Wat ben ik ook een naïef wicht

Wat ik me weleens over Hollywoodsterren afvraag, als ik me weer eens suf zit te prakkiseren: waarom hebben ze altijd relaties met elkaar? Hollywoodsterren zeuren namelijk altijd dat er fotografen in hun bosjes liggen, dat er journalisten in hun vuilnis wroeten, en dat zelfs hun hondjes en adoptiekinderen belaagd worden door ‘de media’. Dan lijkt het me onhandig om het aan te leggen met iemand die óók beroemd is, en die dus ook beroemde vuilniszakken heeft. Dubbele overlast. Veel handiger om een relatie te beginnen met een bakker, of een pizzabezorger. Ik noem maar wat.

Maar de Hollywoodsterren zelf leken geen notie te hebben van het bestaan van bakkers met wie je relaties zou kunnen beginnen. Tenminste, dat dacht ik, totdat ik een inzichtelijk artikel las in The New York Times op internet, in hun heerlijke Fashion & Style-katern. (Dat ik altijd pas lees als ik de katernen Politics, Education en World Business gespeld heb, uiteraard.)

In het stuk Matchmakers Know Superstars Need Love, Too werd onthuld dat veel beroemdheden nu relatiebureaus inschakelen om ze te koppelen aan – hou je vast – normale mensen. Als ik het artikel mocht geloven, zijn alle Hollywoodsterren moe van hun jachtige, mediafähige sterrenrelaties en naarstig op zoek naar iemand die niet beroemd is, een saaie baan heeft, en een duf modaal inkomen. Het probleem: die types kom je bij de Oscar-uitreiking niet tegen. Vandaar het relatiebureau.

Er werden een paar sterren genoemd die de voorhoede vormen van deze revolutionaire beweging; Matt Damon heeft verklaard nooit meer een mede-ster te willen daten, net als Nicolas Cage en Chris O’Donnell. Ook over Sharon Stone wordt gefluisterd dat ze genoeg heeft van beroemdheden, en hevig verlangt naar een doodgewone medewerker buitendienst van KPN, bij voorkeur met melkboerenhondenhaar.

De relatiebureaus vragen twintigduizend dollar voor hun diensten, en daarvoor krijgt de beroemde klant het mobiele nummer van de matchmaker en toegang tot een database met vijftigduizend singles. Twintigduizend dollar voor een mobiel nummer, dacht ik stomverbaasd. Ik geef mijn mobiele nummer weleens gratis aan anderen. Wat ben ik ook een naïef wicht.

Ik rook, kortom, geld. Grof geld. Een mobiel nummer heb ik al, en ik ken ook vijftigduizend singles. Nu even de Story van deze week kopen, kijken of Jan Smit weer vrijgezel is, en ik kan in zaken.