Jeuk, pijn, witte vlekken en branderigheid

Een Belgische gynaecoloog breekt in een nieuw boek de staf over zijn collega's. Zij verwaarlozen de vulva, vindt hij. Een Nederlandse vrouwenarts valt hem bij.

„‘Gaat u liggen mevrouw...’. Deze woorden zijn nauwelijks uitgesproken of de arts heeft zich reeds omgedraaid om een speculum te grijpen.” In het vandaag verschenen handboek Vulvapathologie is de Brusselse hoogleraar gynaecologie Jean-Jacques Amy weinig complimenteus over zijn collega’s, en de manier waarop ze omgaan met vrouw en eendenbek. „Een gynaecoloog is niet gewend om er goed naar te kijken”, zegt ook zijn Nederlandse vakgenoot dr. Wim van der Meijden. Hij is het met Amy eens. Veel artsen, zegt hij, onderzoeken vrouwen met jeuk of pijn rond hun vagina (de vulva) niet goed.

Van der Meijden, gynaecoloog en dermatoloog aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, richtte bijna tien jaar geleden de eerste vulvapolikliniek op. Zijn boek, samengesteld met zijn Delftse collega Bram ter Harmsel, is het eerste Nederlandse boek over vulvaklachten. Van der Meijden: „De gynaecoloog spreidt de schaamlippen. Maar goed kijken naar de vulvaire huid, de clitoris, alles wat daar zo’n beetje zit – nee.”

Hetzelfde geldt, zegt hij, voor huisartsen. Abnormale vaginale afscheiding is een klacht waarmee vrouwen vaak bij de huisarts komen. Van iedere duizend vrouwen komen er per jaar zo’n vijftig met die klachten langs. Een kwart tot een derde van de vrouwen heeft een infectie met de schimmel Candida albicans, blijkt uit Nederlandse epidemiologische gegevens.

Van der Meijden: „Maar als vrouwen klagen over jeuk, branderigheid, krijgen ze zeker in acht van de tien gevallen een zalf tegen schimmels. Of ze nou jong zijn of oud. Terwijl bekend hoort te zijn dat vrouwen na de menopauze bijna nooit meer Candida hebben.”

„Er zijn richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap over fluor vaginalis, abnormale vaginale afscheiding, maar die moeten dan wel gebruikt worden. Daar staat in op welke klachten je moet letten, dat je moet kijken hoe het eruit ziet, en welke microscopische diagnostiek je moet doen als je het niet vertrouwt.”

Die vrouwen krijgen een overbodige behandeling. Er zijn ook patiëntes die onterecht géén verwijzing krijgen naar de specialist. „Men gaat redelijk vaak naar de huisarts, maar dan duurt het nog lang voordat ze bij een specialist komen die er wat van af weet.”

Het handboek behandelt twintig huidaandoeningen: herpes genitalis, eczeem, maar ook zeldzame vulvaziekten als lichen sclerosus – een chronische, jeukende ontsteking die witte vlekken geeft. Of lichen planus, een rode ontsteking die vaak ook op de huid en in de mond opvlamt. Van der Meijden: „Gemiddeld lopen die vrouwen al zes maanden tot twaalf jaar met klachten rond voor de diagnose wordt gesteld.” Er is een behoorlijk ‘gêneprobleem’, zegt hij. „En dat is niet beperkt tot dames van boven de zestig. Vaak zeggen vrouwen: dat wordt wel beter. Het ligt aan de psychologie van de vrouw, en aan de partner.

„Je staat soms versteld van het continueren van seksuele activiteit bij aandoeningen waarvan je denkt: de grootste leek móet zien dat dit niet goed is. We zijn nog niet waar we wezen moeten, met dit deel van het lijf.”