Hier had uw kanjer kunnen vallen

Ze zal al veel flauwe grapjes over haar naam hebben gehoord, mevrouw Van der Meijs-de Gier uit Heusden. Afgelopen maandag diende haar rechtszaak tegen de Postcodeloterij. Inzet: emotionele schade omdat de buurt een prijs gewonnen had van 14 miljoen euro, maar degenen die niet meededen met de loterij de prijs uiteraard misliepen.

Het is eenvoudig de klacht af te doen als gezeur van een slechte verliezer. Had je zelf maar mee moeten doen, en bovendien: je verliest toch niets? Je hebt hooguit iets niet gewonnen. Toch is er het nodige te zeggen voor de klacht. Het trefwoord daarbij is ‘spijt’, en dan vooral de uitbuiting van spijt als marketinginstrument. Onderzoek daarnaar is gedaan door M. Zeelenberg en F. Pieters, twee wetenschappers van de Universiteit van Tilburg. Het heet Consequences of regret aversion in real life: The case of the Dutch postcode lottery en werd in 2004 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Organizational Behavior and Human Decision Processes, nummer 93. Het is te googelen.

Centraal staat dat de hoeveelheid spijt bij een loterij toeneemt naarmate er meer informatie (feedback) is over de uitkomst. Bij een gewone loterij kan men aan de spijt ontsnappen door gewoon niet mee te doen. Bij de Postcodeloterij is er geen ontkomen aan: als de prijs in de straat valt, wordt de niet-spelende bewoner hoe dan ook geconfronteerd met het feit dat ook hij had kunnen winnen. Sterker nog: het deel dat de winnaars ieder ontvangen van de prijs is hoger juist omdat hij niet meedeed. Dan is er nog het element van sociale vergelijking: de winnaars wonen naast je, en dat is een effect, zegt Zeelenberg c.s. waarvan bewezen is dat het de spijt fors versterkt.

Waar het in feite om gaat, is de vraag in hoeverre ‘geanticipeerde spijt’ mensen ertoe brengt toch mee te spelen. Doe je mee omdat je wel zin hebt in een gokje, of omdat het vooruitzicht te verliezen ondraaglijk is? Dat is een belangrijk verschil. Zeker als de marketing van de loterij daar zelf ook zwaar op inzet. De studie vindt hierin een relevant verschil tussen de Staatsloterij en de Postcodeloterij.

Daarom gaat de zaak eigenlijk niet alleen om mevrouw Van der Meijs-de Gier. Hij gaat om dat deel van al die 2,3 miljoen spelers die zich wellicht gedwongen voelen mee te doen en daar geld aan uit te geven. Dat is interessant. Bovendien: kun je een slechte verliezer zijn als je helemaal niet meedeed?

Misschien dat de rechter een economisch psycholoog in de arm zou moeten nemen om zich voor te bereiden op de uitspraak van 20 juni.

Maarten Schinkel