Pubers achter het stuur

De nieuwste Italiaanse rage: autorijdende pubers.

Pubers van veertien of vijftien met een brommerrijbewijs achter het stuur van een auto. Je ziet het steeds meer in Rome, vooral in de rijkere buurten. Het gaat om kleine wagentjes, kleiner dan de Smart, met een 50 cc motor. De autootjes hebben namen als Aixam, Ligier, Italcar, Isigò. Er zouden er al 5000 van rondrijden in Rome en omstreken.

In Nederland worden de autootjes, die maximaal 45 km per uur mogen rijden, vooral gebruikt door ouderen en minder valide personen. Maar in Rome zijn ze uitgegroeid tot hét statussymbool onder de jeugd van chiquer komaf. Ouders trakteren hun zonen en dochters voor hun verjaardag op het kleinood. Geen goedkope gift: de prijs varieert tussen de 9.000 en 13.000 euro.

„Het is makkelijk, je wordt niet nat als het regent’’, vertelt een jonge eigenaar van zo’n karretje, dat maar met moeite de Romeinse heuvelen bedwingt. „Je kunt lekker muziek luisteren en in alle rust een sigaretje opsteken.’’

Het autootje biedt de jongeren de kans om zich groot te voelen in een tijdperk waarin de puberteit steeds korter wordt en jongeren steeds sneller volwassen willen worden, zo psychologiseert de krant La Repubblica deze week. De kinderen mogen deelnemen aan wat alles en iedereen in Rome beheerst: het verkeer. Rome, met zijn 2,5 miljoen inwoners, is met één auto per inwoner de drukst bereden stad van Europa.

De minicars vormen een nieuw gevaar in het toch al zo chaotische verkeer. De opleiding voor het brommerrijbewijs is volgens de politie onvoldoende om kinderen ook een auto te laten besturen. Jaarlijks raken 200 minicars bij ongelukken betrokken. En de autootjes zijn niet bestand tegen botsingen met de vele ‘PC Hooft-tractors’ die zich in de dagelijkse files aaneenrijgen.

Terwijl de pubers genieten van hun nieuwe status, besluiten ook steeds meer vaders op middelbare leeftijd weer een scooter aan te schaffen. Zij zijn het drukke verkeer beu. Gehelmd slalommen ze om de files heen, waarin hun verwende zoontjes op weg naar volwassenheid hun pas verworven plekje koesteren.

Bas Mesters