Biobrandstof niet geschikt voor auto’s

Biobrandstoffen kunnen beter in elektriciteitscentrales worden verstookt dan in auto’s. Dat scheelt meer in het broeikaseffect en is bovendien goedkoper. Toepassing van bioalcohol en -diesel in auto’s en vrachtwagens bespaart lang zoveel niet op CO2-uitstoot als het verstoken van plantaardig afval in warmtekrachtcentrales.

Dat concludeert UN-Energy in het rapport Sustainable Bioenergy: A Framework for Decision Makers. UN-Energy is een samenwerkingsverband van VN-organisaties dat het energieaspect van duurzame ontwikkeling bestudeert.

Het nieuwe rapport onderzoekt de gevolgen van de snel toenemende productie van biobrandstoffen voor de landbouw, de voedselvoorziening, het broeikaseffect en de natuur. In essentie somt de bureaustudie een groot aantal keuzes en consequenties op ten behoeve van beleid. Hier en daar neemt men stelling en komt het tot een duidelijke uitspraak.

Wat betreft de rol van biobrandstoffen in de klimaatkwestie wordt gesteund op een rapport dat het Worldwatch Institute net uitbracht. Over het gebruik van alcohol en biodiesel (zoals ook de Europese Unie bevordert) toont het rapport zich kritisch. Er zijn nog te weinig grondige ‘levenscyclus’-analyses gemaakt om de invloed op het broeikaseffect te kunnen beoordelen. Het is niet ondenkbaar dat de teelt van sommige energiegewassen zelfs averechts werkt, bij voorbeeld als voor de productie van palmolie op grote schaal oerbos wordt gerooid.

De verschillende analyses blijken bovendien gevoelig voor manipulatie: de uitkomsten hangen af van het veronderstelde kunstmestgebruik, de verkoopbaarheid van nevenproducten (zoals stro en perskoek) en van het soort landgebruik waarmee men de teelt vergelijkt. Er is nog veel onderzoek nodig, ook aan de uitstoot van lachgas (N2O) uit de bemeste bodem. Lachgas is een krachtig broeikasgas.

Een goede toekomst ziet UN-Energy voor de zogeheten biobrandstoffen van de tweede generatie: die worden geproduceerd uit land- en bosbouwresiduen zoals stro, wortels en stobben. Maar door de oogst van dit soort afval, dat vroeger werd teruggewerkt in de grond, dreigt uitputting van de bodem.

De kleine landbouwers in ontwikkelingslanden kunnen van de productie van energiegewassen zowel voor- als nadelen verwachten. Te vrezen valt dat de productie van biobrandstoffen binnen enige jaren zeer grootschalig wordt en onder controle komt van een klein aantal grote ondernemingen.

Anderzijds zal de teelt van energiegewassen (zoals suikerriet, maïs, koolzaad, oliepalm) door de competitie om beschikbaar landoppervlak de voedselprijs doen stijgen wat het inkomen van de boeren flink kan verbeteren.

Toch signaleert UN-Energy in de prijsontwikkeling van voedingsgewassen ook een nieuw gevaar. Binnenkort raken de voedselprijzen via de energiegewassen eens te meer gekoppeld aan die van aardolie waardoor heel nieuwe, moeilijk te voorspellen fluctuaties kunnen ontstaan.