Irak: weer drie journalisten vermoord

Drie Iraakse journalisten zijn gisteren ten zuiden van de oliestad Kirkuk uit hun auto gesleurd, gefolterd en doodgeschoten. Ook hun chauffeur werd vermoord. Irak is sinds de Amerikaans-Britse invasie van maart 2003 veruit het gevaarlijkste land voor journalisten.

Het onafhankelijke Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) heeft sindsdien 101 gedode journalisten geteld, nog zonder de slachtoffers van gisteren. De overgrote meerderheid van deze doden is Iraaks. Vaak zijn zij vóór hun dood bedreigd om wat zij schreven of uitzonden. In de meeste gevallen gaat het om gerichte moord.

De gisteren vermoorde journalisten werkten voor de onafhankelijke uitgeverij Raad, die verscheidene week- en maandbladen publiceert die in het algemeen een pro-regeringslijn volgen. Volgens de politiechef van Al-Rashad, 60 kilometer van Kirkuk, wordt het bedrijf door het Amerikaanse leger financieel gesteund. Een van de slachtoffers, een shi’iet, was onder Saddam Hussein hoofdredacteur van een regeringskrant in Kirkuk. De andere doden waren nog een shi’iet en twee sunnieten.

Het was de tweede dodelijke aanval op de Iraakse pers in een week. Op 2 mei bestormden gewapende mannen het gebouw van het onafhankelijke radiostation Dijlah (Arabisch voor Tigris) in een overwegend sunnitische buurt in het westen van de hoofdstad Bagdad, nadat zij het eerst met raketten en handgranaten hadden bestookt. Zij doodden twee employés en verwondden er vijf, en bliezen het gebouw op. Het was de derde aanval in drie maanden op het radiostation, dat nu uit de lucht is. De adjunct-directeur van het radiostation, Karim Youssef, zei dat „ze ons bestoken omdat we onafhankelijk zijn en geen sektarische politiek volgen. Ons nieuws is evenwichtig en we hebben employés van alle sekten en etnische groepen.”

Op een ander front besloot het Iraakse parlement gisteren actie te ondernemen tegen het Arabische televisiestation Al-Jazeera, dat de belangrijkste shi’itische geestelijk leider, groot-ayatollah Ali Sistani, zou hebben beledigd. Wat het parlement precies gaat doen, was niet duidelijk. Het besluit volgde op protesten in de zuidelijke steden Basra en Najaf tegen de gewraakte uitzending waarin een interviewer vraagtekens zette bij het leiderschap van Sistani en in twijfel leek te trekken of hij zelf wel de geestelijk vader is van zijn uitspraken. In het parlementaire debat werd Al-Jazeera er door shi’itische politici van beschuldigd sektarische strijd in Irak aan te moedigen, een beschuldiging die shi’itische politici vaak tegen Al-Jazeera inbrengen.

De verhouding tussen Al-Jazeera en de Iraakse politiek is al sinds de val van Saddam Husseins bewind gespannen. Eerder werd de zender er door shi’itische politici van beschuldigd partij te trekken voor Saddams regime en de sunnitische opstand te steunen. In verband daarmee werd het in 2004 verboden nog langer vanaf Iraaks grondgebied te opereren. (AP, Reuters, AFP)