Formule 1 alleen in rechts Valencia

De aftrap voor de campagne voor de lokale verkiezingen van 27 mei in Spanje gaat met schandaal gepaard. Bernie Ecclestone, de Britse eigenaar van de Formule 1-autoraces, verklaarde gisteren in Valencia dat hij graag de Grand Prix in deze stad wil organiseren. Maar alleen als het gemeentebestuur en de regioregering in handen van de conservatieve Partido Popular blijven.

Spanjes regerende socialistische partij deponeerde onmiddellijk een klacht bij de centrale verkiezingscommissie wegens „onacceptabele chantage” door de Britse racecircuit-eigenaar. Het verwijt treft rechtstreeks voormalig premier José María Aznar. Want de Spaanse zakenpartner en mogelijk opvolger van Ecclestone (76) is Alejandro Agag, schoonzoon van Aznar. Agags huwelijk vijf jaar geleden met Aznars dochter Ana was reeds aanleiding voor een flinke rel: de bijkans koninklijke wijze – compleet met regeringsleiders – waarop de huwelijksplechtigheid werd gevierd in het paleisklooster van het Escorial was aanleiding tot felle kritiek in Spanje.

Ecclestone kan het uitstekend vinden met de conservatieve bestuurders, zo verklaarde hij gisteren in Valencia. De Grand Prix zou vanaf 2008 in de straten van de havenstad gehouden kunnen worden. „Het contract is prima in orde, maar zal pas getekend worden na de verkiezingen”, aldus Ecclestone.

De schaduw van de conservatieve ex-premier José María Aznar blijft zo nadrukkelijk over Spanjes politieke arena hangen. De lokale verkiezingen worden gezien als een belangrijke aanloop naar de parlementsverkiezingen van volgend jaar mei. Aznar veroorzaakte reeds vorige week het nodige rumoer omdat hij tijdens een feestje van wijnproducenten met een fles in de hand uitviel tegen de nieuwe anti-alcoholcampagnes waarmee het huidige kabinet de verkeerszekerheid tracht te vergroten. Hij viel daarbij de veronderstelde betutteling van de socialistische regering aan. „Laat me rustig drinken, zo lang ik niemand in gevaar breng of schade berokken”, aldus de ex-premier.

Na de conservatieve verkiezingsnederlaag van drie jaar geleden kenmerkt de Spaanse politiek zich door een verbeten debat waarbij de conservatieve oppositie alle middelen aangrijpt om de legitimiteit van het huidige kabinet in twijfel te trekken. Bij de komende lokale verkiezingen werd de socialisten daarbij verweten doelbewust toe te staan dat de verboden politieke aanhang van de Baskische afscheidingsbeweging ETA met kieslijsten deelneemt. Juist gisteravond bevestigde het Constitutionele Hof van Spanje evenwel het verbod van een partij en 133 kandidaten op een andere kieslijst van radicale Baskische nationalisten.