Cambodja is een land van zwerfkinderen

In Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja, leven zeker 5.000 kinderen op straat – en het kunnen er ook 20.000 zijn. De achtjarige Tra bedelt en verkoopt boeken, maar over twee jaar is hij loslopend wild voor pedofielen.

De subtiliteit schiet er soms bij in. Zo is er langs de boulevard aan de grote rivier van Phnom Penh een aardige winkel waar dingetjes verkocht worden om zwerfkinderen te helpen. De Global Child School heet het project, maar een beetje moe geworden van het verkeerde publiek heeft het personeel er nu ook een bord opgehangen no sex tourists.

In de toeristenbrochures zie je ook waarschuwingen: een foto van achteren genomen van een grote blanke man gearmd met een klein meisje en de tekst: Seks met kinderen is een misdaad.

Cambodja is een land van zwerfkinderen. Hoewel het daarin niet uniek is, heeft een bijzondere cocktail van omstandigheden het land op de voorgrond geplaatst. Er is grote armoe, een aantal jaren moorddadigheid van het Rode Khmer regime heeft families ontwricht, door de economische groei lokt de grote stad en er is alom corruptie.

Acht jaar is Tra en hij begint je als je naast hem gaat zitten prompt te aaien en kruipt onder je arm door op zoek naar omarming. Een onschuldig ventje nog, dat voor het gezin de kost verdient met de verkoop van oude boeken en bedelen langs de toeristenstraten van Phnom Penh. Tra heeft in zekere zin geluk, want hij heeft zijn ouders nog met wie hij op straat leeft. We ontmoeten hem in de hal van een opvangcentrum, waar hij nu een paar ochtenden per week opduikt. Een hulporganisatie, friends international, heeft hier een complete school ingericht voor kinderen tussen twee en twintig, en als het lukt om Tra binnen te loodsen dan zouden ze hem kunnen leren lezen en schrijven en wie weet daarna een vak leren.

Het probleem is: Tra heeft weinig tijd en hij verdient voor zijn vader en moeder en twee zusjes goed geld. Zo’n 200 dollar per maand en dat is zeker zes keer zoveel als zijn vader zou kunnen verdienen als hij werk had – en dat heeft hij niet. Wat Tra niet weet is dat hij op zijn beurt over een jaar of twee weer een probleem heeft, want dan is hij zijn onschuldige koppie kwijt, haalt hij geen geld meer op van vertederde toeristen en kan hij gaan stelen of wordt loslopend wild voor pedofielen.

Er zijn in Phnom Penh zeker 5.000 straatkinderen en als je de definitie wat ruimer neemt en kinderen als Tra meetelt, dan kunnen het er ook wel 20.000 zijn. Sébastien Marot schrok er tien jaar geleden zó van dat deze Franse backpacker sindsdien hier is gebleven en nu – hij is inmiddels 42 – een organisatie met honderden medewerkers leidt, primair actief in Cambodja maar nu ook in andere landen in Zuid-Oost-Azië (www.friends-international.org).

Kinderen van het platteland worden verkocht aan mensenhandelaren, die ze in de stad aan het werk zetten. Soms doen de ouders het zelf, vaak worden ze simpelweg ontvoerd en krijgen de ouders als troost later nog een kleine vergoeding. Dat een meisje van twaalf seks heeft – het is enerzijds voor de dader een strafbaar feit, anderzijds in een land waar uithuwelijken op het dorp soms niet veel ouder gebeurt ook weer niet zo totaal absurd als het op het eerste gezicht lijkt. Een drama wordt het desalniettemin zeker – met geweld, uitbuiting, ontheemding en onderweg vaak ook nog hiv.

Ruim 800 zwerfkinderen zitten in dit opvangcentrum in het hartje van het oude Phnom Penh. Ze leren lezen, en kunnen zich verder specialiseren als bijvoorbeeld monteur, elektricien, kok, naaister of schoonheidsspecialiste.

Serai Nai is al een vrouw, twintig jaar oud. Ze is nu anderhalf jaar in de stad, was rond de jaarwisseling 2005-2006 de bus opgestapt en plompverloren op de laatste bushalte van de hoofdstad er weer uitgestapt. Gevraagd naar het waarom begint ze te huilen en het is een verhaal van veel broers, een stiefvader en misbruik te gruwelijk voor details. Gevraagd wat ze wil worden, stopt ze met snikken, begint prompt te stralen en zegt met een brede glimlach: chef-kok. In het nabije opleidingsrestaurant, ondergebracht in een fraaie, oude Franse villa, staat ze soms al in de keuken. En inderdaad, zo blijkt, talent heeft ze: Frans, Cambodjaans, fusion.

Voor zwerfkinderen is de gevaarlijke leeftijd tussen twaalf en zestien. „Je ziet”, zegt de Australische vrijwilligster Kerri Manika, „vooral de meisjes dan vaak met rozen lopen om die aan de mannen te verkopen in allerlei dubieuze bars. Eenderde van die meisjes verdwijnt voor hun zestiende volgens onze waarnemingen in de prostitutie.”

Sampoa niet. Ze is al 21 en belandde als veertienjarig kind al eens na enige zwerfmaanden in dit centrum. Ja, bloemen heeft ze ook nog even aan de man gebracht, maar net op tijd is ze weer naar haar dorp teruggekeerd met wat geld. Thuis was iedereen voorlopig tevreden. Totdat de kostwinner uit het gezin uit beeld verdween.

Nu zit ze hier weer, maar dat komt omdat ze bij haar in het dorp een textielfabriek hebben geopend. Daar wil ze gaan werken maar dat kan alleen wanneer je al kunt naaien. Opleiden doet de fabriek niet, daar beginnen ze niet aan, want getraind personeel is er ook zo al genoeg. En naaien leert ze nu hier, tot ze ook ingewikkelde patronen onder de knie heeft. Over een maand denkt ze zover te zijn. Er is dan nog slechts een kleine horde: „Een baan op een textielfabriek kost geld, je moet een afdelingschef betalen anders neemt hij je nooit aan.”

Ze schat het tarief zo’n twee maandsalarissen, maar ze is vrij optimistisch.

Even buiten Phnom Penh filmde de Amerikaanse zender NBC twee jaar geleden een hele wijk met kinderen vanaf acht jaar die werden aangeboden. President Bush sprak er schande van, de Amerikaanse immigratiedienst zet veroordeelde pedofielen inmiddels met naam en toenaam op een website (www.ice.gov.).

Zo op het eerste gezicht lijkt de wijk Svay Pak nu geschoond, maar aldus Sébastien Marot van friends, „die schijn bedriegt, want het is nu een kwestie van achterom en overal in de stad zelf duiken de kinderen nu op.”

Zijn nieuwste wapen: berijders van motortaxi’s en tuktuks. Hij traint ze, ze krijgen een lichtblauwe blouse met de tekst Child Safe, ze geven hun ogen de kost en bellen bij onraad en ontucht een hotline. Het helpt een beetje, zegt Sébastien Marot. En bovendien, zo vertelt een tuktuk-rijder in het blauw van Child Safe: ik heb met dit shirt dertig procent meer omzet. Ook dankzij toeristen.