Veel baby’s kijken vaak televisie

Veertig procent van de drie maanden oude baby’s in de Verenigde Staten kijkt al regelmatig naar televisie, video en/of dvd’s. Baby’s tot een jaar kijken al gauw een uur per dag, tot meer dan anderhalf uur als ze 24 maanden oud zijn.

Dit blijkt uit een enquête onder ruim duizend Amerikaanse ouders van jonge kinderen, gepubliceerd in het meinummer van Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine.

Kinderen onder de twee jaar mógen in de VS geen televisie kijken, volgens het officiële opvoedadvies van de invloedrijke American Academy of Pediatrics (AAP). Veel ondervraagden in de enquête, overigens een relatief hoogopgeleide groep ouders, menen juist dat tv kijken goed is voor de ontwikkeling van hun baby. Dertig procent van de ondervraagden, de grootste groep, geeft ‘educatieve motieven’ als belangrijkste reden om hun zuigelingen te laten kijken: ze leren er iets van!

Maar er zijn helemaal geen tv-programma’s voor nul- tot tweejarigen met een bewezen educatief effect, verzuchten de onderzoekers in het Archives-artikel – niet zoals bijvoorbeeld voor Sesamstraat bij 3- tot 5-jarigen. Sterker nog, uit eerder onderzoek blijkt dat kinderen die voor het derde jaar beginnen met tv-kijken op hun achtste daardoor enige leerachterstand hebben. Het is geen grote achterstand, maar wel duidelijk aantoonbaar: minder concentratievermogen en werkgeheugen.

Voor Nederland bestaan geen precieze babykijkcijfers, maar ook in Nederland kijken veel jonge kinderen tv, verzekert Patti Valkenburg, hoogleraar Kind en Media aan de Universiteit van Amsterdam. „Allemaal, schat ik, en de meesten elke dag.”

Zij vindt het tv-verbod van de AAP overdreven. „Er is echt nog te weinig bewijs dat jong tv kijken op zichzelf slecht is. Kinderen kunnen ook gefascineerd naar het glas van de draaiende wasmachine kijken, is dat dan ook erg? Bij de Teletubbies lachen ze hard en zingen ze mee, dat kan nooit slecht zijn.”

Maar ook Valkenburg zegt: te lang is nooit goed. „Bij kleintjes is een half uur wel weer genoeg, zou ik zeggen.”