Ontspoord bestuur

Zeventien reizigers raakten op 29 november 2006 gewond als gevolg van een ontsporing van de lightrail tram, een voertuig van RandstadRail, waarin ze met nog ruim honderd medepassagiers zaten. Dat gebeurde in Den Haag bij de halte Forepark. Het was niet het eerste incident bij RandstadRail. Kort daarvoor was bijvoorbeeld een voertuig bij de halte Ternoot uit de rails gelopen. Dus was de vraag gerechtvaardigd of deze nieuwe trajecten in het stedelijk gebied bij Den Haag en Zoetermeer niet te snel in gebruik waren genomen. Was een ruimere testperiode niet verstandiger geweest?

Nee, zeiden de gemeenten Den Haag, Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg en Pijnacker-Nootdorp, het stadsgewest Haaglanden, vervoerder HTM en de projectorganisatie RandstadRail. Zij tekenden voor een persbericht op 26 januari van dit jaar waarin ze als mening gaven dat de ingebruikname van RandstadRail „veilig en verantwoord” was.

Deze week publiceerde de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) de resultaten van een onderzoek naar de oorzaak van de ontsporing. Het bevat mooie specialistische termen als ‘openrijdbeweging’, ‘afliggende tong’ en ‘rechtsleidende stand’. Het komt erop neer dat er vóór de ontsporing een wissel beschadigd was door een defect voertuig dat daar eigenlijk niet had moeten rijden en dat niemand de schade aan de wissel had opgemerkt. De wisselsteller niet, de bestuurder van het voertuig niet en het elektronische beveiligingssysteem niet. De IVW spreekt van een „onacceptabel ernstige afwijking”, die valt in de categorie ‘direct gevaar’ en van „een ernstige tekortkoming”. Deze fouten hebben een directe relatie met het ongeval, aldus de inspectie.

Al tijdens de bouwfase waren wissels beschadigd; niettemin waren bij RandstadRail „onderhoudsprotocollen niet aantoonbaar aanwezig” en waren de afspraken over werkzaamheden en onderhoud aan de wissels „onvoldoende op orde”. Medewerkers van RandstadRail hadden geen vertrouwen in het wisselsysteem; ze achtten de situatie onstabiel en onwerkbaar. Deze constateringen zijn zo ernstig dat het management eerder had moeten ingrijpen, aldus het rapport, dat zo nog een tijdje doorgaat.

De inspectie constateert dat ook zijzelf te vroeg toestemming heeft gegeven om het spoor te gebruiken. Vraag is nu wel: waarop was toch die conclusie van al die politieke bestuurders gebaseerd, die op 26 januari verklaarden dat de ingebruikname van RandstadRail veilig en verantwoord was?

Opvallend is hoeveel overheidslichamen bij dit bovenstedelijke en bovenregionaal project betrokken zijn. Dit roept de vraag op of één bestuurlijk orgaan, met heldere bevoegdheden en taken, niet een stuk effectiever zou zijn. Hoe dan ook: verwacht mag worden dat de betrokken bestuurders in elk geval hebben geleerd van de fouten die er bij RandstadRail zijn gemaakt. Daar zijn onderzoeksrapporten voor, die onvermijdelijk veel wijsheid achteraf bevatten. Maar wat was de reactie van de Haagse wethouder Norder (PvdA), gisteren tegenover het ANP mede namens de overige bestuurders: „Het rapport bevestigt dat betrokken partijen bij de ingebruikname niet onverantwoord hebben gehandeld.”

Domheid achteraf bestaat blijkbaar ook.