Avontuurlijk en vitaal, zo moet het hier worden

Amsterdam krijgt er dit weekeinde een nieuw cultuurfestival bij.

Lucebert zweeft als symbool van een vrije kunstenaar boven het Tolhuistuinfestival.

Melodieën van twee mensen die te veel hebben gezopen. Zo zal ongeveer het oratorium Troost de hysterische robot van Lucebert aanstaande zondag klinken, tijdens het Tolhuistuinfestival dat dit weekend in Amsterdam-Noord wordt gehouden. Melodieën ook als ode aan de regels uit Luceberts oratorium „wat niet kan worden gezegd / mag onverstaanbaar worden gezongen.” Door de laptop gemangelde melodieën, onnavolgbaar, maar: „Pas op!”, zegt de uit de VS afkomstige musicus David Dramm (1961). „Ze zijn wel trefzeker, net als Luceberts poëzie.”

Troost de hysterische robot heeft achttien jaar op muziek moeten wachten. Het oratorium zou destijds van muziek worden voorzien door componist Jacob ter Veldhuis, die wel enkele aria’s schreef, maar het hele oratorium nooit voltooide. Ook werden enkele gedichten uit het oratorium voor een muziektheaterstuk gebruikt, maar nog nooit zijn alle vierentwintig als een geheel uitgevoerd.

Zondag gaat het dus gebeuren, als eindnoot van het geheel aan Lucebert gewijde Tolhuistuinfestival. Het festival is het geesteskind van Chris Keulemans, voormalig directeur van cultureel centrum De Balie. Voor hem staat Lucebert symbool voor wat er met dit nieuwe stadsgebied moet gebeuren. Keulemans: „Lucebert was zo vrij met wat hij deed. Hij was avontuurlijk, eigenwijs, vitaal en gul, dat moet deze plek ook worden.”

Keulemans verwacht, ondanks het slechte weer, dit weekend ongeveer duizend bezoekers per dag. Het belooft een klein, maar sympathiek festival te worden. Met op Lucebert geïnspireerde beeldende kunst en optredens van onder andere De Kift (die ook gedichten van Lucebert op muziek hebben gezet), Simon Vinkenoog en het hiphopcollectief Dobbelsteen, dat gesampelde passages uit Luceberts gedichten van droge beats voorziet.

De locatie is een bijzondere: de Tolhuistuin aan de voet van de markante Shell-toren, gelegen aan de IJ-oever tegenover het Centraal Station. Sinds de jaren 1930 staat er een hek om het gebied, dat alleen toegankelijk is voor Shell-medewerkers. In 2008 verhuist Shell naar een nieuw complex even ten noordwesten van het terrein, en komt de tuin met de gebouwen in handen van de gemeente, die er een cultuurgebied van wil maken (zie kader).

Gevraagd naar het genre van zijn muziek moet Dramm lang nadenken. „Het is moeilijk om de muziek van tegenwoordig in dat soort hokjes te plaatsen. Ik ben begonnen als alternatieve rockmuzikant, en van daaruit de hedendaagse klassieke muziek ingerold. Het oratorium is een combinatie van die twee.”

Dramm verhuisde zeventien jaar geleden van San Diego naar Amsterdam en studeerde onder Louis Andriessen. Hij heeft veel ervaring met experimentele, grensoverschrijdende muziekprojecten en werkte eerder samen met de dichters Ilja Leonard Pfeijffer en Ingmar Heytze. Ook maakte hij arrangementen voor John Cale, Junkie XL en Ellen ten Damme, in samenwerking met het Metropole Orkest. Als muzikant stond hij op zeer verschillende podia, zoals het Amsterdamse Concertgebouw, het BIM-huis en de alternatieve rockfestivals het Tegentonen Festival in Paradiso, Amsterdam en Crossing Border in Den Haag.

Zondag speelt Dramm (gitaar) samen met zijn vrouw en mede-componist Anne La Berge (dwarsfluit en elektronica). Dichters Anneke Brassinga, Hans Groenewegen, Rozalie Hirs, Liesbeth Lagemaat, Tonnus Oosterhoff en Samuel Vriezen dragen de gedichten voor, die volgens de regels van een oratorium zijn opgedeeld in afzonderlijke personages en een koor. Dramm: „Jullie hebben een rijke voordrachtscultuur. Daardoor zit er al heel veel muziek in de voordrachten zelf. We hebben de dichters in een vroeg stadium bij het project betrokken. Al snel werd duidelijk dat we de gedichten niet woord voor woord in muziek zouden gaan vertalen. We wilden de muziek een extra personage laten zijn.”

Luceberts tekeningen vormden ook een inspiratiebron, aldus Dramm: „Daar zit geen rechte lijn in, maar hij tekende ook niet geheel abstract. Zo moest de muziek ook zijn.”

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘Avontuurlijk en vitaal, zo moet het hier worden’ (vrijdag 11 mei, pagina 28) staat dat musicus David Dramm in het verleden onder meer met dichter Ingmar Heytze heeft gewerkt. In werkelijkheid was het niet Heytze, maar dichter/schrijver Hafid Bouazza.