Hard als ’n laser, scherp als ’n razor?

Renate Dorrestein: Echt sexy. Contact, 222 blz. € 22,90 (geb.) en € 18,90. Het luisterboek, gelezen door de auteur, kost € 19,90.

Fiebie Koolveld heet ze, de heldin en vertelster van de nieuwe roman van Renate Dorrestein. Ze is dertien jaar en goedgebekt, zwerft door de grote stad, scheldt op de uitwassen van de grotemensenwereld maar heeft een heel klein hartje. En dus lijkt ze als twee druppels water op Holden Caulfield, de rebel zonder reden uit J.D. Salingers Catcher in the Rye. Wie de verwijzing niet meteen bij het lezen van Fiebies achternaam door heeft, krijgt van haar schepster nog een paar andere aanwijzingen. Twee keer in Echt sexy vraagt Fiebie zich af waar de eenden in het park heengaan als de vijver ’s winters bevriest (een van de beroemde motieven in The Catcher in the Rye), en drie keer wordt verwezen naar een gevandaliseerd Amsterdams standbeeld van een vanger in het koren: ‘een jongen uit een oudheidkundig verhaal […] hij ving je op wanneer je, spelend in het veld, bijna over de rand van de afgrond tuimelde.’

Wacht even, staat er een standbeeld van de Vanger in het Koren in Amsterdam? Nee natuurlijk. Echt sexy is een nabije-toekomstroman, en Dorrestein heeft haar best gedaan om haar dystopia zo origineel mogelijk aan te kleden. En zo afschrikwekkend mogelijk. In Dorresteins grotestadswereld hebben leraren het opgegeven om hun leerlingen iets bij te brengen, wordt er gedeald op het schoolplein, sluiten ouders en kinderen contracten met elkaar af om de dagelijkse omgang juridisch te regelen, dragen moeders kleinemeisjeskleertjes en hun dochtertjes de hoerige outfits die we kennen van de Sloggi- en H&M-billboards. Erger nog: niemand lijkt echt op te kijken als er van tijd tot tijd kleine meisjes spoorloos verdwijnen.

Een van die meisjes is Sacha, de beste vriendin van Fiebie, en haar verdwijning is de rode draad van Echt sexy. In haar pogingen om Sacha te vinden stuit Fiebie niet alleen op talloze phonies in de volwassen wereld (net als 55 jaar eerder haar literaire broertje Holden), maar ook op kinderrovers, pedofielennetwerkers, moordenaars, corrupte advocaten en ontaarde moeders. Hoewel ze als kind van een spermadonor en overleden junkie wel wat gewend is, gaat er voor haar een parallel universum open – iets waar al naar vooruitverwezen wordt in het begin van het boek, wanneer Fiebie quasi-argeloos zegt: ‘Het is een opwindend idee dat er werelden zijn die tegelijkertijd en toch onzichtbaar voor elkaar bestaan, maar stel dat je toevallig net in de verkeerde zou belanden, waar je niemand kende of waar je de taal niet verstond, dan was de lol er snel af.’

De lol gaat er inderdaad snel af, en niet alleen voor Fiebie. Hoe meer ze verstrikt raakt in het universum van schimmige telecombedrijfjes en opsporingsbureaus (met de veelzeggende naam Van Hamelen), hoe absurder en grover de dingen zijn die haar overkomen. Het dieptepunt is de moord op een enge puisterige jongen die haar achterna zit; hij wordt doodgeslagen met een weckfles vol sterk water waarin zich de laatste rest van Fiebies vriendinnetje bevindt: ‘een flamoes […] een bloody beflap, een dwars overlangs genaaide gleuf.’

Zelfs lezers die gepokt en gemazeld zijn in het gruwelkabinet-Dorrestein zullen bij deze scène even moeten slikken. Fijnzinnig was de Aerdenhoutse feministe al nooit, maar in haar beste romans (Een hart van steen, Ontaarde moeders) stonden de gruwelijkheden in dienst van een ijselijk realistisch verhaal. Niets van dat al in Echt sexy. Fiebies avonturen zijn té krankzinnig om serieus te nemen, waardoor ze als satire op de moderne bimbocultuur hun doel voorbijschieten. En voor een dystopische roman à la Margaret Atwood (A Handmaid’s Tale) zijn ze niet scherp genoeg. Trouwens, in wat voor toekomst bevinden we ons eigenlijk als Pamela Anderson, Tatum O’Neal en Johnny Depp nog de belangrijkste rolmodellen zijn?

Echt sexy is als zedenschets en toekomstsatire niet bepaald geslaagd. Maar dat zou geen probleem zijn als Dorrestein met Fiebie een overtuigende stem aan de Nederlandse literatuur had toegevoegd. Toegegeven, je went op den duur aan haar opgewonden stijltje, vol jongerentaal en rapritmes (‘Hard als een laser, scherp als een razor, dát is Fiebie Koolveld, dat is Fiebie Koolveld, gaat er vet voor, net een drilboor, nergens bang voor’), maar het duurt te lang – vooral omdat je voortdurend stuit op woorden die in het idioom van een moderne dertienjarige totaal niet passen, of het nu ‘wijdbeens’ is of ‘uitdagend’, ‘saamhorig’ of ‘bonje’, ‘louter’ of ‘gedecolleteerd’. Dat deed Dorresteins grote voorbeeld Salinger toch beter; ik herinner me uit de monoloog van Holden in elk geval geen enkel woord dat niet op zijn plaats was.

Net als Salinger in The Catcher in the Rye heeft Dorrestein geprobeerd om de coming of age van haar hoofdpersoon te beschrijven. Fiebie houdt van taal en is dol op woorden, vooral op woorden ‘die van hun betekenis zijn losgezongen (’Die vind ik echt sexy’). Geen wonder dat ze zich ontwikkelt tot schrijfster. Aan het einde van de roman besluit ze op te schrijven wat Sacha is overkomen. ‘Dan kan niemand meer zeggen dat ze niet wisten dat zulke dingen kunnen gebeuren.’ En ze vervolgt: ‘Ik moet het zo zien op te schrijven dat je al lezende het gevoel krijgt dat je in een achtbaan bent beland en almaar over de kop blijft gaan totdat je bont en blauw bent en dan nog blijf je over de kop gaan en over de kop gaan.’

Dat laatste gevoel weet Dorrestein wel over te brengen; maar dat laat onverlet dat haar nieuwe roman zelfs voor een tussendoortje ondermaats is.

Zie ook WeekBoek 19, op de tweede pagina van deze bijlage.