Minder patiënten dood op verzoek

Euthanasie komt minder voor in Nederland. Steeds vaker bestrijden artsen pijn en andere symptomen van stervenden door hen in een diepe slaap te brengen. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek naar de Nederlandse euthanasiepraktijk.

Uit het vijfjaarlijkse onderzoek, dat vandaag is gepresenteerd, blijkt dat het aantal euthanasiegevallen is gedaald van 2,6 naar 1,7 procent van alle sterfgevallen (van 3.500 naar 2.325). Palliatieve sedatie nam de laatste vijf jaar toe, van 6,0 naar 7,1 procent van alle sterfgevallen (van 8.500 naar 9.700).

Artsen die euthanasie toepassen melden dat steeds vaker bij de daarvoor opgerichte toetsingscommissies, namelijk acht van de tien keer. In het vorige onderzoek werd nog bijna de helft van de euthanasiegevallen verzwegen.

Artsen die geen melding maken van euthanasie, hebben volgens de onderzoekers medicatie toegepast die niet voor euthanasie is bedoeld, namelijk morfine. Zij adviseren de wet aan te passen aan de praktijk. In de wet moet staan dat gebruik van middelen die het lijden verlichten, mits proportioneel toegepast, geen levensbeëindiging is, „ook al bespoedigt de arts daarmee mogelijk het overlijden van de patiënt”. Ook zouden de euthanasiezaken waarin de arts zorgvuldig heeft gehandeld, maar de verkeerde medicatie heeft gebruikt, niet moeten worden doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie, maar naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De onderzoekers vinden verkeerd medicijngebruik een medische aangelegenheid.

Euthanasie:pagina 3