Koektrommel

Zolang de mens zijn eigen driften niet kan beteugelen, zal de overheid dit in zijn plaats moeten doen, met verboden en sancties. Deze week richtten de overheidsogen zich op de kinderen. Kinderen, voor de mensen die dat niet weten, dat zijn die rondbuikige dikkerdjes die zich op de bank liggen te vergapen aan koek-, snoep- en chipsreclame op Cartoonnetwork en vervolgens hun ouders chanteren om die troep grootschalig in te slaan. Je hebt ze ook in een iets grotere uitvoering. Die hangen in keten rond met kratten bier en drinken zich ieder weekend het ziekenhuis in.

Ik geef toe, dit hoekje in de krant is bij uitstek geschikt om wat cynische pret te maken over volksvertegenwoordigers die een ban willen op ‘ongelooflijk Haribo’, maar misschien hebben ze wel een punt.

Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat ze gelijk hebben met hun koekreclameverbod of hun 18-jaarsgrens voor alcoholverkoop. (Alleen de praktische onuitvoerbaarheid maken die ballonnetjes al tot lachertjes: zonder die reclames kunnen de kinderkanalen wel opdoeken).

Daarmee bedoel ik wel dat er iets moet gebeuren aan de blijkbare onvrede en apathie die zorgt dat jongeren aan het schransen en aan het zuipen gaan, aan het algehele verval der zeden, aan, kortom, alle symptomen van een wereld met veel vrijheid en welvaart.

Het zijn sterke benen die zulke weelde kunnen dragen, en blijkbaar zijn de benen van velen van ons nog niet sterk genoeg. Daarop zijn twee reacties mogelijk. 1. Perk die vrijheid in. 2. Maak die benen sterker. Het kabinet kiest voor de eerste lijn. Wat extra verbodsborden en wapenstokken, meer heb je er niet voor nodig. Het tweede pad vereist meer, en komt uiteindelijk neer op de vraag: hoe civiliseert men de proleet? Hoe verander je het stuurloze en achterbakse volk in volwassen burgers die verantwoordelijkheidsgevoel kennen en richting in hun leven ervaren?

Ik weet het ook niet, maar zolang we de eerste weg blijven bewandelen, blijven grote groepen volwassen burgers altijd kinderen, tegen wie je keer op keer blijft zeggen dat ze niet aan de koektrommel mogen komen.

Christiaan Weijts

Schrijver van het boek Art. 285b.