Wijsheid komt niet met de jaren

De veelgeprezen levenservaring van ouderen leidt niet noodzakelijkerwijs tot een groei van wijsheid, vindt Sjaak van der Gees.

In Ghana luidt een spreekwoord: „Ook al heeft de oude man niets meer, hij heeft altijd nog elleboog.” Een mysterieuze spreuk, maar iedereen weet wat het betekent: De oude man mag alles verloren hebben in zijn leven, gezondheid, geld, partner, vrienden; wat hij nog heeft is zijn wijsheid, zijn levenservaring. Een prachtige gedachte; tegenslag en achteruitgang in het leven leiden tegelijkertijd tot groei op een ander front: wijsheid. Alle verlies is winst. Een troostvolle gedachte ook, maar klopt het?

Het idee dat mensen wijzer worden naarmate ze ouder worden is wijdverbreid. Oud en wijs verschijnen als synoniemen. Hoe ouder je bent, hoe meer je hebt meegemaakt, dus hoe wijzer je bent, zeggen mijn Ghanese vrienden. Groeien in wijsheid is een automatisch gevolg van groeien in jaren. Maar wetenschappers, gerontologen, geriaters, psychologen en antropologen, hebben hun twijfels.

Wat is wijsheid? In een heldere beschouwing over ‘Het demasqué van de wijze oudere’ (verschenen in het boek Ouder worden, een kwestie van leeftijd?) bespreekt de psycholoog Gerard Brugman drie theorieën over wijsheid. Ik noem er twee. Er is een pragmatische visie die wijsheid ziet als ‘superieure vaardigheid in het oplossen van levensvraagstukken’. De tweede is een meer filosofische opvatting die wijsheid formuleert als de kunst van het relativeren, het doorzien van de illusies. Plato spreekt van noësis. Brugman heeft het over „expertise in onzekerheid”.

Vaardigheid in het oplossen van levensproblemen zoekt men vaak vergeefs bij ouderen. De wereld van nu is anders dan die van vroeger en dus zijn ook de vraagstukken veranderd. Veel ouderen lopen ‘achter’ en hebben daarom weinig adviezen voor de generatie die nu leeft en het soms niet weet.

Maar sommige problemen zijn toch van alle tijden? Vooral problemen tussen mensen lijken het eeuwige leven te hebben. Het verdriet, de wanhoop, de trots en de wraakzucht in de stukken van Sophocles en Shakespeare en de praktische vragen die deze emoties oproepen zijn ook voor ons herkenbaar en invoelbaar. Dat is waar, maar je hoeft niet oud te zijn om te weten hoe met die gevoelens om te gaan, hoe ze te voorkomen of op te lossen. Sociale vaardigheden en zelfkennis hebben weinig met leeftijd te maken. De enige correlatie die er lijkt te bestaan is dat iemands eigenschappen en vaardigheden met hem mee groeien. De meeste mensen die op jongvolwassen leeftijd sociaal gestoord, kortzichtig, egoïstisch of gemeen waren, zijn dat op oude leeftijd nog steeds, alleen een graadje erger. Gelukkig geldt dat ook voor de goede eigenschappen van mensen. ‘Wijsheid’ lijkt meer een kwestie van karakter of talent te zijn dan van leeftijd. Jonge mensen zijn niet zelden redelijker dan oudere.

Ook het kunnen relativeren, de tweede definitie van wijsheid, is niet bepaald een gave waar de doorsnee oudere mee gezegend is. Veel ouderen zijn sterk gehecht aan de waarden en normen van hun jeugd en slaan licht tandenknarsend de waarden en normen van de nieuwe jeugd gade.

In plaats van hun eigen levenservaringen te gebruiken om beter te begrijpen waar de jonge generaties van nu mee te kampen hebben, blijken ouderen juist vaak hun eigen leven als concurrerend met de tegenwoordige tijd te zien. Alsof instemming met het heden het verleden tekort zou doen. Zij houden koppig vast aan wat vroeger goed en juist was en gebruiken dat als criterium voor het heden. Ze zijn vaak sceptisch, soms zelfs cynisch, over wat tegenwoordig gedaan en gedacht wordt.

Als dat gebeurt, is de lange levenservaring niet meer een middel waarmee inzicht en wijsheid verworven wordt, maar juist een obstakel tot wijsheid. Het is op dit punt dat generatiekloof en generatieconflict het meest intens gevoeld worden. Ouderen die niet ophouden te praten over die mooie ouwe tijd toen alles beter was ook al was alles ‘slechter’ (of juist omdat alles slechter/moeilijker was). En jongeren die dat gezeur over vroeger beu zijn en hun interesse in de verhalen en goede raad van ouderen verliezen.

In onze maatschappij leidt die verwijdering tot marginalisering van de ouderen die uiteindelijk toch aan het kortste eind trekken. Voor ouderen is het daarom een belangrijke strategie van ‘impression management’ hun kritiek op de huidige tijd te onderdrukken en vooral niet te klagen.

In Ghana waar ik jarenlang onderzoek heb gedaan onder ouderen is de situatie niet zo heel verschillend. Ook daar zien ouderen hun wereld verdwijnen en hun macht wegglippen, maar het spel wordt minder hard gespeeld. Ze krijgen meer respect toegezwaaid van de jonge generatie en kunnen zo langer in hun eigen voortreffelijkheid en wijsheid blijven geloven. Daardoor is het voor hen misschien nog moeilijker hun eigen leven te relativeren en open te staan voor nieuwe ontwikkelingen. Spreekwoorden, eretitels, etiquettevoorschriften en rituelen die de ouderdom verheerlijken als de mooiste tijd van het leven helpen de ouderen nog even vast te houden aan dat mooie beeld van de wijze, gerespecteerde en beminde oudere. Maar diep in hun hart weten ze dat hun tijd voorbij is. De echte wijzen waren degenen die daar met mij over durfden praten met een bewonderenswaardige mildheid en welsprekendheid.

Maar zij die zich tegen de eclips van hun leven verzetten, kunnen zich ontpoppen als nare zeurkousen of onhebbelijke, gemene despoten, in Ghana zowel als hier. De oude huistiran is het prototype van de tragische oudere die het oud worden niet geleerd heeft. Waar de huistiran toevallig ook politieke macht heeft of staatshoofd is, wordt hij een heuse tiran. Het voorbeeld van Robert Mugabe dringt zich onmiddellijk op. . De held van weleer is uitgegroeid tot een tragisch geval van psychische stagnatie. Hij is niet in staat het roer los te laten en zijn rol in de geschiedenis te relativeren. Enkele weken geleden vierde Zimbabwe zijn 27ste verjaardag van de onafhankelijkheid. De oude man heeft zich bij die gelegenheid weer als de enige bron van waarheid gepresenteerd. Zo kan de pathologie van één persoon de pathologie van een hele natie worden.

Natuurlijk – en gelukkig – zijn er ook andere voorbeelden: Mandela, Churchill, de Gaulle, Adenauer, Ciampi of Von Weizsäcker dichter bij huis. Zij bewijzen niet dat de ouderdom tot wijsheid voert, maar dat men oud en wijs (verstandig, redelijk) kan zijn.

De kunst van het leven is de kunst van het verliezen. De wijze oudere is de sportieve verliezer. Eigenlijk kan het woord ‘oudere’ in deze zin net zo goed geschrapt worden.

Sjaak van der Gees is cultureel antropoloog.

Rectificatie / Gerectificeerd

De auteur van het artikel Wijsheid komt niet met de jaren (10 mei, pagina 8) is niet Sjaak van der Gees , maar Sjaak van der Geest.