Drama, mythe, de VOC van ónze tijd!

Grote auteurs schrijven over de tragedies en mythes van hún tijd, stelde Elsbeth Etty vorige week. Onzin, vindt Marcel Möring, literatuur is daar niet voor.

Literair critici zijn soms net medewerkers van het productschap voor vis en vlees. Ze zitten nooit met hun laarzen in de koeienstront en stinken nimmer naar vis, maar weten precies hoe het er voor staat met de vis (of het vlees). Meestal, want dat is hun raison d’être, hebben ze zelfs boeiende ideeën over Waar Het Heen Moet (met de vis en het vlees) en hoe we daar In Het Huidige Tijdsgewricht over moeten denken. Die ideeën willen graag opkomen op betekeniszwangere momenten. Als het weer prijzentijd is, bijvoorbeeld. Aan het begin van het literaire seizoen. Of juist aan het einde, als er een balans moet worden opgemaakt. En ook wel eens tussendoor, zoals in het geval van Elsbeth Etty die vier en vijf mei aangreep om (in Boeken 04.05.07) zoveel onsamenhangends te beweren over de rol van Tweede Wereldoorlog in de vaderlandse literatuur dat het bijna moeite kost om er iets van te vinden, maar wat uiteindelijk toch zoiets als een literaire opvatting blijkt te zijn.

En niet zo maar een. Nee, het is een opvatting die bijna net zo meeslepend en pseudo-geëngageerd is als de literatuur die zij voorstaat. Literatuur, dat moeten we opmaken als Etty haar geloofsbrieven afgeeft, gaat over ‘drama en tragedie’ en grote schrijvers ‘schrijven over de tragedies en mythes van hún tijd’.

Alsjeblieft.

Zoals ooit iemand vaststelde dat alle mannen die kaap’ren varen mannen met baarden moeten zijn, heeft mevrouw Etty geconcludeerd dat grote schrijvers grote literatuur schrijven over de tragedies en mythes van hún tijd.

Zeg maar een soort sociaal-realisme, maar dan nieuw.

Hoe moet dat nu met grote schrijvers (althans volgens mij, maar ik zit er waarschijnlijk verschrikkelijk naast) die niet aan het Etty-criterium voor Grote Literatuur voldoen?

Leo Tolstoj, bijvoorbeeld, die in Oorlog en vrede een periode beschrijft die zich meer dan twintig jaar vóór zijn geboorte afspeelde, een boek dat trouwens pas vijftig jaar na de beschreven gebeurtenissen (de invasie van Napoleon en wat daaromheen geschiedde) verscheen.

Of Philip Roth, die een roman schreef (The Plot against America) die zich weliswaar afspeelde in wat zijn jeugd had kunnen zijn maar gaat over iets dat helemaal niet is gebeurd! Niks tragedies en drama in hún tijd.

En wat moeten we met onze eigen Thomas Rosenboom? Even geliefd als gevierd en volgens velen een groot schrijver. Maar waar schrijft hij over? Morsigheden en mislukte levens van eeuwen geleden, mevrouw! Niet over tragedies en mythes van zíjn tijd.

Elsbeth Etty komt tot haar parmantige stelling in een stuk waarin zij wil aantonen dat de Tweede Wereldoorlog is verdwenen uit de Nederlandse literatuur. Of dat nu waar is of niet, doet er niet zoveel toe. Waar het om gaat is dat Etty dat goed vindt. Nee, sterker: het is genoeg geweest. Nu kunnen we het hebben over drama, tragedie en mythe van ónze tijd.

Dat is een literatuuropvatting die behoort tot de allersimpelste die ik ken. Het is de opvatting die je tegenkomt bij een deel van het publiek dat vindt dat ‘schrijvers moeten schrijven over dingen die ons bezig houden’. Het is een echo van het fortuynistische pleidooi voor de gewone man, van het anti-elitaire uit die periode, waarin ‘hullie uit Den Haag’ zijn veranderd in ‘hullie in hun ivoren toren’. Dit gaat over de dienstbaarheid van de literatuur aan de lezer, de samenleving, de cultuur, zelfs aan het kabinet, want ik denk dat premier Balkenende met zijn beroemde brief aan Harry Mulisch het roerend eens is met mevrouw Etty: drama, tragedie, mythe, de VOC van ónze tijd.

We hebben het natuurlijk allemaal al eerder gehoord, deze dwingelandij, dit pleidooi voor relevante literatuur waar de gewone mensch iets aan heeft. Het is de geliefdste kunstopvatting in zowel rechtse als linkse dictaturen en als commercieel beginsel is het ook heel populair (maar altijd onuitgesproken) in directiekringen van grote internationale uitgeverijen. Want, laten we eerlijk zijn: boeken waarin de harteklop van het huidige tijdsgewricht luid en duidelijk voelbaar is, doen het goed. Kijk maar naar die hausse van post-9/11 romans.

Maar de literatuur is er niet om de behoefte aan duiding van lezers, premiers en critici te bedienen. Literatuur is er ook niet om relevant te zijn, noch om drama’s, tragedies en mythes van deze tijd te beschrijven of te verklaren. Literatuur is er omdat een kunstenaar, in dit geval een schrijver, een werk wil maken. Dat kan heel goed een werk zijn waar niets groots en meeslepends in gebeurt. Het kan zelfs over verdraaid weinig gaan (het absurdisme van Daniil Charms). Of over iets dat zich eeuwen geleden afspeelde en van hoegenaamd geen contemporain belang is (John Fowles in A Maggot). Het kan gaan over buitengewoon particuliere obsessies (in het geval van Georges Bataille), of over wiskunde en eenzaamheid en het verlangen naar vrouwen met grote borsten (in De ziekte van Middleton van Gerrit Krol).

Literatuur is niet de nieuwe kerk, waarnaar de behoeftigen komen om steun, troost en opheldering. Mooi als het toch gebeurt, maar dat is doel noch uitgangspunt. Literatuur is niets en hoeft niets en het is maar helemaal de vraag of onderwerpen en thema’s uit de literatuur verdwijnen omdat ze opgebruikt zijn. Zoals Elsbeth Etty over de Tweede Wereldoorlog beweert: ‘voor drama en tragedie hebben we die episode uit de geschiedenis niet meer nodig, daar voorziet de huidige tijd meer dan voldoende in’.

Dat is een mooie uitspraak, maar eerder een die de voorwaarden tracht te schetsen voor een slechte soap dan een steekhoudende mening over literatuur. Het is ook een zin die mij de stalinistische eis van historische relevantie aan de Russische schrijvers van de revolutie in gedachten brengt.

Zo kwaad zal Elsbeth Etty het allemaal niet bedoelen, maar wie zich opwerpt als piskijker van de literatuur zou niet moeten laveren tussen het Scylla van het populisme en het crypto-stalinistische Charibdis van ‘die episode uit de geschiedenis hebben we niet meer nodig’. Anders wordt het vis noch vlees.