tijdgeest – Pechtold is er tegen. „Voor het economisch liberalisme van marktwerking was de tijd duidelijk nog niet rijp. Maar cultureel liberalisme moeten we blijven uitdragen.” Hij wil graag in debat met de ChristenUnie, om de verworvenheden van liberaal beleid te verdedigen: abortus en euthanasie, maar ook het drugs- en tbs-beleid. Pels’ en Van der Lans’ pleidooien lijken op „water bij de wijn doen”. „Ik wil juist de verschillen laten zien.”

VVD-leider Mark Rutte zette zich deze week in het blad Opinio af tegen het kabinet. Dat probeert „van bovenaf een bezielend verband op te leggen.” Hij noemt de boodschap van het liberalisme „onwrikbaar”: de ontplooiing van het individu staat centraal, de samenleving is open. „De sociale samenhang komt dan vanzelf.”

Zijn partijgenoot Geert Dales ziet een „gouden toekomst” voor het liberalisme. „We zien nu wat het kabinet bedoelt met antiliberaal beleid. Het praat met organisaties, met zaakwaarnemers van de burger.” In Pels’ nieuwe partij ziet hij niets. „Er is maar één grote liberale partij, dat is de VVD.”