EU verliest geduld met Servië

Servië zou met behulp van de Europese Unie een democratische rechtstaat worden, zo heeft Brussel lang gehoopt. Maar van die hoop blijft steeds minder over.

Huidig fungerend EU-voorzitter Duitsland waarschuwde Servië gisteren in duidelijke termen. Maandag werd de ultranationalist Tomislav Nikolic tot voorzitter van het Servische parlement gekozen. Duitsland herinnerde er er nog even aan dat dat Nikolic zich altijd heeft gekeerd tegen banden met de Unie. Alle „hervormingsgezinde partijen” werden opgeroepen om voor de in de wet vastgelegde deadline van 15 mei een democratische meerderheidsregering te vormen.

Het tekent de teloorgang van de hoop dat Servië op de inmiddels voor de Europese Unie zo karakteristieke wijze zou kunnen worden ‘genormaliseerd’. Praten, waarschuwen, prijzen, manen en uiteindelijk belonen met het lidmaatschap van de Europese Unie. Zo is het de voorbije jaren steeds gegaan met de nog prille democratieën in Midden- en Oost-Europa en zo zou het dus ook met Servië moeten gaan. De zogeheten soft power aanpak, oftewel democratie tot stand brengen zonder een schot te lossen, zoals in Brussel graag wordt gezegd.

Jammer dus voor datzelfde Brussel dat Servië niet aan dit scenario meewerkt. Nog altijd is er de hoop op de goede afloop, maar ondertussen neemt in de Europese Unie de zorg over de ontwikkelingen in Servië wel hand over hand toe. Want het gaat niet alleen om het land zelf, maar om de stabiliteit in de hele regio. Met alle uitbreidingen van de afgelopen jaren ligt de Balkan opeens wel een heel stuk dichter bij Europa dan toen daar in de jaren negentig een burgeroorlog woedde. En eveneens anders dan toen zal de Unie zich niet meer kunnen beperken tot een politiek van veilige afstandelijkheid.

Het is duidelijk: de Europese Unie snakt naar een duidelijk signaal uit Belgrado waardoor in elk geval het gesprek weer hervat kan worden. Over dat laatste was de Unie het nu juist enkele maanden geleden moeizaam onderling eens geworden. Onder protest van onder andere Nederland besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU in grote meerderheid dat de gesprekken met Servië over een nauwere samenwerkingsrelatie met de Unie onder voorwaarden hervat konden worden. Het jaar daarvoor waren de besprekingen over een zogeheten stabilisatie- en associatieakkoord – het voorportaal voor het volwaardig EU-lidmaatschap – opgeschort omdat Servië volgens de ministers onvoldoende meewerkte met het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Aanvankelijk stelde de Unie dat de gesprekken pas heropend konden worden als Servië concrete resultaten op dit vlak had laten zien. Maar in februari spraken de ministers van de Unie uit dat het tonen van goede wil voldoende was.

De reden voor de koerswending was dat Servië gepaaid diende te worden. In ruil voor uitzicht op het EU-lidmaatschap hoopte de Unie dat Belgrado zich minder onverzettelijk zou opstellen tegenover onafhankelijkheid voor Kosovo. Maar met de huidige politieke ontwikkelingen in Servië waarbij de hervormingsgezinde partijen en de nationalisten in een patstelling verkeren is geen enkel gesprek mogelijk.

Des te pikanter is dat hetzelfde Servië morgen in Straatsburg het halfjaarlijks voorzitterschap van de Raad van Europa overneemt, het samenwerkingsverband van 46 Europese landen dat vooral toeziet op democratie en mensenrechten. Het in 2003 tot de Raad toegelaten land is gewoonweg aan de beurt, de voorzitters worden langs alfabetische weg verkozen. Na San Marino volgt Servië. Maar er zal op de nieuwe voorzitter worden gelet. De Nederlandse voorzitter van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa, René van der Linden, stelt in een gisteren uitgegeven verklaring dat Servië als lid van de Raad gehouden is aan samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal. Nikolic beschouwt hij als „een last” om aan die eis te kunnen voldoen.

Hoofdaanklager Carla del Ponte van het Joegoslavië-tribunaal maakte al voor de verkiezing van Nikolic bezwaar tegen het Servische voorzitterschap. In een brief van vorige maand aan de lidstaten van de Raad noemt zij het „tamelijk gênant” dat een land dat zich niet houdt aan VN-resoluties en oproepen van het tribunaal nu de Raad van Europa gaat leiden.

Volgens het Nederlandse PvdA Eerste Kamerlid Eric Jurgens moet het voorzitterschap van de Raad van Europa niet vergeleken worden met dat van de Europese Unie. Het is vooral procedureel, zegt hij. „Ik denk niet dat Belgrado zich er veel mee bemoeit.” En verder kan Servië volgens hem laten zien dat men de Raad van Europa serieus neemt. „Dat kan dan weer positief uitwerken voor het land.”