Drion in een bruin flesje biedt de uitkomst

Corine Koole: Wat blijft is liefde. Balans. 204 blz. Prijs € 16,50 ***

Begin jaren negentig hield jurist en rechtsgeleerde Huib Drion op de opiniepagina van NRC Handelsblad een pleidooi voor de vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen aan oudere mensen. Dat zou, zo meende hij, hun laatste levensjaren kunnen verlichten. In het euthanasiedebat dat daarna oplaaide werd ‘de pil van Drion’ door sommigen hartstochtelijk verdedigd en door anderen met afschuw verworpen. In de praktijk veranderde er niet zo veel.

De Nederlandse euthanasievereniging maakt zich de laatste jaren sterk voor wat wat nu een ‘laatstewilpil’ wordt genoemd. Volledige zelfbeschikking voor mensen die ondraaglijk lijden of die ongeneeslijk ziek zijn, is er nog altijd niet. Daarom is het verrassend te lezen, in een boek van Corine Koole, dat de euthanasieregels tien jaar geleden soms al soepel gehanteerd werden, ongeveer op de manier die Drion die voor ogen stond.

In de zomer van 1996 overleed een vriendin van Koole, op 41-jarige leeftijd. Ze had kanker en kon niet meer behandeld worden. In Wat blijft is liefde, een mengeling van feiten en fictie, doet Koole verslag van de laatste maanden van freelance journaliste Louise (in het echt heette ze Marion Derksen.)

Koole beschrijft hoe Louise zich opeens, nadat dat in een Leids ziekenhuis de diagnose is gesteld, beroofd ziet van alles waaraan zij waarde hecht. Haar werk, haar relatie, haar mooie kleren doen er ineens niet meer toe. Niets doet er meer toe – alleen nog de tumor en de omvang ervan. Ze is een kankerpatiënte geworden, een van velen. Dat verdraagt ze niet.

Ze neemt het heft in eigen handen. Ze neemt afscheid van Fábio, haar geliefde, en vertrekt naar Rome, waar ze zich door drie vriendinnen en een vriend laat verzorgen. Corine Koole, omgedoopt tot Cée, is er één van. Rosita Steenbeek, hier ‘l’actristesse’ genoemd, hoort ook bij het gezelschap. In de reistas van Louise bevindt zich een bruin flesje dat ze van haar arts kreeg. Als ze het flesje leegdrinkt, is ze er, naar eigen zeggen, ‘binnen een paar uur geweest’. Het flesje biedt haar houvast, ‘meer dan wie ook’, en ze houdt het steeds onder handbereik.

Veel aandacht is er voor de vraag het vraagstuk waarom Fábio door Louise uit Rome wordt weggehouden. Omdat ze alleen zijn liefde wil en niet zijn medelijden? Omdat hij te weinig van haar houdt? Omdat zij al haar aandacht nodig heeft voor zichzelf? Omdat hij het zelf belangrijker vindt om te werken aan zijn biografie van Aldo Moro? Het antwoord op deze vragen blijft uit. Dat maakt het verhaal af en toe hinderlijk schimmig. Is er nu wel of juist geen liefde in het spel? En maakt dat het afscheid nu gemakkelijker of juist moeilijker? De verwarring wordt vergroot als Fábio toch komt opdagen als Louise’s laatste dag is aangebroken. Hij is ook degene die haar de eerste slok laat drinken uit het bruine flesje.

Ik krijg de indruk dat Koole er ook na tien jaar, nog steeds niet helemaal uit is wat ze precies moet voelen bij of denken over het overlijden van haar vriendin. Maar één ding is voor haar zonneklaar: het flesje is een zegen. Over haar leven heeft Louise geen zeggenschap meer, maar nog wel over de omstandigheden en het tijdstip van haar dood.

Janet Luis