Weer een claim tegen De Nederlandsche Bank

Gedupeerde klanten van de failliete bank Van der Hoop dagen De Nederlandsche Bank voor de rechter. De toezichthouder voerde wel stevige gesprekken, maar ondernam geen actie.

Onrustige tijden voor De Nederlandsche Bank (DNB). Terwijl de grootste commerciële bank van Nederland in een nog ongewisse overnamestrijd is verwikkeld, speelt de vorige kwestie rond een bank uit Amsterdam weer op. In beide zaken speelt de toezichthouder op de financiële sector een majeure rol.

Een groep gedupeerde rekeninghouders van de failliete bank Van der Hoop, verenigd in de stichting Hoop-verlies, kondigden gisteren aan DNB voor de rechter te slepen om de schade te verhalen. DNB is volgens de voormalige klanten medeverantwoordelijk voor de miljoenen euro’s die zij aan Van der Hoop hadden toevertrouwd. De toezichthouder op het Nederlandse bankwezen had volgens hen op verschillende momenten kunnen zien aankomen dat het rommelde bij Van der Hoop. En moeten ingrijpen.

Eén zo’n cruciaal moment was in augustus 2003. Dan wordt bij Van der Hoop duidelijk dat er grote problemen zijn ontstaan rond transacties in zogeheten winstvennootschappen. De schade die daaruit voort dreigt te komen, in de vorm van (fiscale) claims, raamt de bank zelf op ruim 10 miljoen euro. Als dit eind augustus 2003 aan de toezichthouder is gemeld, draagt DNB de bank op een risico-inventarisatie te maken. Een gebruikelijke maatregel. „Maar”, zegt Willem Jan van Andel, advocaat van de rekeninghouders, „daar bleef het bij. Toen bleek dat Van der Hoop helemaal niets ondernam, ging DNB er niet achteraan.” Dat was volgens Van Andel typisch voor de houding van de toezichthouder in dit dossier. „DNB heeft vaak een stevig gesprek gevoerd, maar ondernam geen actie.”

De fiscale claim van 10 miljoen euro kwam er en vormde de directe aanleiding voor de financiële problemen waarin de bank in 2005 terechtkwam en die tot het faillissement leidden. Volgens de rekeninghouders blijft, na uitkering van het gros van de vorderingen door de curatoren, nog een schade over van zeker 20 miljoen euro.

Deze claim is niet het enige juridisch gevecht dat is uitgebroken na het faillissement. De curatoren van Van der Hoop hebben in november bij justitie aangifte gedaan wegens mogelijke fraude bij winstvennootschappen. Daarnaast bereiden zij zowel een tuchtklacht als een aansprakelijkstelling voor tegen accountant Deloitte. De bestuurders en commissarissen gaan voorlopig vrijuit, zo lijkt het. Al ligt het volgens advocaat Van Andel „in de lijn der verwachting dat zij door curatoren worden aangesproken”.

Dat hij zijn pijlen op de toezichthouder mikt en niet op de voormalige directie, had hij eerder al eens verklaard. „Daar valt niks te halen.” De voormalige directie van Van der Hoop was niet tegen bestuurdersaansprakelijkheid verzekerd.

Het is niet de eerste keer dat gedupeerde klanten DNB voor de rechter dagen om geleden schade te laten vergoeden. Al jaren loopt een juridisch gevecht tussen een groep van 11.000 polishouders van de in 1991 omgevallen verzekeraar Vie d’Or. Gezamenlijk vorderen zij 85 miljoen bij de accountants, de actuarissen én de Verzekeringskamer. Die laatste instantie is sinds 2003 onderdeel van DNB. In november wees de Hoge Raad de zaak terug naar het gerechtshof. Bij lagere rechters hebben de klanten (gedeeltelijk) gelijk gekregen.

Goede kans dat ook de nieuwe zaak tegen DNB jaren gaat duren. Al verklaarde toenmalig minister Zalm van Financiën in februari alles in het werk te zullen stellen om in de afwikkeling van eventuele procedures door rekeninghouders „geen onnodige vertraging te laten ontstaan”. Maar diezelfde Zalm gaf tijdens een overleg met de Tweede Kamer een ongevraagd advies aan gedupeerde klanten van Van der Hoop. Het aanspannen van procedures tegen DNB zou „kansloos zijn, en „zonde van het geld”.