In vertrekstemming

Van een liefde die vriendschap bleef. Briefwisseling tussen J. Slauerhoff en Heleen Hille Ris Lambers, 1923-1936. Bezorgd door Wim Hazeu. Letterkundig Musem, 142 blz. € 23,50

De stemmingen van dichter, schrijver en scheepsarts J. Slauerhoff (1898-1936) konden sterk wisselen. Degenen die liefde of genegenheid jegens de stuurse dichter toonden, hadden daar moeite mee.

In de brieven die Slauerhoff aan zijn dierbare vriendin Heleen Hille Ris Lambers stuurde, getuigen van die hevige wisselingen in temperament. In een brief, van 6 september 1928 uit het Noorse Bergen, zorgt Slauerhoffs wispelturigheid zelfs voor ongewilde humor. Slauerhoff heeft zich tijdens de reis naar Bergen geërgerd aan ‘'t vele hollandsche touristenpubliek dat de grootsche landschappen bedierf door hun gezeur’. Meteen daarop volgt de mededeling, die ook wel enigszins zeurderig is: ‘Ik was heel beroerd van Edinburgh tot Noorwegen’.

Klachten schuilen er volop in deze brieven van de rusteloze Slauerhoff aan de verre, beminde vrouw in het Friese Jorwerd. Biograaf Wim Hazeu heeft ze gebundeld en bezorgd in een zorgvuldig uitgegeven, fraaie editie in de reeks Achter het Boek van het Letterkundig Museum. De titel Van een liefde die vriendschap bleef is juist gekozen: het tweetal kwam in al die tijd niet nader tot elkaar. Heleen Hille Ris Lambers is de dochter van dominee Lambers uit Jorwerd. Deze was belezen in uiteenlopende onderwerpen, van spiritisme tot Chinese filosofie, zoals Hazeu in zijn inleiding schrijft. Voor de prille dichter betekende de erudiete dominee veel.

In de brieven toont Slauerhoff een bittere kant van zichzelf. Hij is dagelijks op tragische wijze in gevecht met de eisen die het leven stelt en met zijn eigen complexe karakter. Wie ooit mocht denken dat Slauerhoffs melancholische ongedurigheid een soort literaire pose is, krijgt in deze brieven een beeld van de dichter als diep gekweld mens. Bovendien is het geen gezeur van Slauerhoff als hij schrijft zich ‘beroerd’ te voelen: Slauerhoff is aldoor zwaar ziek.

Literaire onderwerpen snijdt Slauerhoff niet aan. Hij uit zich vooral over dagelijkse beslommeringen, net als Heleen. Hun wederzijdse aanhankelijkheid is veel eerder een bron van zorg en een reden van ongeluk dan dat liefde een zaak van geluk is. Keer op keer, op dwingende wijze, wil Slauerhoff Heleen ervan overtuigen dat er voor hen nauwelijks toekomst is, al is zij voor hem de ‘grote liefde’. Het leven aan boord biedt de scheepsarts zorgen met onder meer mannen die zelfmoord willen plegen en complexe bevallingen. Slauerhoff bekent nergens interesse in te hebben. De havensteden over de hele wereld die de schepen aandoen, weet hij met een mooie pennenstreek neer te zetten. Een mooi neologisme dat hij maakt is ‘vertrekstemming’. Zo zou Slauerhoffs melancholie van nu af aan aangeduid moeten worden, met ‘vertrekstemming’.