Het warme, regionale, herkenbare, kneuterige

Hebt u op televisie al eens gekeken naar Helvoirt, de serie? Regioreality over pastor Hans Hageman, zijn zingende vrouw Anneke en het katholieke leven op het Brabantse land.

In de eerste aflevering nam de pastor ons mee naar twee hoogbejaarde zussen. To en Rika mochten op hun afgelegen boerderij niet langer de kerktelefoon gebruiken. Het parochiegeld was op.

Handige pastor, dacht de achterdochtige kijker. Die heeft geld nodig en maakt met de hulp van zijn vrienden bij de RKK bedeltelevisie. Een tv-programma als marketingmiddel. Dat levert meer op dan weet ik hoeveel giroacties en reclames bij elkaar.

Daarop gokt ook de gemeente Emmen. Het commerciële RTL start volgend jaar de serie Voor hetzelfde geld in Emmen over tien families die vanuit de Randstad verkassen naar Zuidoost-Drenthe. De realityserie moet booming Emmen op de kaart zetten. Dat kost de gemeente en eventuele investeerders 550.000 euro. Maar de burgemeester heeft het er graag voor over. Als Emmen groter wil groeien, glunderde hij op de persconferentie, „moet je een breder beeld wegzetten dan alleen de dierentuin.”

Bij de RKK-serie Helvoirt is marketing nooit het doel geweest, bezweren makers en gemeente. We wilden het parochieleven portretteren, vertelt eindredacteur Monique van den Boogaard, in een dorp dat zich kenmerkt door vergrijzing, te weinig woningbouw en sociale controle. Dagboek van een Herdershond maar dan waar gebeurd. Want „het herkenbare, regionale, warme en kneuterige” slaat weer aan, zegt ze. Kijk maar naar de populaire regiosoaps zoals Van Jonge Leu en Oale Groond’, en reality-tv als Boer zoekt Vrouw en Man bijt Hond.

Nou, kneuterig kun je het krijgen in Hilversums eerste regiorealityserie.

Jeu de boulen op het dorpsplein. Optreden met de harmonie. Zingen in een pianokamer vol Mariabeeldjes. Helvoirt als plek voor ‘klein maar fijn katholiek leven’. Waarover streekzanger Gerard van Maasakkers in de leader zingt: „Al vanaf mijn geboorte heur ik erbij, als zand bij de hei.” Met onophoudelijk in het middelpunt de Helvoirtse pastor, diaken Hans Hageman, in een vorig leven acteur en operazanger.

Maar dat deze televisie nou warm is en herkenbaar? Niet voor niet-heikneuters. Drie afleveringen lang stoorde ik me aan het Hilversumse gedweep met het ‘authentieke Brabantse leven’ van gemoedelijkheid en gemeenschapszin.

Maar gisteren kon ik me erover heenzetten. Ergerde ik me niet meer aan de pastor die je nooit ziet luisteren maar altijd hoort praten, die zijn best doet om met een troostende schouder, een bemoedigend armgebaar als herder in beeld te komen.

Hoe dat kwam?

De aflevering draaide om René. Hij was dertien jaar en had leukemie. Hij wilde weten hoe dat nou is, doodgaan, en de camera moest dat filmen: „Jullie zenden dit toch wel uit?”

„Wat gebeurt er als ik opgeef, pastor”, vroeg hij liggend in een wit bed in de huiskamer met een opgezwollen gezicht, dichtgeknepen ogen en blauwe lippen. „Want ik wil nog zo graag een keer barbecuen.”

René heeft nog gebarbecued. Vlak daarna ging hij dood en belandden de kijkers in de rouwdienst. Met beelden van veel verdrietige kinderen: klasgenoten, tweelingzus en jongere zus. Enkelen namen het woord, je proefde hun pijn. „We waren een koningskoppel in de klas”, zei de beste vriend. „Wil je dat nooit vergeten?”

Toch nog geroerd door regioreality.

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen