Marktwerking stadsvervoer niet verplicht

Nederland hoeft geen marktwerking in te voeren bij het stadsvervoer in de grote steden. Openbare aanbestedingen in het streekvervoer kunnen worden gestopt. Dit volgt uit een besluit van het Europarlement.

De europarlementariërs stemden vanochtend in meerderheid voor het rapport van Erik Meijer van de SP. Hierin staat dat de nieuwe Europese verordening over het personenvervoer diverse keuzemogelijkheden biedt aan de lidstaten. Het staat ze vrij om openbaar vervoer, onder strikte voorwaarden, zonder aanbesteding aan één marktpartij aan te bieden, of door een overheidsbedrijf, bijvoorbeeld een gemeentelijk vervoerbedrijf, uit te laten voeren.

Dit is een forse wijziging van de oorspronkelijke plannen van de Europese Commissie uit 2000. Het dagelijks bestuur van de EU stelde voor om al het openbaar vervoer in de EU verplicht aan te besteden.

Nadat een stemming in het Europees Parlement in 2001 deze plannen verstoorde, bleef het dossier lang onaangeroerd. Totdat de huidige EU-voorzitter Duitsland besloot duidelijkheid te scheppen. Er is nu overeenstemming bereikt tussen het Europees Parlement, de lidstaten en de Commissie, die zich bij haar nederlaag heeft neergelegd.

In de Tweede Kamer werd de stemming in Brussel met interesse gevolgd. In Den Haag tekent zich een Kamermeerderheid af voor wijziging van de Nederlandse Wet personenvervoer uit 2000. Deze werd ingevoerd in de veronderstelling dat ‘Europa’ aanbestedingen verplicht zou stellen. Nederland steunde dat destijds.

De nieuwe wet introduceerde marktwerking in het streekvervoer en bepaalt dat ook het stadsvervoer in de grote steden de komende jaren moet worden aanbesteed. Maar na problemen met aanbestedingen van het streekvervoer in Brabant en Limburg neigt een Kamermeerderheid van PvdA, SP, PVV, GroenLinks en SGP naar een wetswijziging om het voortbestaan van bijvoorbeeld gemeentelijke vervoerbedrijven mogelijk te maken. Mogelijk wordt daarbij ook de al bestaande marktwerking in het streekvervoer beperkt.

Staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer, ChristenUnie) stelt een brief op aan de Kamer waarin ze de bewegingsvrijheid voor Nederland aangeeft na de stemming in het Europarlement. Zelf wil ze vasthouden aan marktwerking, evenals de fracties van het CDA en de VVD. CDA’er Jan Mastwijk verwacht half juni nieuw overleg met de staatssecretaris.