Gast in de Noordzee

Kees Camphuysen en Gerard Peet: Walvissen en dolfijnen in de Noordzee. Tekeningen van Frits-Jan Maas. Fontaine Uitgevers, 160 blz. €24,90

De zuidelijke Noordzee mag dan een ondiep zeetje zijn (zelden dieper dan dertig meter), een pierenbadje vergeleken bij de grote oceanen, toch komen ook hier reuzen voor. We hebben het dan over walvissen en dolfijnen. Zelfs het grootste dier dat ooit op aarde heeft geleefd, de blauwe vinvis van dertig meter lengte, is hier gesignaleerd. In oktober 1840 strandde er een nabij Hoek van Holland. Dat was toen al een unieke gebeurtenis, en door de walvisjacht zijn deze dieren in de Noordzee nog zeldzamer geworden.

Zeebioloog Kees Camphuysen en onderzoeker Gerard Peet schreven een alleraardigst boekje over walvissen en dolfijnen in de Noordzee. Het is niet alleen rijk geïllustreerd met foto’s en tekeningen, maar ook royaal gedocumenteerd. Het boek bevat zeer veel gegevens en anekdotes over vroegere walvisstrandingen en waarnemingen van deze dieren in de Noordzee. Deze lopen uiteen van bloemlezingen uit het vermaarde Walvischboek van Adriaen Coenen uit 1585 tot het relaas van het onverklaarde herstel van de bruinvis langs de Nederlandse kust sinds 1985.

Walvissen en dolfijnen zijn gewoner voor de Noordzee dan je op het eerste gezicht zou denken. Camphuysen en Peet categoriseren de soorten: er zijn drie ‘vaste bewoners’ (bruinvissen, witsnuitdolfijnen en tuimelaars), negen ‘regelmatige gasten’, veertien ‘verdwaalde’ soorten, en één ‘verdwenen’ soort. Die laatste is de grijze walvis, waarvan alleen aan de hand van fossielen is vastgesteld dat hij hier ooit voorkwam.

Opvallend is dat de auteurs de potvis, een typische walvis van de diepzee, zien als ‘regelmatige gast’. De regelmatige strandingen van deze imposante dieren lijken erop te wijzen dat het gaat om ‘verdwaalde’ exemplaren, maar volgens de auteurs zijn er ook veel potvissen die op eigen kracht de Noordzee weer verlaten.

Bescheiden schrijven de auteurs dat het boek ‘slechts een momentopname’ is. Nu de laatste jaren telgegevens van walvissen in de Noordzee beschikbaar komen, blijkt dat de populaties behoorlijk fluctueren. Maar onze kennis is nog onvoldoende om die schommelingen ook te kunnen verklaren, aldus Camphuysen en Peet.