Gegarandeerd geen columns

Gisteren debuteerde Torpedo, een tijdschrift met journalistieke non-fictie en fotoreportages. Auteurs mogen schrijven waarover ze maar willen.

Met een discussie over ‘journalistieke vernieuwing’ en ‘de terreur van het format’ werd gisteren in Amsterdam een nieuw blad gepresenteerd: Torpedo. Een tijdschrift in boekformaat naar het voorbeeld van het Engelse Granta, met journalistieke non-fictie en fotoreportages. Zo schrijft in dit eerste nummer A.L. Snijders, de meester van het ultrakorte verhaal, een lange reportage over het boerenbedrijf, H.J.A. Hofland publiceert deel een van zijn memoires en Tommy Wieringa schrijft een brief aan Snijders’ alter ego Peter Müller.

Torpedo prijst zich in het redactioneel aan als „het blad van het ‘andere stuk’, een magazine dat haaks staat op het moderne marketing- en formatdenken dat de journalistiek meer en meer verstikt”. De redacteuren Daan Dijksman, Carel Helder en Mirjam Bosgraaf benaderen auteurs niet met een opdracht, maar met de vraag: wat zou je nu éígenlijk willen schrijven? Het blad bevat géén rubriekjes en heeft géén website, staat met enige bravoure op het omslag. Nijgh & Van Ditmar geeft Torpedo uit, in een oplage van zesduizend exemplaren. Dit jaar verschijnen drie nummers, de ambitie is er in 2008 zes uit te brengen.

Van meet af aan was het de bedoeling auteurs en fotografen te betalen, zeggen oprichters/redacteuren Carel Helder en Mirjam Bosgraaf. Daarvoor was echter kapitaal nodig, dat de uitgever bij lange na niet kon toezeggen. Roland Pelle, oud-uitgever van Het Parool, werd erbij betrokken. Een zoektocht naar financiers leidde naar hoofdredacteur Ben Rogmans van dagblad De Pers, die met een kleine investering hoopt op termijn van het auteurspotentieel gebruik te kunnen maken. Maar de belangrijkste geldschieter (‘onze mecenas’, aldus de redacteuren) is voormalig PCM-, Sanoma- en Weekbladpersbestuurder Theo Bouwman, die aan het blad ‘een substantieel bedrag’ bijdroeg.

Bouwman zegt zijn bijdrage aan Torpedo te leveren vanuit een geloof in en sympathie voor het initiatief. „Ik vind het leuk dat zo’n blad bestaat en aardig om het mogelijk te maken”, zegt hij. „Ik heb er niet commercieel over nagedacht, maar vooral inhoudelijk. Welllicht is er een markt voor een dergelijk vrij podium voor goeie journalistieke verhalen. Ik hou van het soort verhalen waarvoor het bedoeld is.” Op de vraag waarom hij een dergelijk initiatief niet heeft ontplooid gedurende zijn eigen uitgeversloopbaan, zegt hij: „Dat had gekund als het op mijn weg was gekomen. Dat is toen niet gebeurd.”

Carel Helder ziet in de investering van de door de wol geverfde Bouwman een bevestiging in het bestaansrecht van Torpedo. Wie vandaag een bijdrage levert aan een krant of tijdschrift, verklaart hij het potentiële succes van de formule, moet zich altijd ondergeschikt maken aan redactionele eisen op het gebied van lengte, toon en opbouw. Helder: „Alle bladen zijn tegenwoordig onderhevig aan het marketing- en doelgroepdenken. Daarop wordt het format afgestemd. De formule van Torpedo is veel avontuurlijker. We stellen geen eisen aan de opbouw, stijl of lengte, zolang de bijdragen maar aan onze kwaliteitsnormen voldoen. Door het aanvankelijk ontbreken van een format, heeft het blad uiteindelijk zijn format gevonden. Wij maken dit blad zo mooi en goed mogelijk, in de hoop dat de mensen het kopen.”

De makers van Torpedo zien de column en vooral ‘de meninkjes’ van bekende tv-gezichten als gemakzuchtige journalistiek. Mirjam Bosgraaf: „Dit blad is honderd procent column- en bekende-Nederlander-vrij. Wij hebben zelf in het verleden rubrieken ontwikkeld, onder meer voor het Volkskrant magazine en VARA’s TV Magazine, maar in Torpedo staan alleen persoonlijk getinte auteursverhalen. De auteurs die wij vroegen zegden zonder aarzeling toe, anderen kwamen spontaan met een bijdrage. En het voorziet in een behoefte om weer eens een langer verhaal te lezen. Ons is steeds duidelijker geworden dat wij dit blad vooral kunnen maken omdat anderen het niet doen. Er is geen concurrent.’’

Tommy Wieringa, auteur van Joe Speedboat, werd met overtuiging medewerker van Torpedo. Het tijdschrift biedt hem de mogelijkheid artikelen te publiceren die elders niet passen. „Tot voor twee jaar geleden schreef ik reportages en interviews, die vanwege de formule van tijdschriften niet plaatsbaar waren. Omdat de doelgroep van 35-45 jaar met 1 punt 2 kind wonende in een Vinexwijk daar geen behoefte aan zou hebben. Het viel buiten het concept. Ik had daar het land aan. Met een goed geschreven verhaal moet je ergens terecht kunnen.”

De schrijver vindt het niet uitgaan van een vastomlijnde doelgroep bij Torpedo een groot voordeel. „Dat vraagt om een heel persoonlijke binding van de lezer. Dit is een tijdschrift dat er altijd al had kunnen zijn. Gorter had in dit blad gedebuteerd kunnen hebben.”

Wieringa looft het uiterlijk van het blad, waarin de tekst centraal staat. „De stilering, de letterkeuze, alles is gericht op een goed leesblad. Er zijn vrijwel geen concessies gedaan. Het is gemaakt vanuit een zuivere drijfveer: de belangstelling voor goede verhalen. Dus niet vanuit het adverteerdersbelang. Er wordt beeldschoon in geschreven. Het aantal stilisten is vrij hoog, wat mij veel plezier doet. En er valt ook nog iets te lachen.”

Torpedo, Nijgh & Van Ditmar, 160 pagina’s, 9,95 euro