‘We kunnen hard zijn voor onze wetenschappers’

De Nijmeegse Radboud Universiteit is de laatste jaren van karakter veranderd. De scheidende rector magnificus Blom legt uit waarom.

Voor softe, linkse studies moest je vroeger, in de jaren zeventig, in Nijmegen zijn. Maar de daar gevestigde Radboud Universiteit is noodgedwongen harder geworden. In de schaduw van harder roepende collega-instellingen heeft ook Nijmegen een bedrijfsmatige mentaliteit ingesteld. Zwak onderzoek moet worden afgebouwd, slechte opleidingen gaan op de schop en verliesgevende opleidingen worden gesloten.

Allemaal voor de kwaliteit, zegt rector magnificus Kees Blom, die vandaag afscheid neemt. Hij was een van de langstzittende rectores van de Nederlandse universiteiten, sinds 1999.

Welke maatregelen hebt u op uw conto staan?

„Ik heb veel aandacht besteed aan internationalisering. We hebben veel buitenlandse studenten hierheen gehaald. Als je op de campus een student aanspreekt, loop je net zo veel kans een buitenlandse taal te horen als Nederlands. Ook heb ik me in de eerste jaren sterk gemaakt voor onze ‘honours programma’s’ voor ambitieuze studenten. Zeshonderd uur studie zonder dat je er studiepunten voor haalt. Dat programma kijkt bij ons over de grenzen van vakgebieden heen. Een wiskundestudent mag ook iets meekrijgen van filosofie, en omgekeerd.”

De Radboud Universiteit heeft niet meegedaan met andere vernieuwingen in de academische wereld, zoals het bindend studieadvies en selectie aan de poort. Waarom niet?

„Wij vertrouwen op de kwaliteit van het vwo-diploma. Daarom gaan we studenten niet vooraf selecteren. Wel volgen we hen intensief in hun eerste jaar. Zitten ze op hun plek? We hebben goede contacten met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en schromen ook niet een student daarheen te verwijzen, als ons dat beter lijkt. Bovendien gaan we gericht op bezoek bij goede vwo-scholen om talenten te werven. De universiteit is in mijn periode als rector gegroeid van 12.500 naar 17.500 studenten. Nu hoeven we niet per se nog groter te worden, maar we willen wel de beste studenten.”

Bent u hard geweest voor het wetenschappelijk personeel?

„We zorgen goed voor onze topwetenschappers, maar zijn hard als het nodig is. De goede onderzoekers verwachten ook dat je ingrijpt bij zwakkere collega’s. Zo bleek uit externe beoordelingen dat onze wiskundeopleiding in 2003 ronduit slecht was. Zo’n belangrijke opleiding kun je niet sluiten, maar we hebben wel wetenschappers vervangen.

„Een van de pijnlijkste beslissingen die we hebben genomen, is de sluiting van de opleiding Arabisch per 2013. Er waren meer docenten dan studenten bij die opleiding en we leden grote verliezen. Reddingspogingen zouden zijn neergekomen op pappen en nathouden. Uiteindelijk moeten we het ook gewoon bedrijfsmatig benaderen.”

Eenderde van uw hoogleraren heeft een tijdelijke aanstelling. Is dat niet een risico?

„Als ze niet goed genoeg zijn, zullen ze terugvallen naar de positie van universitair hoofddocent. Dan ben je inderdaad ‘de voormalige hoogleraar die het niet heeft gered’. Maar wat mij altijd opvalt, is dat de goede kandidaten daar niet over zeuren. Die willen gewoon hun kans grijpen.”

De nieuwe trend van ‘tenure track’, waarbij een goede wetenschapper per definitie hoogleraar kan worden, gaat aan de Radboud Universiteit voorbij. Waarom?

„Tenure track is niet zo verstandig. Niet iedere talentvolle wetenschapper kan meteen het recht krijgen om promoties uit te voeren. Ook wat betreft personeelsbeleid is het niet haalbaar. Je ziet in de Verenigde Staten dat veel mensen hoogleraar worden, maar dan extra moeten bijverdienen in het lezingencircuit.”

Bij uw afscheid kondigt u een nieuw netwerk van universiteiten aan: International Research Universities Network (IRUN). Wat is het doel?

„De deelnemende universiteiten zijn Münster, Duisburg-Essen, Glasgow, Krakow, Boedapest, Siena, Poitiers, Barcelona en Nijmegen. De uitwisseling van studenten tussen deze universiteiten moet eenvoudiger worden en de masters moeten van hetzelfde niveau zijn. Ik vind dat elke student op z’n minst een aantal maanden in het buitenland moet hebben gezeten. Andere netwerken van universiteiten zijn vaak alleen op onderzoek gericht, maar ook het onderwijs moet internationaal goed worden geregeld. Het doel is dat de universiteiten van het netwerk uiteindelijk samen diploma’s kunnen uitreiken. Dat kan nu nog niet, maar minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) staat er open voor. We willen toe naar gezamenlijke masterdiploma’s en promoties. Dan ben ik tevreden.”