Eind aan kwaaltjessubsidie

Onderzoek naar de behandeling van wratten en andere kwaaltjes is niet duur.

Maar toch dreigt de subsidie voor zulk onderzoek stopgezet te worden.

Kind bij de huisarts op tafel – aauw! –, wattenstaafje met stikstof tegen de blote wrat. Andere dokters schrijven witte zalf met salicylzuur voor. Elke dag smeren, en de hoornlaag van de huid slijt weg, met de wrat erbij.

Maar wat is het best? Hoewel bijna iedereen wel eens een wrat heeft, heeft de medische wetenschap er geen antwoord op. De mensen van de Britse Cochrane Library, professionele archiefstruiners, vonden tot vorige zomer welgeteld twee vergelijkende onderzoeken in de hele internationale medische literatuur – en daaruit bleek geen verschil. Salicylzuur heeft de beste papieren, vooralsnog. „Er is een fors gebrek aan bewijs”, schreven de Cochrane-artsen.

De Leidse huisarts Just Eekhof doet wel onderzoek naar wratten. Hij kreeg van rijkswege 132.307 euro voor een studie van twee jaar, die de strijd tussen zalf en stikstof moet beslechten. Het geld kwam uit het Programma Alledaagse Ziekten: 3,4 miljoen euro van 2002 tot 2007, voor onderzoek naar dagelijkse problemen in de huisartsenpraktijk.

De laatste projecten zijn vorig jaar gestart. In de voorlopige evaluatie van 2005 bleek het programma „succesvol” en de wetenschappelijke kwaliteit „hoog”: voortzetting was gewenst, liefst met 50 procent meer geld. Maar de huisartsen zijn bezorgd.

„Begrijpelijk. In de wandelgangen heb ik begrepen dat de overheid het zal afhouden”, zegt directeur Henk Smid van ZonMW, de overheidsorganisatie die belast is met de verdeling van het medische onderzoeksgeld. De komende weken beslist VWS voor welke projecten ZonMW in 2008 geld krijgt, en het lijkt erop dat de Alledaagse Ziekten daar niet bij zitten. Smid: „En ik zie weinig alternatieve financieringsvormen.”

Wratten zijn niet gevaarlijk, er is geen patiëntenvereniging voor en aan de meer dan een eeuw oude zalf is geen cent te verdienen. Het is een mooi voorbeeld van een ‘alledaagse ziekte’. Net als een zere nek, wintertenen, slapeloosheid. Negen van de tien Nederlanders heeft de afgelopen twee weken wel zo’n kwaal gehad. Maar wetenschappelijk onderzoek ernaar is schaars. Fondsen en farmaceutische bedrijven beginnen daarmee pas als de pijn eenmaal suikerziekte heet, hartfalen of depressie.

Huisarts Eekhof legt uit waarom hij zijn tijd wel aan wratten besteedt. „In veel praktijken wordt elke patiënt aangestipt. Misschien is dat een overbodige behandeling, en doen we kinderen onnodig pijn.” Er doen 250 mensen met wratten mee aan het onderzoek, in vijftig huisartsenpraktijken. In de zomer zullen alle gegevens binnen zijn. „We zoeken dan ook uit hoe vaak wratten vanzelf over gaan. En over de besmettelijkheid weten we ook weinig. Het verhaal is altijd dat kinderen wratten in sportclubs of in het zwembad oplopen. Maar de literatuur is niet eenduidig. Wij gaan op scholen kijken: komt het vooral voor op bepaalde scholen? Of in gezinnen die veel zwemmen?”

Smid: „We dragen dit programma een zeer warm hart toe. Het gaat nu eens niet om in het oog springende ziekten, maar om de hoofdmoot van het werk van huisartsen. En het is een gebied waar je met weinig geld onderzoek kunt doen en de resultaten kunt gebruiken in de praktijk.” Alledaagse Ziekten is financieel een van de kleinste fondsen van ZonMW. Er zijn 25 projecten uit betaald, uit een kleine honderd aanvragen.

Het ministerie van VWS is afhoudend. Een woordvoerder: „We hebben hier nu vijf jaar voor een aardig bedrag in geïnvesteerd; nu wordt het tijd dat de verantwoordelijke partijen – de academische centra – dat weer gaan doen.” In september schreef directeur-generaal gezondheidszorg Martin van Rijn aan het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG, de bedenker van het programma) dat verlenging „niet is gegarandeerd” en „afhankelijk van de politieke prioriteiten”.

ZonMW-directeur Smid: „Preventie, doelmatigheid, kwaliteit. Dat dat de hoofdmoot is, is goed. Maar dit gaat om wat je daarnaast nog kan doen, met eenvoudige middelen.”

Hoogleraar huisartsgeneeskunde Chris van Weel van het UMC St Radboud in Nijmegen: „Deze alledaagse ziekten leggen meer beslag op de samenleving dan men zich realiseert: qua kosten en medicalisering. Een antibioticakuur van vijf dagen kost niemand de kop, maar mensen die ermee behept zijn, hebben soms een reden om zich vijf dagen ziek te voelen en niet naar hun werk te gaan. Of dát niks kost.”