Een lichte, transparante schatkamer

De afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam is verhuisd naar een historische plek. Het verbouwde pand aan het Singel is functioneel en publieksvriendelijk.

Amsterdam is een schatkamer rijker. De bibliotheek voor de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek, die vandaag werd geopend door H.M. de Koningin is een aanwinst voor de stad. Deze onderzoeksbibliotheek is verplaatst van het gebouw aan het Singel naar de Oude Turfmarkt.

Na een ingrijpende verbouwing is daar een complex van oorspronkelijk 17de-eeuwse huizen omgetoverd tot een modern geoutilleerd onderzoekscentrum. Hier is een depot met een planklengte van 12,5 kilometer, er zijn twee onderzoekszalen, drie stijlkamers, een tentoonstellingsruimte en een café. De kosten bedroegen 7,7 miljoen euro.

De afdeling Bijzondere Collecties omvat het materiaal van voor 1850 van de Universiteitsbibliotheek. Dat wil zeggen oude drukken, handschriften, kaarten, brieven, archieven, foto’s en portretten. Daarnaast wordt hier bijzonder materiaal van na 1850 bewaard. Het hele bezit is onderverdeeld in meer dan duizend deelcollecties.

De nieuwe locatie is een historische plek, waar in het midden van de 17de eeuw de classicistische architect Philips Vingboons een rij voor die tijd zeer moderne huizen heeft neergezet. In de loop van de 19de en 20ste eeuw zijn die deels onzichtbaar gemaakt door nieuwe gevels. Dat was het geval met het meest noordelijk gelegen deel van de Oude Turfmarkt, waar nu het Allard Pierson Museum is gevestigd. De panden rechts daarvan boden onderdak aan verschillende diensten van de universiteit in een wirwar van gangen, trappen, zalen, kamers en optrekjes.

De architecten Hans van Beek en Dorte Kristensen hadden dan ook geen gemakkelijke taak om uit dit architectonisch conglomeraat een functioneel en publieksvriendelijke bibliotheek te vormen. Maar in hun opdracht zijn ze goed geslaagd. De entree van de bibliotheek, een smal poortje met het opschrift Gasthuys, is weinig monumentaal, maar dat is geen enkel bezwaar. Juist die kleinschaligheid herinnert de bezoeker aan de historische locatie. Dat is op enkele plaatsen ook nog wel te zien zoals aan de grotendeels intact gebleven bakstenen gang die naar de balie loopt en aan de de zware plafondbalken.

De bezoeker komt via die oude smalle gang in het centrale lichthof. Hier kan men zich vervoegen aan de balie en verder zijn route bepalen: naar de garderobe, de tuin, het café, de tentoonstellingsruimte of, via een trap, naar de studieruimtes. Vandaar kan men naar de handbibliotheek, de kaartenkamer, de afdeling bijzonder boeken, de Bibliotheca Rosenthaliana en de Kerkelijke Collecties.

Een bibliotheek, zeker die gespecialiseerd is in oud kwetsbaar materiaal, kan weinig licht verdragen. De paradox van deze bibliotheek is echter dat hij uiterst licht en transparant is. Dat is te danken aan het vele speciale glas dat is gebruikt. Zowel van boven als van opzij valt veel licht naar binnen. De kleuren en materialen, gekozen door het bureau Merkx+Girod, dragen bij aan een ingehouden atmosfeer. Hier en daar is met ruimtes en problematische niveauverschillen geworsteld. De garderobe en de kluisjesruimte zijn bescheiden.

Aan twee kunstenaars is een speciale opdracht verstrekt. Op de vloer van de benedenverdieping heeft Peter Verheul door middel van in steen uitgehakte letters de oude loop van de Amstel aangegeven. Voor de voorgevel ontwierp Rob Johannesma een videokunstwerk achter zes gevelramen. Het vertoont gefilmde beelden van het oppervlak van drie manuscripten. Dit levert geen geen echte leestekst op, maar eerder de aanduiding van schrijven en van oud schrift: flarden van teksten, die men vanaf de straat kan zien.

Ter gelegenheid van de opening is een expositie ingericht onder de titel Amsterdam in de wereld – De wereld in Amsterdam. Hier is een royale selectie te zien van het bezit van deze bibliotheek. Boeken, handschriften, kaarten, prenten en objecten. Tot de spectaculaire items behoren het 9de-eeuwse handschrift van Caesars De Bello Gallico, de Atlas Maior van Blaeu, handschriften van erflaters als Hooft, Huygens, Vondel en Multatuli, portretten van hoogleraren, en staaltjes van Amsterdamse typografie.

Informatie over deze nieuwe bibliotheek op www.uba.uva.nl/bc