Terug naar het vrijdenken

Morgen praten VVD, D66 en GroenLinks over zichzelf.

De liberalen staan buitenspel – hoog tijd voor een nieuwe liberale partij.

Er was eens een partij, die nog liberaal van het verfijnde soort was. De partij kwam op voor het individu, was voor de emancipatie van vrouwen, had oog voor de plek van Nederland in de wereld, was progressief, gaf ruimte aan bedrijven zonder de overheid buitenspel te zetten. En zo een partij moet er wéér komen, vindt socioloog Dick Pels. „Het moet een leuke, positief ingestelde partij worden.”

Pels heeft het over de Vrijzinnig Democratische Bond, een links-liberale partij die in 1946 opging in de PvdA. Pels, lid van GroenLinks en oprichter van de progressieve denktank Waterland, denkt er al langer over de allang ter ziele gegane VDB opnieuw op te richten. Hij is het idee met een groepje geestverwanten aan het uitwerken, zegt hij. Het moet een ideeënpartij worden, die het socialisme van Joop den Uyl moet verbinden aan de vrijheid van het individu. Maar die ook de schaduwzijden van de verworvenheden van de jaren zestig en zeventig benoemt. Zo’n partij bestaat nu niet, vindt Pels.

Dit is wat Pels dwars zit: de partijen die zich nog liberaal noemen, komen er niet meer aan te pas. Ze hebben het te druk met zichzelf na grote verkiezingsnederlagen. Bij de laatste Tweede-Kamerverkiezingen verloren de liberalen van VVD en D66 fors. Hoe meer GroenLinks tegen het liberalisme aankruipt, des te meer zetels verliest de partij van Femke Halsema. En in de PvdA is een kortstondige liberalere wind gaan liggen na de deelname van de sociaal-democraten aan het vierde kabinet-Balkenende. Pels: „Het is om treurig van te worden.”

Dit weekeinde organiseren VVD en D66 een partijcongres. Ze gaan praten over de actualiteit, maar ook over de koers van de partij. Ook GroenLinks houdt een partijbijeenkomst, waarin de liberale koers van partijleider Femke Halsema ter discussie zal staan. Erg gezellig belooft het niet te worden op de drie congressen – binnen de partijen leeft onvrede.

„We hebben het initiatief uit handen gegeven”, zegt VVD-kopstuk Geert Dales. Hij is burgemeester van Leeuwarden en schreef in 2005 mee aan het Liberaal Manifest van de VVD, dat intern gezien werd als een poging van de VVD een vrijzinniger partij te maken. „Een paar jaar geleden kraaide het liberalisme nog victorie, iedereen geloofde er nog in. Het komt en het gaat.” Alexander Pechtold, leider van D66, zegt: „Het liberalisme heeft in november een enorme tik opgelopen. Het is bezig daarvan bij te komen.”

Lange tijd bepaalden de liberalen de politieke agenda. Op een onderbreking tussen 1989 en 1994 na, heeft de VVD de afgelopen decennia onafgebroken geregeerd. Acht jaar lang, tussen 1994 en 2002, zelfs samen met D66 en de PvdA. In de eerste drie kabinetten-Balkenende slaagde de VVD er nog in liberale accenten te leggen in het regeringsbeleid. Pechtold: „Ineens kroop iedereen onze liberale kant op. De PvdA werd liberaal, GroenLinks ging ermee koketteren.”

Maar nu het CDA regeert met de PvdA en de ChristenUnie, neemt het kabinet juist afstand van het liberalisme. Niks individu, sámen leven, sámen werken. Pechtold: „De VVD heeft het druk met Wilders en, in de eigen partij, met Verdonk. Femke Halsema is in discussie met haar achterban, de PvdA is bang voor de populariteit van de SP. Er blijft weinig over.”

André Rouvoet, vice-premier en leider van de ChristenUnie, verwees het liberale gedachtegoed twee weken geleden, tijdens een partijcongres in Lunteren, bijna triomfantelijk naar de prullenbak. Er is veel kritiek van „politici van links-liberale snit” op de vermeende spruitjesgeur van het nieuwe kabinet, zei Rouvoet. Hij noemde de critici ‘libertijnen’, die „hopeloos achter de feiten aanlopen”. „Mensen in Nederland zien in dat de morele vrijblijvendheid van de jaren negentig meer kapot heeft gemaakt dan ons lief is. Degenen die individuele vrijheid en autonomie als hoogste goed zagen, hebben over het hoofd gezien wat een samenleving leefbaar maakt en bijeen houdt: gemeenschappelijke waarden, het besef dat een individu niet zonder gemeenschap kan.”

Rouvoet raakte een gevoelig punt. Ook sommige links-liberalen zélf vragen zich nu hardop af of zij de tijdgeest eigenlijk wel goed begrepen hebben. Lange tijd streden ze voor de maximale ontplooiing van het individu. Praten over de normen van de gemeenschap waarbinnen dat individu leeft, klonk al snel als „truttige opa-praat”, zegt Eerste-Kamerlid Jos van der Lans van GroenLinks.

Van der Lans, die zichzelf „vrijzinnig en liberaal” noemt, schreef onlangs een essay voor het partijblad De Helling. ‘Aansluiting gemist’, was de kop. „Wij moeten leren de tijd beter te verstaan. Natuurlijk moeten we pal staan voor de verworvenheden van de jaren zeventig. Maar ik wil ook dat we over de uitwassen van de seksualisering van de samenleving kunnen praten zonder voor oerconservatief te worden uitgemaakt.”

De PvdA, van oudsher de partij die streed voor gelijkheid, is de laatste jaren opgeschoven in liberale richting. In 2005 nam de PvdA een nieuw Beginselmanifest aan, dat met het woord ‘vrijheid’ begon. Maar de laatste maanden praten de sociaal-democraten weer over fatsoen. Kamerlid Jeroen Dijsselbloem bekritiseerde ‘gangsta-clips’ op MTV en de gettocultuur in gevangenissen. Hij wijst erop dat je jezelf niet te makkelijk als uitgangspunt moet nemen als je in een beschermde omgeving woont. In de Volkskrant zei hij daarover: „Mensen die neerbuigend doen over normen en waarden, zitten er zelf meestal heel goed in. Hun kinderen komen niet in de problemen.”

Probleem is dat mensen zoveel willen, zegt socioloog Dick Pels. Ze willen vrij zijn, maar willen ook dat er regels zijn. Ze zoeken naar onafhankelijkheid, maar ook naar gemeenschapszin. Ze vinden dat iedereen zichzelf moet zijn, maar schrikken van erotische billboards.

Jos van der Lans is het daarmee eens. Hij geeft het prostitutiebeleid als voorbeeld. Naar goed liberaal gebruik is die eind vorige eeuw gelegaliseerd. Maar nu zijn GroenLinks in Amsterdam prostituees als gewone ondernemers beschouwt die een startsubsidie verdienen, gaat hem dat te ver. Van der Lans: „Zo’n gedachte is goed bedoeld, maar je kunt hem niet tot het einde toe volhouden. Ik ben vrijzinnig, maar heb ook bedenkingen bij de seksualisering van de publieke ruimte. Dat wil ik kunnen zeggen zonder het verwijt dat ik de geest van de jaren zestig aantast.”

Vrijzinnig-liberale politiek is vaak ons-soort-mensenpolitiek. Het doet Jos van der Lans denken aan de personages uit het boek De literaire kring van Marjolein Februari. „Intellectuele, prettige mensen die macht hebben en praten over globalisering en individuele vrijheden. Maar er zijn ook mensen die buiten die kring staan en waar zij geen verantwoordelijkheid voor nemen.”

Wat nu? De liberale boodschap aanpassen om in te kunnen spelen op de veranderde tijdgeest? Nee, zegt Alexander Pechtold. „Voor het economisch liberalisme van marktwerking was de tijd duidelijk nog niet rijp. Maar cultureel liberalisme moeten we blijven uitdragen.” Pechtold wil graag in debat met de ChristenUnie, om de verworvenheden van liberaal beleid te verdedigen: abortus en euthanasie, maar ook het drugs- en tbs-beleid. Pleidooien als die van Pels en Van der Lans vindt hij „al snel klinken als water bij de wijn doen”. „Ik wil juist de verschillen laten zien.”

VVD-leider Mark Rutte schreef deze week een essay in het blad Opinio, waarin hij zich afzet tegen het kabinet. Dat probeert „van bovenaf een bezielend verband op te leggen”, zegt Rutte. De VVD-leider noemt de boodschap van het liberalisme „onwrikbaar”: de ontplooiing van het individu staat centraal, de samenleving is open. „De sociale samenhang komt dan vanzelf.”

Ruttes partijgenoot Geert Dales ziet een „gouden toekomst” voor het liberalisme. „We zien nu langzaam wat het kabinet bedoelt met antiliberaal beleid. Het praat met organisaties, met zaakwaarnemers van de burger.” In de nieuwe partij van Dick Pels ziet Dales niets. „Er is maar één grote liberale partij, dat is de VVD.”