Lustoord & moordpark

Liters theaterbloed vloeien in de opera ‘Die Gezeichneten’ van Franz Schreker. De Nederlandse Opera brengt dit werk, dat vlak na de Eerste Wereldoorlog in première ging, nu in een enscenering van Martin Kušej. „‘Die Gezeichneten’ kondigt het einde van een tijdperk aan.”

Martin Kusej foto AP Director Martin Kusej watches intently during a dress rehearsal of the opera "Don Giovanni" by Wolfgang Amadeus Mozart on Wednesday July 24, 2002 in Salzburg, Austria in preparation for the plays premiere at Salzburg's Festival July 27. (AP Photo/Rudi Blaha) theatermaker, opera-scenarist Associated Press

Een naakte, verminkte man staart walgend in een spiegel. Hij trekt met zijn ogen, spert zijn kaak in een leeuwengeeuw. Zo weerzinwekkend vindt hij zichzelf, dat hij de spiegel breekt en zich met de scherven verder toetakelt. Uit de orkestbak klinkt in schril contrast een sprookjesachtige melodie die smachtend voorwaarts schrijdt.

De opera Die Gezeichneten – De Getekenden – uit 1918 van componist Franz Schreker is een vat vol tegenstrijdigheden, zowel theatraal als muzikaal. Dat begint al bij de onaardse schoonheid van de prelude waarmee de opera aanvangt. Klagende strijkers worden gerustgesteld door lieflijke houtblazers, die door de celli dan weer in een ambivalent licht worden geplaatst. Het is muziek van een onontkoombare dramatische zuigkracht. Straussiaans, maar schaamtelozer in haar praalzucht. Muziek die verduidelijkt waarom de populariteit van Schreker in zijn eigen tijd met soms wel zeven verschillende producties van één opera per seizoen, die van Strauss en Wagner overtrof. Totdat Schrekers voorkeur voor klankopulentie, zinnelijkheid en symbolisme uit de mode raakten, en zijn muziek in de jaren dertig door de nationaal-socialisten als ‘entartet’ in de ban werd gedaan.

„Schreker is een vat vol dubbelzinnigheden”, beaamt dirigent Ingo Metzmacher. Na een eerdere, succesvolle samenwerking in een productie van de eveneens als ‘entartet’ bestempelde opera Die tote Stadt (1920) van Korngold, leidt hij vanaf volgende week opnieuw het Koninklijk Concertgebouworkest in acht voorstellingen van Die Gezeichneten. „De manier waarop Schreker omgaat met tonaliteit is fascinerend en veelzeggend. Die Gezeichneten begint met twee harmonieën die tegen elkaar schuren en blijven schuren. Zoals het woord twilight afstamt van two lights, zo ook komt het schemerige karakter van Schrekers muziek voort uit de wrijving tussen die twee harmonieën. Ik houd van deze muziek, van de overdadig romantische klankstromen die te mooi klinken om waar te zijn. Schreker balanceert op de grens van twee tijden. Zijn muziek toont de laatste glimp van een verloren schoonheid. Die schoonheid is er nog net, maar hij krijgt al barstjes.”

Het interessante aan Die Gezeichneten is dat de opera die verwonde schoonheid niet alleen vertegenwoordigt, maar ook behandelt. Het libretto, dat Schreker zelf schreef en dat aanvankelijk bedoeld was voor collega-componist Alexander von Zemlinksy, gaat over de mismaakte edelman Alviano. Als compensatie voor zijn lelijkheid heeft hij een paradijselijk privé-eiland ingericht. ‘Elysium’ is bedoeld als toevluchtsoord – een plaats waar de schoonheid ongestoord kan floreren. „De schoonheid moet de buit van de sterke zijn”, vindt Alviano. Maar de plaatselijke edelmannen interpreteren dat motto en het ‘lustoord’ moedwillig verkeerd. Ze ontvoeren prille burgermeisjes naar het eiland, waarna ze ze verkrachten en vermoorden. Alviano doet niet mee. Hij wordt verliefd op de schilderende burgemeestersdochter Carlotta, zelf ‘getekend’ door een hartkwaal die opwinding fataal kan doen zijn. Ze wil Alviano schilderen en verleidt hem, maar hij ziet bezorgd af van de daad. De aantrekkelijke alfaman Tamare ziet dat anders en sleurt Carlotta naar zijn grot, waarop ze verzaligd sterft.

De Amerikaanse sopraan

Jeanne-Michèle Charbonnet debuteert in de rol van Carlotta – in deze productie overigens geen schilderes, maar een fotografe. „En een sociopate, hoor!”, nuanceert ze lachend. „Carlotta heeft totaal geen besef van normale interactie tussen mensen. Ze is belust op roem en koestert het hoogmoedige streven de menselijke ziel op papier te vangen. Ze verleidt de mismaakte Alviano om zijn gezichtsuitdrukking in extase te zien en vast te leggen. Tsja!”

Met haar laatste adem kreunt Carlotta nog verlangend de naam van haar aanrander, en vraagt dan om een slokje water, of nee: toch liever wijn. Charbonnet zucht. „Ik kan me alleen in haar verplaatsen door te denken dat iemand met een hartkwaal vast ook te weinig zuurstof in zijn hersenen krijgt. Alleen dat kan verklaren waarom ze zich uiteindelijk in totale verwarring seksueel inlaat met jan en alleman. Dat ze Alviano verleidt en daar zelf ook zin in heeft, geloof ik overigens wél. Hij is mismaakt, maar ik denk dat ze zich daardoor ook prettig bij hem voelt. Welke vrouw is niet stiekem onzeker over zichzelf? God, wat een treurige opera is het toch. Alle personages zijn willoze speelballen van hun lustgevoelens.”

Opvallend aan Die Gezeichneten is de opbouw van de scènes. Ensembles dunnen uit tot een duet, scènes lopen organisch in elkaar over. „Dat is de invloed van de film”, verklaart dirigent Ingo Metzmacher. „Het idioom waarin componisten als Schreker en Korngold componeerden, werd later overgenomen door filmmuziek. Omgekeerd zie je ook dat Schreker filmtechnieken gebruikt, zoals fade-in en fade-out. Opera speelde toen maatschappelijk de rol die film nu speelt. Dat de bizarre plot van Die Gezeichneten in 1918 zo enorm aansloeg, zegt veel over de toenmalige tijdgeest.”

De wereldpremière van Die Gezeichneten in de regie van de Oostenrijkste theaterregisseur Martin Kušej (45), was in 2002 al te zien in Stuttgart. De in Kušejs enscenering gekozen ‘middenweg tussen Frankenstein en fascisme’ (Die Welt), zijn ‘aanklacht tegen wie in barbaars asociale zelfverwezenlijking en hedonisme over lijken gaat’ (Frankfurter Allgemeine Zeitung) waren een doorslaand succes. In Amsterdam wordt de productie opnieuw ingestudeerd onder leiding van een assistent. Kušej arriveert twee weken voor de première voor de puntjes op de i. Want al is het een herneming, door de abnormale breedte van het Amsterdamse Muziektheater en het feit dat een deel van de cast de opera voor het eerst zingt, eist de productie alle aandacht op.

Kušej is vandaag aangekomen.

Zijn vroegere betrekkingen als surfleraar en melkfabrieksarbeider zijn nog af te zien aan zijn intimiderende fysiek. Hij is boos. Een scène loopt nog niet zoals gepland, maar welke scène dat is, is geheim. Toeschouwers in de zaal zijn onwelkom, het bekijken van de dvd van de eerdere uitvoering in Stuttgart is verboden. „Na, machen wir es kurz”, bitst hij.

Kušej ensceneerde voor De Nederlandse Opera eerder Sjostakovitsj’ opera Lady Macbeth van Mtsensk in een productie die op briljante wijze zowel expliciet, tragisch, poëtisch als vindingrijk was. Schrekers Die Gezeichneten dateert uit het begin van het interbellum, ademt invloeden uit het fin de siècle en speelt in de renaissance. Maar voor Kušej vertelt Die Gezeichneten een eigentijds verhaal. „Theater heeft voor mij altijd te maken met de afgronden en de onzekerheden van de menselijke psyche”, zegt hij. „Maar Schrekers opera gaat wel heel diep de afgrond in, ook al wordt dat verdoezeld door romantische muzikale motieven en een bedrieglijke plaats van handeling. Renaissance? Laat me niet lachen! Er is geen sprake van wedergeboorte, alleen van ondergang. Ik zie de maskerade die voorkomt in de derde akte wat dat betreft als een sleutelscène. Maskerades zijn altijd tekenen van verval; speelse voorafschaduwingen van het einde van een tijdperk.”

Dat is waar het in Die Gezeichneten over gaat, vindt Kušej. „Schreker heeft het gedachtengoed van Nietzsche, Schopenhauer, Wagner en Freud in zich opgenomen en door elkaar gehusseld. Decadente visioenen over de ondergang van de wereld – daar smulde het publiek van in Schrekers tijd.” Kušej trekt een afkeurend gezicht. „Daarom was Die Gezeichneten toen ook een ontzettend populaire opera. Niet om de gelaagdheid van de thematiek, maar omdat de toeschouwer een beetje lekker mee kon zwelgen met de getoonde perversies. Een beetje aanstootgevend maar niet te. Dat vinden mensen lekker. Sensationeel, en toch comfortabel.”

Kušej staat zulk aangenaam zwelgen niet toe. „Mijn kwaliteit als theatermaker is het tot het uiterste doorvoeren van het onderwerp van een opera of toneelstuk.” Die Gezeichneten is vermoedelijk de orgierijkste opera uit de muziekgeschiedenis, en om die kwaliteit worden hier dan ook geen doekjes gewonden. De slotscène toont open en bloot een groepsslachting van verkrachte burgermeisjes tussen kille stalen stellingen. Liters theaterbloed vloeien. „Uiteraard”, erkent Kušej. „Die Gezeichneten gaat over het vermoorden van schoonheid. Het paradijs dat de ‘lelijke mens’ Alviano wilde oprichten als ode aan de schoonheid, is een moordpark geworden. Dat laat ik dan ook zo zien; daar gaat het over.

„De bedoeling was ‘de schoonheid aan de sterksten te gunnen’, heet het in het libretto. Die Gezeichneten ontstond kort na de Eerste Wereldoorlog, maar dat motto wijst direct vooruit naar de nazi-ideologie. Schreker heeft dat voorvoeld.”

Voor Ingo Metzmacher,

chef-dirigent van De Nederlandse Opera, is Die Gezeichneten de eerste opera die hij dirigeert na de fel bekritiseerde reeks voorstellingen van Mozarts drie Da Ponte-opera’s (Così fan tutte, Le nozze di Figaro en Don Giovanni) afgelopen najaar. In de week van de laatste voorstelling maakte Metzmacher bekend zijn contract als chef-dirigent van De Nederlandse Opera niet te verlengen. Metzmacher gaf als reden op zich volledig te willen concentreren op zijn nieuwe chefschap van het Deutsches Sinfonie Orchester in Berlijn, dat komend seizoen ingaat. Maar door de timing van de bekendmaking was het moeilijk zijn besluit los te zien van de lauwe ontvangst van het grootscheepse Mozart-project.

Metzmacher: „Met dat gerucht moet ik dan maar leven. Ik had mijn besluit echt al voor de Mozart-voorstellingen genomen. Maar ik zal niet ontkennen dat de Mozart-opera’s me wel in mijn beslissing hebben gesterkt. Bespiegelingen over wat er was gebeurd als de Mozart-opera’s wél een succes waren geweest, acht ik verder niet zinvol. Maar ik heb wel geconcludeerd dat de manier waarop De Nederlandse Opera is georganiseerd, met een chef-dirigent zonder vast orkest, voor mij niet werkt. Je bent toch een soort generaal zonder troepen; met geen enkel orkest kun je de samenwerking echt opbouwen. Ik dacht aanvankelijk dat dat juist een voordeel zou zijn: veel verschillende projecten, veel verschillende orkesten. Maar misschien ben ik toch te zeer geworteld in de Duitse traditie: één man, één orkest. En ik richt me straks dus ook echt even puur op mijn eigen orkest in Berlijn.”

Door een veranderde smaak nam de de populariteit van Schrekers opera’s in de late jaren twintig af. Onder invloed van het nationaal-socialisme verschrompelde die populariteit in de jaren dertig helemaal. De herwaardering liet nog tot de jaren zeventig op zich wachten. Bij De Nederlandse Opera leefde de wens Die Gezeichneten uit te voeren al sinds de jaren tachtig – de tijd van oud-intendant Jan van Vlijmen. Pierre Audi nam het idee weer op, en benaderde het Koninklijk Concertgebouworkest.

Dirigent Metzmacher is blij dat juist het Concertgebouworkest Schrekers opera voor zijn rekening zal nemen. „Het Concertgebouworkest heeft een sterke band met het Duitse en Midden-Europese repertoire, maar óók met impressionistische muziek. Dat geldt voor Schreker in feite ook. Het raffinement van de Concertgebouworkestklank past bij de weelderigheid van Schreker, zoals het ook paste bij Korngolds Die tote Stadt ”.

Metzmacher is ook content dat de ‘entartete’ opera’s weer worden gespeeld, benadrukt hij. Lachend: „Wanneer ik straks geen chef meer ben bij De Nederlandse Opera, is een reprise van de Amsterdamse productie Die tote Stadt in het Royal Opera House aan Covent Garden de enige opera die ik voorlopig zal dirigeren.”

De Nederlandse Opera/Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher met ‘Die Gezeichneten’, vanaf 18/5 in Het Muziektheater, A’dam. Inl. en res.: 020 6255455; www.dno.nl