Dan Brown met lans

Alex van Galen: De Opvolger. Prometheus, 320 blz. € 17,95

Bij thrillers horen raadsels. Rara: een spannende roman bomvol cliffhangers waarin een jonge hoogleraar verdacht wordt van moord, samen met de beeldschone dochter van een vermoorde geniale wetenschapper ontsnapt, achter een heilig voorwerp uit de christelijke mystiek aanjaagt en wordt nagezeten door een stokoud internationaal genootschap. De opgejaagde zoeker blijkt de uitverkorene te zijn, de vertegenwoordiger van een eeuwenoude bloedlijn.

Verrassingen horen ook bij thrillers: het bedoelde boek is níet De Da Vinci Code, maar De Opvolger van debutant Alex van Galen (die scenario's schreef) en daarin draait het niet om de graal waarin Christus’ bloed werd opgevangen, maar om de lans waarmee hij werd doorstoken, de Lans van Longinus. En zo is de Lans het mythologische tweelingbroertje van de Graal. Dezelfde Lans figureert ook in de Percevaal-mythe van Chrétien de Troyes en diens vermoedelijke navolger Wolfram von Eschenbach, bij wie Richard Wagner weer te rade ging voor zijn opera Parsifal. Die opera inspireerde zoals bekend Adolf Hitler en de rest van de nazi-top. En die pseudo-religieuze nazi-mythologie is precies de onwelriekende heilsleer die in De Opvolger uitgebreid aan de orde komt.

Toegegeven, Van Galen kan schrijven als een razende en zijn boek is knap gecomponeerd en hij heeft afdoende onderzoek gedaan. Sterker, voor onderwijs over en begrip van de nazi-ideologie is zo’n meeslepende roman wellicht een stuk nuttiger dan droge lesstof.

Maar toch valt er heel wat af te dingen op De Opvolger. Zo blijkt Van Galen niet in staat (of van zins, dat kan natuurlijk ook) tot het soort relativeringen en kanttekeningen waarmee bijvoorbeeld Kisling & Verhuyck in hun recente Het leugenverhaal aankomen. Hij mist zodoende de gouden kans om erop te wijzen dat de heilige lans van de bewonderde Romeinen – o ironie – toch in hoge mate een middeleeuws verzinsel was. De Opvolger is dan ook geen intellectuele roman, maar een welvoorziene actiethriller à la De Da Vinci Code.

Sterker nog, alle romanprincipes (tempo, personages, cliffhangers, plotbouw) die Dan Brown heeft geijkt, kopieert Van Galen nauwgezet. Je begint hem er al lezend inderdaad van te verdenken dat hij na de Graal the next best thing heeft gekozen om er dezelfde truc mee uit te halen. Leidde de Graal Brown naar de mythologie van het christendom, de Lans voert Van Galen op soortgelijke wijze naar de mythologie van de nazi’s. Een waardige opvolger, zeg maar.

Eerlijk is eerlijk, als dat de bedoeling was, dan is Van Galen in zijn opzet geslaagd. Maar waarom iemand met zijn talent dat zou doen is een raadsel. Tenzij de titel ook op hemzelf moet slaan.