Hulp bewust naar ‘lastig’ land

Nederland kiest bewust voor de moeilijke weg in het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. „In tegenstelling tot andere donorlanden kiest Nederland specifiek voor de armste landen, waardoor sommige programma’s risicovol zijn”, zei minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) gisteren bij de presentatie van een rapport waarin hij verantwoording aflegt voor de uitgaven van hulpgelden.

Nederland boekt gemengde resultaten, zo blijkt. Vorig jaar bedroegen de uitgaven 4,3 miljard euro. De minister hoopt het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in de samenleving te vergroten door de concrete resultaten van Nederland op dit gebied zichtbaar te maken.

In 2000 committeerden 150 wereldleiders zich aan de Millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties om de armoede te halveren in 2015. Volgens Koenders kiezen veel rijke landen in hun ontwikkelingsbeleid voor hulp aan landen waar relatief makkelijk succes is te behalen. Nederland doet dat niet. „We richten ons op de armste landen die het ’t hardst nodig hebben. De hulp aan partnerlanden die zich ontwikkelen tot middeninkomenslanden gaan we langzaamaan afschaffen.”

Desondanks wil Koenders benadrukken dat het Nederlandse beleid effectief is. Koenders: „Ontwikkelingssamenwerking werkt. Dat is de boodschap.” Hij wijst onder meer op de goede resultaten van de Nederlandse hulp op het gebied van onderwijs. „In 8 van de 14 partnerlanden zijn we hierin erg succesvol. Met name in Zambia, Oeganda en Mozambique is het aantal kinderen dat naar de basisschool gaat fors toegenomen.” Dat zorgt wel gelijk weer voor nieuwe problemen, erkent Koenders. „Door de enorme toename van kinderen die naar school gaan, zijn de klassen soms gegroeid tot 80, 90 leerlingen waardoor de kwaliteit van het onderwijs eerder is afgenomen dan toegenomen. De focus zal daarom verschuiven richting het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.”

Koenders kiest ook nadrukkelijk voor een zogenoemde sectorbenadering in plaats van een projectbenadering. „We bouwen niet alleen scholen, maar we proberen ook de organisatie van het ministerie van Onderwijs te verbeteren en we zetten een opleiding voor leraren op. Zo pakken we het hele onderwijssysteem aan.”

Het is de tweede keer dat het ministerie van Buitenlandse Zaken een resultatenrapportage presenteert over ontwikkelingssamenwerking. Het meten van de resultaten blijft volgens Koenders lastig, omdat statistieken in sommige landen ontbreken.