Handleiding voor de meester

Naar gym fietsen

1. Luisteren de kinderen na drie keer niet, dan moeten ze achter de fiets van de meester aan rennen en hun eigen fiets daarbij vast houden.

2. Nooit voor de gymzaal je preek houden.

In de klas

1. Nooit te veel preken achter elkaar houden, kinderen gaan gapen!

2. Laat nooit eenzelfde groepje altijd als laatste naar huis gaan.

3. Zeg niet ‘jongens’ maar ‘meisjes en jongens’.

4. Als je een kind niet mag (haat) laat dat dan niet merken.

5. Als de kinderen eens een keer niet luisteren, stop dan niet de uitleg, en stop je toch wordt dan niet boos als de kinderen hun werk niet afhebben.

6. Je mag wel preken houden maar niet langer dan 7 minuten.

7. Geef alleen preken aan kinderen die het verdiend hebben (als ze vervelend zijn geweest).

8. Kinderen maken nu eenmaal geluiden. Hou niet bij hoe lang ze lawaai maken, maar ga dreigen of kijk heel kwaad en schrijf sssst op het bord. (je mag zelf ook dingen bedenken, maar het moet wel duidelijk zijn dat je wilt dat de kinderen stil zijn, of dat je heel boos bent).

9. Eet nooit je gebak of iets anders lekkers op, maar berg het op en wacht tot de pauze. En als je het wel opeet moet je de hele klas trakteren, je mag dan zelf geen traktatie. Eerlijk is eerlijk!

10. Laat de kinderen rustig nadenken anders houden ze ermee op. (met denken of antwoord geven).

11. Vindt een kind iets niet leuk ga dan niet de hele tijd dat kind de beurt geven.

12. Probeer boeiend te vertellen. Als de kinderen het niet leuk vinden letten ze niet op en leren ze niets.

13. Probeer de dingen zoveel mogelijk uit te spelen. Bijvoorbeeld met verkeer de situatie te spelen dat is een stuk leuker!

14. Stel de kinderen op hun gemak (maar niet te klef).

15. Laat kinderen uit lachen, anders moeten ze de hele tijd giechelen en gaan ze vervelend doen.

16. Probeer de kinderen te begrijpen ze weten het waarschijnlijk beter dan jij.

17. Ga nooit een weddenschap aan; je verliest toch.

Boos zijn

1. Reageer je woede niet af op de kinderen maar op de rapporten.

2. Probeer als je ‘chagie’ bent dat niet te laten merken, loopt toch weer uit de hand.

3. Ben je boos en wil je toch niet boos worden op de kinderen vraag dan of iemand een mop wil vertellen.

4. Ben je boos op een kind, geef hem dan maar een klein beetje strafwerk dreigen helpt veel meer.

5. Let een kind niet op stel hem dan geen vraag maar zeg ‘goed zo dat je op let!’

6. De kinderen mogen voor de les nog wel wild zijn of schreeuwen maar als het tijd is moeten ze wel aan hun plek zitten.

7. Tel tot 30 voordat je boos op iemand wordt helpt echt!

8. Zoveel een kind te laat komt, laat hem het dubbele opschrijven. Ik mag niet te laat komen (1 minuut = 2 keer opschrijven).

Handleiding van Annerixt Korte en Kinha de Almeida, 9 en 11 jaar