Sarkozy, Bush en de grote ambities van klein Albanië

Even was onduidelijk waar Nicolas Sarkozy was gebleven, tot hij opdook op Malta. Aan boord van het plezierjacht van een bevriende miljardair bleek hij bij te komen van de vermoeiende campagne. En op het eiland hield hij joggend zijn conditie op peil en rechtvaardigde hij en passant tegenover de pers het luxueuze uitje.

De symboliek! riepen sommigen in Frankrijk verontwaardigd. Het land krijgt straks een president van de rijken! En politieke commentatoren, amper bijgekomen van de verkiezingsuitslag, bogen zich meteen over de vraag of dit de eerste public-relationsblunder van de nieuw gekozen president was, of juist een opzettelijke provocatie van de betweters van links, die hem het leven de afgelopen maanden zo zuur hadden gemaakt.

Het is verleidelijk je even voor te stellen hoe de keuze in het kamp van Sarkozy werd gemaakt. St. Tropez? Te gewoon. Palm Beach, Florida? Zou zeker ook inslaan als een bom, maar kan altijd nog. Crawford, Texas? Symboliek is mooi, maar er moet wel wat te genieten blijven. Kortom: op een sjiek jacht, zo’n drijvend uithangbord van rijkdom, naar Malta – een nieuwe, maar nog nauwelijks opgevallen lidstaat van de Europese Unie. Frankrijk is immers, zoals Sarkozy zondagavond in zijn overwinningsrede zei, weer terug in Europa. Wie symboliek wil kan het krijgen.

Als miljardairsvriendje of politiek adviseur had ik het niet durven voorstellen, maar Sarkozy had ongetwijfeld nóg meer opzien gebaard met een andere mediterrane bestemming. Ook lekker weer, ook ver van Frankrijk, en ook in Europa – alleen voorlopig nog geen lid van de Europese Unie. En George Bush gaat er binnenkort óók heen. Inderdaad: Albanië.

Een oord van luxe, calme et volupté kun je het kleine, straatarme en door corruptie geplaagde Balkanland nog moeilijk noemen. Maar vijftien jaar na het einde van de communistische dictatuur, die de bevolking in een ijzeren isolement hield, en tien jaar na de ineenstorting van praktisch het hele staatsapparaat na de massale financiële paniek door frauduleuze piramidefondsen, is Albanië hard bezig om zich te herstellen en aansluiting te zoeken bij de buitenwereld.

Wie er gaat kijken ziet dat tussen de diepe armoede het begin van een middenklasse in opkomst is. Dat allerlei vrije jongens, al dan niet binnen de wet, hard aan de weg timmeren om iets van hun leven en hun land te maken. En dat de burgemeester van Tirana er in geslaagd is om delen van de hoofdstad zowaar een aantrekkelijk aanzien te geven, onder meer door troosteloze Oostblokflats te laten beschilderen met felle kleuren en vrolijke patronen. En een wijk met de weinig feestelijke naam Het Blok blijkt een levendig netwerk van straatjes met terrassen, cafés, restaurants en boetieks te zijn, dat in Italië (of Malta) niet uit de toon zou vallen.

Het land wil weer bij de wereld horen, en hoopt dat te bereiken door te streven naar lidmaatschap van de NAVO en de Europese Unie. Militair mag Albanië niet veel voorstellen, maar het heeft wél troepen in Afghanistan, Irak en Bosnië. En als president Bush – mede daarom – in juni na de top van de G8 in Duitsland een paar uur in Albanië langskomt, dan is dat voor de Albanezen dan ook een grote gebeurtenis.

Bush kan verwachten dat hij eindelijk weer eens enthousiast wordt toegejuicht. En de Albanezen zien de eer die hij hun bewijst als weer een stapje in de richting van de NAVO. Amerika is er zó geliefd dat menige Albanees zijn land eigenlijk liever als de 51ste deelstaat zou zien, dan als lidstaat van de Europese Unie. Maar dat laatste streven is al moeilijk genoeg.

Over ongeveer alles zijn de Albanese politieke partijen het met elkaar oneens, bijna uit principe, maar achter het woord ‘europeanisering’ sluiten zich de rijen. Het is geen droom, zegt burgemeester Edi Rama in zijn fraaie stadhuis, wij zijn een slapeloos volk, we hebben onze ogen open. Aansluiting bij Europa is een visie, die ons helpt de strijd aan te gaan met de alledaagse problemen en het gebrek van waarden in de politiek, aldus Rama, die als voorzitter van de Socialistische Partij ook leider van de oppositie is.

Albanië beseft dat het nog een hele lange weg te gaan heeft. Dat zijn imago nog sterk bepaald wordt door de grote rol die de georganiseerde misdaad er opeist. En dat het maar een bescheiden landje is, terwijl de hele westelijke Balkan bij de EU op de stoep staat.

Maar die hele regio, aan alle kanten ingesloten door EU-landen, zal toch ooit in de Unie opgenomen moeten worden?, spreekt men zich in Albanië (en buurlanden) moed in. Je kunt ons toch niet voorgoed in quarantaine houden? De kosten van ons apart te houden zijn groter dan de kosten van opname in de EU, zegt journalist Remzi Lani, directeur van een instituut dat ijvert voor betere media in Albanië. Maar hij vreest dat de Unie naar redenen zoekt om zijn land buiten de deur te houden. Europa staat voor een morele test, zegt hij. Als Bulgarije wél bij Europa hoort, waarom wij dan niet?

Een land als Albanië kijkt daarom gespannen naar de nieuwe generatie leiders die in Europa aantreedt. Ook in deze uithoek hangt er veel vanaf hoe Sarkozy en Brown zich ontpoppen, of zij de Europese Unie weer op gang weten te brengen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad