Teheran voert de repressie op

Iran zou gesprekken willen met de VS over zijn omstreden nucleaire programma.

Dat is zo’n taboe dat Teheran zich inspant om de oppositie de mond te snoeren.

Iraanse politieagenten en soldaten staan in een lange rij voor de ingang van de Amir Kabir technische universiteit in Teheran. Op het universiteitsterrein hebben zich honderden studenten verzameld. Hoewel er niet meer wordt gevochten tussen hervormingsgezinde en conservatieve studenten, is het onrustig.

Eind vorige week zijn na een mysterieus conflict over antireligieuze spotprenten, drie studentenleiders opgepakt en vier van hun publicaties gesloten. De studenten van Amir Kabir staan bekend als activisten en zijn in meerderheid tegen de regering van president Mahmoud Ahmadinejad.

De campus lijkt een wereld verwijderd van de internationale spanningen over Irans omstreden nucleaire programma, maar er is een verband. Het Iraanse regime is volgens diverse bronnen bereid concessies te doen om directe onderhandelingen mogelijk te maken met aartsvijand Amerika over het nucleaire programma. Met het oog daarop spannen de autoriteiten zich in om alle binnenlandse oppositie de mond te snoeren.

„Het regime wil de handen vrij hebben voor komende onderhandelingen. Kritiek zal een hoge prijs hebben, zelfs voor gevestigde politici die tot voor kort deel uitmaakten van de Iraanse machtscirkel”, zegt politiek analist Mehrdad Serjooie.

In Teheran wordt verwacht dat er een compromis bereikt kan worden over een vorm van tijdelijke bevriezing van uraniumverrijking, de Amerikaanse voorwaarde voor onderhandelingen. Voor Iran is dit tot dusverre officieel taboe. Of zo’n concessie ook tot een doorbraak zal leiden en niet slechts een poging tot tijdwinst is, is onduidelijk. Hoewel de meeste Iraniërs voor het herstel van relaties met Amerika zijn, willen haviken in het regime zelf het tempo en de reikwijdte van onderhandelingen bepalen.

Na de onlusten op de universiteit bleek dat de spotprenten van shi’itische heiligen niet het werk waren van studenten. Officieel krijgen ‘buitenlanders’ de schuld, maar in universitaire kringen wordt gewezen naar regimeaanhangers die zo een conflict wilden uitlokken. „Er worden spanningen gecreëerd, zodat het regime de hervormingsgezinde studenten de mond kan snoeren”, legt ex-studentenleider Abdullah Momeni uit.

Maar niet alleen de studenten, vaak de vocale stoottroepen van de oppositie, worden onder druk gezet. Met de arrestatie vorige week van voormalig nucleair toponderhandelaar Hussein Moussavian, werd een belangrijk dreigement afgegeven aan de oppositievleugel van hervormers en pragmatici binnen het regime.

Moussavian is een belangrijke criticus van het nucleaire onderhandelingsteam. Hij is ook een vertrouweling van ex-president Rafsanjani. Deze is de prominentste tegenstander van de regerende neoconservatieven en verloor in 2005 de presidentsverkiezingen van Ahmadinejad.

De boodschap is duidelijk. „De leiders willen een monopolie op beslissingen over dit ultieme taboeonderwerp”, zegt hoogleraar internationale betrekkingen Hermidas Bavand. „Interne tegenstanders dienen eerst politiek te worden begraven voordat het regime deze stap durft te nemen.” Moussavian, die van spionage wordt beschuldigd, werd gisteren op borgtocht vrijgelaten.

Zelfs de gewone Iraniër ontkomt niet aan de intimidatie. De ongekend felle campagne tegen slechtzittende hoofddoeken leidt tot grote aantallen politieagenten en paramilitairen op straat. Hoewel weinig vrouwen echt worden opgepakt, wordt iedereen in de hoofdstad weer herinnerd aan de macht van de staat. „Er wordt met spierballen gerold. De machthebbers laten iedereen zien dat ze ferm aan het roer staan”, zegt Bavand.

Er staat veel op het spel. Gesprekken met de VS zijn een heet politiek hangijzer in Iran. De islamitische revolutie en afkeer van de VS zijn innig met elkaar verbonden. De twee landen onderhouden geen diplomatieke relaties sinds de gijzelingscrisis van 1979-‘80, toen revolutionaire studenten 52 Amerikaanse diplomaten gijzelden. Amerika heet in conservatieve Iraanse kringen de ‘grote satan’.

Uit een zeldzaam Iraans opinieonderzoek uit 2003 bleek echter dat ruim 70 procent van de Iraniërs voorstander is van het aanknopen van relaties met de VS. Juist de haviken die nu de macht hebben in Iran hielden dit altijd tegen.

Volgens de Britse krant Financial Times heeft de Opperste Leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei, twee weken geleden het groene licht gegeven voor directe gesprekken met de VS over het omstreden nucleaire programma. Hoewel hierover publiekelijk geen uitspraken zijn gedaan, zijn analisten het erover eens dat de dreiging van Amerikaanse militaire actie en de economische druk van de internationale gemeenschap het Iraanse regime van gedachten hebben doen veranderen.

De signalen zijn niet van de lucht. Minister van Buitenlandse Zaken Mottaki verliet vorige week dan wel de dinertafel met zijn Amerikaanse collega Rice tijdens de Irak-conferentie in Sharm al-Sheikh, maar hij gaf ook aan open te staan voor ‘serieuze’ gesprekken. Irans hoofdonderhandelaar Ali Larijani en Javier Solana, de buitenlandcoördinator van de Europese Unie, zijn voor het eerst sinds maanden weer met elkaar in gesprek.

Daarnaast is het land een internationale pr-campagne gestart. Allereerst werden de 15 in maart gevangen genomen Britse mariniers en matrozen met nieuwe pakken en cadeaus naar huis gestuurd nadat de Britse regering haar toon had verzacht. Hiermee wilde Teheran laten zien dat het redelijkheid beloont met concessies.

Maar van een poging tot het aanknopen van volledige relaties met Amerika is geen sprake. „Mogelijke gesprekken hebben slechts als doel om de spanning te verminderen. Meer niet”, zegt analist Serjooie. „Vergaande relaties met de Verenigde Staten zijn een bedreiging voor het regime. Het zou betekenen dat de belangrijkste vijand wegvalt. Iets wat zeker tot interne veranderingen zou leiden”, zegt professor Bavand.

Voor hervormers in Teheran zou een beperkte overeenkomst tussen beide landen een zwart scenario zijn. Het zou de huidige machthebbers versterken en de internationale druk op het Teheran – in ieder geval tijdelijk – verminderen. „Zo’n pact zou ervoor zorgen dat het regime zich niet bedreigd voelt”, vreest ex-studentenleider Momeni. „De kleine ruimte die er nu nog is voor hervormers zou nog meer worden beperkt. Dit zou vergif zijn voor alle democratische krachten in Iran.”