Minuscule verstekelingen

Over twee jaar mogen schepen hun ballastwater niet zomaar meer lozen.

Op Texel wordt een Duitse zuiveringsinstallatie getest.

Via ballastwater van schepen worden verstekelingen over de wereld verspreid, zoals de zebra- of driehoeksmossel. Foto KINA/US Geological Service De zebra- of driehoeksmossel Dreissena polymorpha (foto), de kamkwal Mnemiopsis leidyi, en de Amerikaanse zwaardschede Ensis directus verspreidden zich over de wereld in het ballastwater van schepen, ook naar Nederland. Foto’s KINA/US Geological Service KINA/US Geological Service

De slijmalg Phaeocystis vormt deze maanden weer dikke lagen schuim voor de voeten van Nederlandse badgasten. Maar algoloog Marcel Veldhuis, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel, spreekt van een „prachtige bloei”. Het is ook nuttig: het algenrijke zeewater rond Texel wordt door Veldhuis gebruikt om apparatuur te testen die het Duitse bedrijf Hamann heeft ontwikkeld voor het milieuvriendelijk reinigen van ballastwater uit vrachtschepen. Moderne vrachtschepen nemen soms wel honderdduizend kubieke meter water aan boord om ook zonder lading stabiel en veilig te varen. Vanaf 2009 eist de International Maritime Organisation (IMO), een tak van de Verenigde Naties, dat dit ballastwater grotendeels vrij is van levende organismen of kiemen.

De reiniging van ballastwater moet voorkomen dat meeliftende dier- of plantsoorten (invasive species) rampen veroorzaken in de landen van bestemming van vrachtschepen. Zo heeft de zebramossel die vanuit de Zwarte Zee in het Grote Merengebied terecht is gekomen in Amerika voor grote schade gezorgd. Hij kwam ook in Nederland terecht, maar dat geeft tot nog toe geen grote problemen.

De Duitse overheid heeft het NIOZ gevraagd de apparatuur van Hamann te testen en te keuren. Ook het Nederlandse bedrijf Greenship ontwikkelt een systeem voor het reinigen van ballastwater, maar dat wordt niet door het NIOZ getest. De officiële stempels moeten nog worden gezet, maar Veldhuis is er eigenlijk wel uit: de installatie van Hamann is zeer geschikt om het ballastwater zo te zuiveren dat het voldoet aan de IMO-normen. Per kubieke meter mogen er minder dan tien levende organismen in het ballastwater overblijven die groter zijn dan 0,05 millimeter en minder dan tienduizend van 0,01 tot 0,05 millimeter.

Wel plaatst Veldhuis een kanttekening bij de IMO-normen. Die zijn ‘halfbakken’. „Het water mag altijd nog een paar deeltjes bevatten, terwijl je er eigenlijk naar zou moeten streven om het geheel kiemvrij te maken. Voor organismen groter dan 0,05 millimeter is dat in principe best mogelijk. En één kiem kan het begin zijn van een nieuwe ramp.”

Veldhuis heeft ook een probleem met de ondergrens van 0,01 millimeter die wordt gesteld aan weg te zuiveren organismen: „Veel toxische algen zijn kleiner.” En juist giftige rode algen worden mondiaal een steeds groter probleem. „Het is best mogelijk dat de slijmalg er in onze wateren nu nog voor zorgt dat giftige algen geen kans maken”, zegt Veldhuis. „Maar de introductie van een vreemde soort die zich hier op zijn gemak voelt, zou daarin best verandering kunnen brengen.”

Veldhuis verwacht dat de IMO-regels in de toekomst zullen worden aangescherpt. De VS, bevreesd voor aanslagen met scheepsladingen vol giftige micro-organismen, zijn voorstander van nog strengere regels. De Europese Unie heeft het IMO-verdrag nog niet geratificeerd. De huidige eisen zijn een politiek compromis, zegt Veldhuis. „Een land als Brazilië zou liever zien dat schepen hun ballastwater midden op zee een paar keer doorspoelen, maar dat heeft in het verleden al tot ongelukken geleid.”