Even schuldig, zwaarder gestraft

De slachtoffers van gifgasaanvallen in Irak krijgen van het hof geen schadevergoeding toegekend. Maar het vonnis voor de leverancier is hard.

Zeventien jaar cel, dat had niemand verwacht. Zelfs het Openbaar Ministerie (OM), dat de Nederlandse zakenman Frans van A. zo lang mogelijk in de gevangenis wilde hebben, ging ervan uit dat vijftien jaar de maximumstraf is voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden – zoals eerder ook de rechtbank oordeelde. Het gerechtshof kwam toch tot een zwaardere straf voor van A. Dat is mogelijk, aldus het vonnis, omdat hij „uit grof winstbejag” heeft bijgedragen aan een „uiterst grove schending” van het internationaal humanitair recht door Irak.

Te oordelen naar het requisitoir van het OM en het pleidooi van de advocaten leek het hoger beroep tegen Van A. sterk te gaan lijken op de aanvankelijke rechtszaak. De zakenman heeft in de jaren tachtig grote hoeveelheden grondstoffen voor gifgas geleverd aan het Iraakse regime van Saddam Hussein. Doordat Irak met dat gifgas Koerdische en Iraanse dorpen en steden heeft gebombardeerd, zijn tienduizenden mensen om het leven gekomen. Opnieuw moest de vraag worden beantwoord of de verdachte medeplichtig is aan oorlogsmisdaden en genocide.

Het hof kwam tot hetzelfde oordeel als de rechtbank twee jaar geleden: Van A. is geen medegenocidepleger, maar wel een medeoorlogsmisdadiger. Maar waar de rechtbank nog als eerste gerechtelijke instantie ter wereld had vastgesteld dat er sprake was van volkerenmoord op de Koerden, wilde het hof niet zo ver gaan. „Genocide verdient een hechtere fundering”, aldus het vonnis. Bovendien had Van A. „niet voldoende inzicht” in eventuele genocidale doelstellingen van het Iraakse bewind.

Wel sprak het hof onomwonden over de kennis die Van A. moet hebben gehad over de bestemming van de door hem geleverde grondstoffen. Hij moet zich „bewust zijn geweest” van de verwerking van zijn thiodiglycol in mosterdgas, een blaartrekkend gifgas. Ook zou hij bekend moeten zijn geweest met het „meedogenloze regime” van Saddam. De verklaring die Van A. altijd heeft volgehouden, dat hij dacht te leveren aan de textielindustrie, schoof het hof terzijde als „ongeloofwaardig” en „leugenachtig”.

Het OM had zich tijdens de behandeling van het hoger beroep nog zorgen gemaakt over een document uit het Britse parlement, opgedoken door de advocaten van Van A. Daaruit zou blijken dat ook Groot-Brittannië grote hoeveelheden grondstoffen voor gifgas zou hebben geleverd aan Irak. Met deze nieuwe informatie zou het onzeker zijn of grondstoffen van Van A. daadwerkelijk op het slagveld zijn terechtgekomen.

Het hof gaf toe dat het document wellicht „afbreuk” doet aan de „hardheid van de gegevens” over de totale hoeveelheden thiodiglycol die aan Irak zijn geleverd. Maar veel woorden maakt het vonnis er niet aan vuil. De informatie uit het document doet volgens het hof niets af aan de medeplichtigheid van Van A.

Opmerkelijk genoeg kregen de Koerdische en Iraanse slachtoffers van de bombardementen met mosterdgas deze keer géén schadevergoeding toegekend. Het Nederlandse recht is niet op hen van toepassing, aldus het hof, dat bovendien zei onvoldoende inzicht te hebben in het Iraanse en Iraakse recht om te bepalen of een schadevergoeding op zijn plaats is.

De teleurstelling bij de aanwezige slachtoffers viel mee. Hun advocate, Liesbeth Zegveld, kondigde aan dat ze bij de civiele rechter verder gaat procederen. Ze klonk redelijk verbolgen over het oordeel over de schadevergoedingen, maar benadrukte dat het „een mooi vonnis” was. Bovendien, aldus Zegveld, zou de schadevergoeding in het burgerlijk recht nog wel eens hoger kunnen uitvallen dan in het strafrecht.

De advocaten van Van A., Ruud Gijsen en Jan Peter van Schaik, willen in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Zij waren vooral teleurgesteld dat het hof snel voorbijging aan de vraag of er een causaal verband bestaat tussen de grondstoffen van Van A. en de bombardementen. Zouden de Koerdische dorpen ook zijn gebombardeerd als Van A. niet op grote schaal thiodiglycol had geleverd? Volgens het hof was Saddam vanaf 1985 voor de productie van mosterdgas geheel afhankelijk van Van A.

Ook het OM overweegt in cassatie te gaan. Persadvocaat-generaal Van Es was niettemin „niet heel ontevreden” over het vonnis. „Op de leeftijd van de verdachte is deze straf de facto levenslang.”