Ruimte voor Galileo

Blijft het bedrijfsleven de spil van Europa’s nieuwe satellietsysteem Galileo, of moet toch de Europese Unie in het middelpunt staan? Dat is de vraag nu het consortium van bedrijven dat het systeem bouwt door onderlinge onenigheden in het ongerede dreigt te raken. Maandag suggereerde Wolfgang Tiefensee, minister van Verkeer van EU-voorzitter Duitsland, dat het project kan mislukken als de EU niet alsnog de touwtjes in handen neemt – inclusief een groot deel van de financiering.

Galileo, dat in eerste instantie zo’n 3,5 miljard euro gaat kosten, moet het Europese alternatief worden voor het Amerikaanse gps-systeem voor satellietnavigatie. In 2010 had het systeem, waarvan de eerste satelliet eind vorig jaar werd gelanceerd, klaar moeten zijn. Maar door onderling geruzie binnen het consortium van Europese bedrijven over de verdeling van werk, opbrengsten en personeelsposities, dreigt Galileo nu al in het ongerede te raken.

Moet de EU het publiek-private partnerschap waarop Galileo is gestoeld dan toch maar overvleugelen en zelf de leiding nemen? Dat betekent dat Brussel, en in het verlengde de Europese overheden, misschien wel tot 2 miljard euro extra in het project moet steken. Of dat verdedigbaar is, hangt vooral af van waar het systeem voor is bedoeld. Satellietnavigatie wordt voornamelijk toegepast voor civiele doeleinden. Het gps-systeem van de VS is oud, hoewel het wordt opgewaardeerd. Galileo wordt veel nauwkeuriger, met een grotere capaciteit. Burgers en bedrijven zullen er meer mee kunnen. Galileo mag worden gezien als een deel van de infrastructuur, en heeft een nutsfunctie. De meningen over de vraag in hoeverre de overheid of juist het bedrijfsleven een rol moet hebben bij het bouwen en exploiteren van nutsvoorzieningen, zijn van oudsher verdeeld. Een publiek-privaat partnerschap is in beginsel een geëigende oplossing.

Met Galileo is meer aan de hand. Europa is nu volledig afhankelijk van gps. De Verenigde Staten kunnen dat systeem in principe geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen. Aangezien satellietnavigatie steeds meer een integraal deel uitmaakt van transport en logistiek, is het begrijpelijk dat Europa uit economisch-strategische overwegingen de voorkeur geeft aan een eigen systeem.

Daar komt bij dat navigatie ook militair van wezenlijk belang is. China bouwt niet voor niets aan het nationale Beidou-systeem voor satellietnavigatie. Rusland werkt aan zijn eigen versie, Glonass. Dat betekent niet automatisch dat Europa uit militaire overwegingen ook een eigen systeem moet hebben. Maar projecten als deze zijn er voor de zeer lange termijn. En niemand kan zeggen hoe de wereld er over enkele decennia uitziet.

Zo bezien is Galileo geen luxe. De redenen om het systeem te bouwen zijn niet alleen economisch, maar ook strategisch van aard. Als het noodzakelijk wordt geacht om een eigen satellietnavigatie de lucht in te krijgen, en dat kennelijk niet zonder een grotere overheidsregie mogelijk is, dan moet het maar. Inclusief de kosten.