Inenting tegen kanker is succes

Het eerste vaccin tegen baarmoederhalskanker werkt zoals het hoort. Dat blijkt uit de eerste grote studies onder vrouwen, op de middellange termijn.

Vandaag wijdt het medische tijdschrift The New England Journal of Medicine een groot deel van het nummer aan baarmoederhalskanker. Die vorm van kanker, in westerse landen zeldzaam, wordt veroorzaakt door een virus dat tijdens seks wordt overgedragen. Daarom kunnen vrouwen ertegen ingeënt worden. Het eerste vaccin is sinds het vorig najaar in Europa verkrijgbaar.

In twee onderzoeken werden bijna 18.000 meisjes en vrouwendrie jaar gevolgd. Bij vrouwen die nog niet besmet waren met het humane papillomavirus (HPV) dat de kanker veroorzaakt, bood de vaccinatie, gegeven in de bovenarm, nagenoeg 100 procent bescherming. Ze kregen geen vlekjes in hun baarmoederhals die zich tot kanker kunnen ontwikkelen.

Althans, dat geldt voor de vier stammen van HPV die in het vaccin zitten. Naar schatting veroorzaken die zeker 70 procent van alle baarmoederhalskankers. Het vaccin biedt geen bescherming tegen de andere, meer zeldzame kankerverwekkende virusstammen. Er bestaan er zeker vijftien. Ernstige bijwerkingen had de prik niet, alleen soms wat pijn in de arm.

Enkele Europese landen, waaronder Duitsland en Zweden, zijn inmiddels begonnen met routinematige inenting met het vaccin. In Nederland komt de Gezondheidsraad eind dit jaar met een advies. Er moet nog worden bepaald of de kosten van de prik (zo’n 375 euro voor een volledige inenting in drie fasen) opwegen tegen de baten. De vraag is verder op welke leeftijd vrouwen de vaccinatie het best kunnen krijgen, en of het nut heeft om ook jongens in te enten, omdat zij drager kunnen zijn.

Ook adviseert de raad dan over het uitstrijkje. Nu kunnen vrouwen tussen de dertig en zestig elke vijf jaar hun baarmoederslijmvlies laten controleren. Dat controleprogramma zal niet verdwijnen, maar wordt mogelijk aangepast, ook omdat er nieuwe tests zijn.