Museumplein

In zijn boeiende column over het Museumplein in het Cultureel Supplement van 4 mei verwoordt H.J.A. Hofland zijn kritiek op beschaafde wijze. Maar van mij had hij keihard uit de hoek mogen komen om de knullige besluitvorming over en de gebrekkige ontwerpen voor dit plein aan de kaak te stellen.

Een plein moet zorgvuldig worden ingericht. Waarom wordt er dan niet goed gekeken naar succesvolle pleinen elders in de wereld waar liedjes over gecomponeerd zijn, romans op gebaseerd waarvan tientallen ansichtkaarten getuigen van de unieke sfeer en warmte. Is het zo moeilijk te formuleren waarom zulke pleinen zo geliefd zijn dat mensen zelfs op hun sterfbed nog eenmaal aan die onvergetelijke avond op dat plein denken?

In de Middeleeuwen zijn de meeste goede pleinen ontstaan. De functie ervan was vaak een marktplaats waar jong en oud, stad en platteland, burger en boer elkaar ontmoeten. Maar een plein is ook plaats voor een vrijblijvende ontmoeting van vrienden en bekenden in koffiehuizen, cafés, restaurants. Op een modern goed plein komen mensen om andere mensen te ontmoeten, om iets te beleven.

Middeleeuwse pleinen hebben vaak een rechthoekig oppervlak met een kerk, een stadhuis, een lakenhal of iets dergelijks. Ruim en zonnig is zo’n plein, vaak met een bebouwing die geen hinderlijke schaduw geeft.

Op een goed plein staat een gebouw of een monument met trappen die uitnodigen om op te gaan zitten. Gras is niks: een plein is geen malieveld of een plantsoentje. Ik kom vaak in Rotterdam,vandaar dat ik kan zeggen: een plein met rubbertegels, gaatjesplaat, tochtige straatjes naast hoge gebouwen met slagschaduwen is niks.

Van een plein verwacht een mens niet anders dan rust, veiligheid, intimiteit, zon of een beetje schaduw, ontspanning, ruimte, een beetje bedrijvigheid en wat mensen om zich heen.

Amsterdam