Herdenk eens de gastvrijheid

We herdenken ieder jaar oorlogsslachtoffers uit WOII.

Maar de slachtoffers van nu, vluchtelingen, laten we niet toe in onze maatschappij.

Vier mei. Om acht uur twee minuten stilte en dodenherdenking. Ik kijk ernaar en het ontroert me niet. Dat is niet altijd zo geweest, maar elk jaar lijkt het wel meer op een rituele dans van steeds oudere dames en heren. Ik vraag me af of ik afgestompt ben.

Ik kan me dat niet voorstellen, want dagelijks deel ik de ervaringen van vluchtelingen voor oorlogsgeweld, hun zorgen en angsten voor hun achtergebleven familie.

Als therapeut van veteranen, jong en oud, word ik ondergedompeld in hun herbelevingen en nachtmerries, geconfronteerd met hun frustraties en machteloze woede.

De jongens van Srebrenica: aanvankelijk overtuigd van de zin van hun missie, maar meer en meer verbijsterd door het gebrek aan steun van hun meerderen en de internationale politiek. Hoe de mensen die zij moesten beschermen door hun eigen, harteloze militie in de steek gelaten werden en de beloofde luchtsteun niet werd geleverd. Hoe velen in eigen land over hen heen vielen omdat zij, nauwelijks bewapend, het niet opnamen tegen de overmacht van een geregeld leger.

De vluchteling uit Irak: zeer intelligent en werkzaam in de hulpverlening, maar langzamerhand verdoofd door de berichten in de krant en het contact met zijn achtergebleven familie, van wie een aantal ontvoerd en waarschijnlijk vermoord is.

De arts die jaren geleden in Cambodja diende: hij moest meemaken hoe zijn operatietent met het rode kruis beschoten werd, omdat dit voor de tegenpartij de beste manier was hen te demoraliseren.

In de jaren tachtig kon ik niet slapen, na het zien van de film ‘Shoah’ van Claude Lanzmann in een achteraf-bioscoop in Parijs. Ik realiseerde me dat oorlog om gewone mensen ging, die in een bepaalde context tot gruwelijke daden in staat waren.

Wat mensen het meest traumatiseert zijn juist de man made disasters. Dat gold voor de geplande uitroeiing van de joden, dat geldt ook voor de genociden daarna.

Socioloog Abram de Swaan heeft ooit de pseudo-humanitaire aspecten van ons vluchtelingenbeleid beschreven. Heel duidelijk legt hij uit hoe wij in Nederland anderen wel opvangen, maar er innerlijk niets mee te maken willen hebben. Zij laten ons onverschillig. Dat verklaart ook dat we hen blootstellen aan een kille en gekmakende bureaucratie.

Na de Tweede Wereldoorlog was dat niet veel anders. Ik weet nog hoe geschokt ik was toen een joodse vriend me vertelde dat zijn ouders niet alleen de hele familie kwijt waren, maar ook hun bezittingen. Gestolen door achterblijvers. Na de oorlog hoorden zijn ouders er niet bij.

Dat de herdenking van vier mei steeds minder oproept, komt niet omdat de Tweede Wereldoorlog en de dramatische gevolgen daarvan niet erg genoeg zouden zijn. Wel lijkt het of we het meer nabije verleden niet erkennen. Net als na de Tweede Wereldoorlog voelen de huidige slachtoffers van oorlogsgeweld zich er niet bij horen. Terwijl voor deze mensen erkenning van hun traumatische ervaringen het allerbelangrijkst is, net als de positie die ze innemen in de maatschappij. Nu staan ze, tegen hun zin, daarbuiten. Oorlogsslachtoffers, ook de hedendaagse, moeten er weer bij gaan horen.

Laten we oude waarden in ere herstellen: de waarde van gastvrijheid en de plicht anderen op te vangen. Het belang van familiezin, uitgedragen in het christelijke en islamitische geloof. En ten slotte de waarde die blijkt uit een uitspraak van Freud: de ander, dat ben je zelf.

S.J. Hoorntje is psychiater-analyticus.

Voor tips om te herdenken mét migranten, zie www.bevrijdingintercultureel.nl