Proces tegen Taylor ‘mag niet mislukken’

De laatste voorbereidingen voor het proces tegen Charles Taylor worden afgerond. Aanklager en advocaat willen binnen anderhalf jaar aantonen dat het mogelijk is om een voormalig staatshoofd snel en correct te berechten.

Het proces tegen Charles Taylor móet lukken. Daarover zijn Stephen Rapp, hoofdaanklager van het Speciale Hof voor Sierra Leone, en Karim Khan, advocaat van de Liberiaanse krijgsheer en oud-president, het eens. „Als na de processen tegen Slobodan Miloševic en Saddam Hussein weer een proces tegen een voormalig staatshoofd mislukt, weet ik niet hoe het verder moet met het internationale recht”, zegt de Brit Khan, die eerder bij de tribunalen voor Joegoslavië, Rwanda en Oost-Timor werkte.

Het Speciale Hof hield deze week de laatste voorbereidende zitting voor zijn grootste zaak. Op 4 juni begint het proces tegen Charles Taylor, tegen wie elf aanklachten zijn ingediend voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, begaan tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone. Het Hof is gezeteld in Freetown, maar Taylor zit uit veiligheidsoverwegingen vast in de gevangenis in Scheveningen. Het proces zal plaatsvinden in een rechtszaal van het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag.

Omdat het zeker na het slepende proces-Miloševic „ontzettend belangrijk is dat we het goed doen”, streeft de Amerikaanse aanklager Rapp naar een „zo bondig mogelijk” proces. Het in 2002 opgerichte tribunaal is er vaak van beticht onnodig langzaam te werken in zijn drie andere zaken (zie inzet) en heeft tot op heden geen vonnis gesproken. Rapps inschatting is dat de eerste aanleg van de zaak-Taylor in anderhalf jaar kan worden afgerond, Khan hoopt dat het sneller kan.

„We zullen niet één getuige meer oproepen dan nodig is”, zegt de aanklager na afloop van de zitting in zijn kantoor in Voorburg. Als het aan hem ligt zal met behulp van 139 getuigen worden bewezen dat Taylor en de Sierra Leonese rebellenleider Foday Sankoh de macht wilden overnemen in Liberia en Sierra Leone en dat een groot deel van hun strategie bestond uit een campagne om de bevolking te terroriseren, „zodat die alle weerstand zou opgeven”. Taylor zou voor zijn hulp betaald zijn met diamanten. „We gaan bewijzen dat hij steun verleende aan de opleiding van rebellen, hen van enorme hoeveelheden wapens voorzag en geen stappen zette om zijn ondergeschikten tot de orde te roepen”, aldus Rapp.

„Alleen een imbeciel zou zeggen dat er geen moorden en verkrachtingen zijn geweest in Sierra Leone. Er is enorm geleden, maar de vraag is of Taylor hiervoor crimineel verantwoordelijk kan worden gehouden”, aldus Khan. „Zelden is iemand zo zwart gemaakt als Taylor.” Hij waarschuwt dat het proces wel om gerechtigheid moet gaan, en niet om wraak.

Khan ziet nog allerlei obstakels voor een correcte rechtsgang. Hij heeft moeite om potentiële getuigen voor de verdediging te verzamelen. Volgens hem zijn velen „als de dood dat de Veiligheidsraad ze reisverboden oplegt of hun tegoeden bevriest omdat ze in verband worden gebracht met de verdediging van Taylor”. Omdat Khan zegt meer tijd nodig te hebben voor de voorbereiding, zal hij pas op 25 juni een openingsverklaring afleggen.

Ook heeft hij bezwaar tegen het voornemen van de aanklagers om getuigen die niet naar Den Haag durven of willen komen via een videoverbinding te laten spreken. „Ik wil dat de rechters ze eens goed in de ogen kunnen kijken.” Volgens Rapp moeten voor ongeveer 95 procent van zijn getuigen beschermende maatregelen getroffen worden. Velen zullen anoniem verklaringen afleggen, achter een scherm of met een vervormde stem. Van slachtoffers of familieleden van slachtoffers worden – als het aan Rapp ligt – in veel gevallen alleen schriftelijke verklaringen gebruikt. „Zeker tien van hen zullen wel in Den Haag verschijnen, om het proces tot leven te brengen”, zegt hij. Onder hen zijn waarschijnlijk slachtoffers van wie ledematen zijn afgehakt, een wijdverspreide praktijk tijdens de burgeroorlog.

Een derde strijdpunt voor de verdediging is de situatie waaronder Taylor wordt vastgehouden. Taylor zit in de vleugel van het ICC, waar verder alleen de Congolees Thomas Lubanga verblijft, die door het ICC is aangeklaagd voor het inzetten van kindsoldaten. Taylor spreekt geen Frans, Lubanga geen Engels, maar volgens Khan pikt die nu wat woordjes op van Taylor. Familieleden van Taylor ontvangen maar één visum tegelijk, waardoor hij weinig bezoek krijgt. Taylor heeft zijn iPod moeten inleveren. En dan is er het eten, dat niet is toegesneden op een Afrikaans dieet van cassave, vis en palmolie, zegt Khan. „Dat staat een instituut dat zegt toegewijd te zijn aan de hoogste internationale standaards niet goed”, vindt hij. „Het is niet makkelijk voor Taylor. Alles bij elkaar kan hij zo de indruk krijgen dat ‘het systeem’ tegen hem samenzweert en daardoor gaan dwarsliggen, zoals Miloševic deed. Dat zou het werk van de verdediging moeilijker maken, evenals dat van de rechters.”