Van circuit... ...naar showroom

Racen met auto’s die je ook in de showroom kunt kopen. De auto-industrie beschouwt het populaire racen met toerwagens als dé manier om de consument te lokken. De veel te dure Formule 1-races voldoen wat dat laatste betreft allang niet meer.

Tom Coronel in een Seat Leon (nr. 20) tijdens de WTCC-race op het circuit van Zandvoort, zondag 6 mei. Foto Hilko Visser Tom Coronel in gevecht tijdens WTCC race 1 in Zandvoort 6-5-2007 Fotografie: Hilko Visser Visser, Hilko

Aan de racetrailers en hospitality-tenten zie je het verschil niet: die zien er net zo professioneel uit als bij een grand-prixautorace in de Formule 1. Maar de auto’s verschillen. Die zijn in de wedstrijden voor het wereldkampioenschap voor toerwagens hetzelfde als bij de lokale autodealer in de showroom. Bijvoorbeeld de Seat Leon, Chevrolet Lacetti, Alfa Romeo 156 of de BMW 320Si.

Het zogeheten WTCC-kampioenschap voor toerwagens is daardoor zeer toegankelijk voor de toeschouwers. Evenals de coureurs die – in tegenstelling tot de vedetten uit de Formule 1 – de media spontaan en zonder de drang van politiek correcte antwoorden te woord staan.

Terwijl ze toch evengoed strijden om een officiële wereldtitel en daarom worden bewonderd. Een goed voorbeeld wat dat laatste betreft is de beste privérijder in het gezelschap van toerwagenrijders, de Nederlander Tom Coronel die je in het rennerskwartier en in elke Seat-showroom toelacht. Achter het stuur racen hij en zijn 25 collega’s namelijk net zo fanatiek als in de Formule 1, de eredivisie van de autosport.

De deelnemende autofabrikanten beschouwen het wereldkampioenschap toerwagens als een serieuze, want lucratieve, zaak. Want hoe kun je de producteigenschappen van een auto tenslotte beter communiceren naar de potentiële klant dan via autoraces?

„Dat is precies de reden waarom wij racen”, zegt Jospeh Wheeler van RSM/N-technology. Hij prepareert de Alfa Romeo 156-toerwagens voor de races. „Een toeschouwer identificeert de toerwagens die hij in een race op het circuit ziet rijden direct met zijn eigen auto en dicht de auto op grond van de raceresultaten een bepaalde status toe.”

Dat is een essentieel verschil met de Formule 1 waar een dergelijke associatie van de toeschouwers met de auto’ s volledig ontbreekt. Formule 1 mag dan weliswaar de best bekeken televisiesport ter wereld zijn; het dient uitsluitend de naam van de autofabrikant of de sponsor wiens naam doorgaans even duidelijk leesbaar aanwezig is op de renwagens.

„Bij ons staat geen enkele andere naam dan die van het eigen merk op de auto”, legt Eric Nève uit. Hij is de racemanager van Chevrolet. „Wij zijn vanaf het eerste begin in het wereldkampioenschap toerwagens gestapt om onze naamsbekendheid zo snel mogelijk te vergroten. Zodoende is het goudkleurige Chevrolet-logo prominent zichtbaar op onze blauwe auto’s.”

Het heeft kennelijk gewerkt. Drie jaar geleden had Chevrolet in een voor de auto-industrie uiterst belangrijk land als Duitsland een geringe naamsbekendheid van net 3 procent. Nu is dat volgens Chevrolets eigen marktonderzoek bijna 100 procent, al wordt de naam Chevrolet doorgaans nog wel geassocieerd met grote Amerikaanse limousines en lang niet altijd met de compacte tweelitermodellen waarmee vandaag de dag wordt geracet.

Het succes van het kampioenschap voor toerwagens is grotendeels te danken aan een initiatief van Jacques Behar, president van het WTCC, en tevens de grote baas van Eurosport. Er wordt geracet in Brazilië, Mexico, Turkije en Macao. De overige wedstrijden worden in Europa gehouden, onder meer op het circuit van Zandvoort.

Behars initiatief bracht (onder auspiciën van de internationale autosportfederatie FIA) ook duidelijkheid binnen de veelheid aan kampioenschappen met toerwagens in Europa, inclusief het peperdure en daardoor in haar bestaan bedreigde Deutsche Tourenwagen Meisterschaft (DTM), een onderonsje tussen de Duitse fabrikanten Audi en Mercedes-Benz.

Reglementair zit het WTCC goed en transparant in elkaar. Het moeten gewone middenklasse auto’s zijn, met tweelitermotoren en zonder extravagante en daardoor onbetaalbaar dure technologie. Vierwielaandrijving en tractiecontrole zijn verboden en iedere coureur rijdt op hetzelfde bandentype.

De motoren zijn weliswaar tot ruim 250 pk opgevoerd en de wielophanging is aangepast voor het racen op circuits, maar bij wijze van spreken zouden deze auto’s zo de openbare weg op kunnen.

Behar wil de reglementen ook doorlopend aanpassen zodat zijn WTCC-kampioenschap een rechtstreekse band met het publiek en dus de consument houdt. Ook houdt hij rekening met het milieu. „Vanaf 2009 mag alleen nog worden geracet met bio-ethanol als brandstof”, belooft hij.

In de strijd om het WTCC-kampioenschap streeft ieder merk zijn eigen doelen na. Streeft Chevrolet naar naamsbekendheid, Seat werkt met racedeelname aan versterking van een sportief imago. Met een directe binding met de klant, want wie de afgelopen weken een proefrit maakte met een Seat, kreeg van de dealer twee vrijkaartjes voor de WTCC-races afgelopen zondag op Zandvoort.