Slaafse kopie van het origineel

Interview. Regie: Steve Buscemi. Met: Steve Buscemi en Sienna Miller. In: 10 bioscopen

Op twee weken na precies vier jaar geleden draaide er een lowbudget film in de bioscoop. De hoofdrollen werden gespeeld door Pierre Bokma en Katja Schuurman. Er kwamen 7539 mensen naar kijken. De regisseur was Theo van Gogh, die ruim anderhalf jaar later werd vermoord. Zonder die moord zou er nu geen remake zijn, al waren Van Gogh en zijn producent Gijs van de Westelaken naar eigen zeggen in gesprek met belangstellende producenten.

De remake is een vrij slaafse kopie van het origineel. Pierre Peters heet nu Pierre Peders, Katja is Katya geworden. Het interview dat de gerespecteerde journalist met de beroemde soapactrice afneemt is nog steeds een botsing tussen hoge en lage cultuur, vermengd met de strijd der seksen, en draait vooral om de vraag wie wie te slim af is. Het scenario van Theodor Holman is slechts ietsje veranderd, omdat de film zich nu in New York afspeelt. Regisseur Steve Buscemi – die ook Pierre Peders speelt – heeft wat verwijzingen naar Theo van Gogh in zijn film gestopt die alleen het Nederlandse publiek zullen opvallen. Zo botst de taxi waarin Buscemi zit tegen een verhuiswagen van Van Gogh Movers, bekijkt hij in de loft van Katya een foto van Theo van Gogh met Katja Schuurman, en duikt Katja Schuurman zelf ten slotte ook nog in een cameo op.

Ondanks alle overeenkomsten gaat in deze remake veel plezier verloren. Het interessantste aan Van Goghs Interview was het spel dat werd gespeeld met de imago’s van Pierre Bokma en Katja Schuurman. Was de Shakespeare-acteur werkelijk superieur aan de soapactrice die haar borsten had laten vergroten?

Dat de film ook opgenomen was in het appartement van Schuurman vergrootte dat plezier alleen maar. Die dubbele laag is vrijwel verdwenen, waardoor nu extra opvalt dat het scenario toch vrij schematisch is: hoge kunst versus populaire cultuur en intellectualisme versus (schijnbare) leeghoofdigheid.

De remake van Interview werd gedraaid door hetzelfde team dat eerder met Theo van Gogh werkte. In de publiciteit rond de film wordt nogal hoog opgegeven over het ‘onorthodoxe’ driecamera-systeem waarmee werd gefilmd: twee camera’s op de acteurs en eentje voor het overzicht. Zo nieuw is dat systeem echter niet, Milos Forman gebruikt het al decennia.

Dat er digitaal werd gedraaid heeft natuurlijk voordelen: er kan snel (lees: goedkoop) worden gewerkt en dicht op de huid van de acteurs worden gefilmd. Het grote nadeel van het niet per scène uitlichten is dat het nu moeilijk is om de ogen van Sienna Miller te zien – het is te donker in de loft. Maar dat element is wel cruciaal in een film waarin gespeeld wordt met emoties van personages en toeschouwers.

André Waardenburg